Inleiding
Antistollingsmedicijnen

Uw arts heeft u antistollingsmedicijnen voorgeschreven. Dit zijn medicijnen die trombose voorkomen en behandelen. Ze worden ook wel bloedverdunners genoemd. Deze naam klopt eigenlijk niet. Het bloed wordt niet dunner, maar stolt minder snel. Daardoor verkleinen antistollingsmedicijnen de kans op het krijgen van bloedstolsels.
In deze folder leest u meer informatie over antistollingsmedicijnen.
Wanneer krijgt u deze medicijnen?

De arts geeft u deze medicijnen als u 1 van de volgende dingen heeft:
Een hartritmestoornis, zoals boezemfibrilleren (ook atriumfibrilleren genoemd).
Een trombosebeen of een longembolie.
Slechte doorbloeding in de benen, bijvoorbeeld etalagebenen.
Aderverkalking: de slagaders zijn dan te smal, en het bloed stroomt minder goed.
Een hartinfarct of herseninfarct heeft gehad.
Een kunsthartklep of een biologische hartklep heeft gekregen.









