Bovenarm breuk
In deze folder leest u hoe u kunt omgaan met uw bovenarmbreuk.
Wat is een bovenarmbreuk (subcapitale humerusfractuur)?
Bij een bovenarmbreuk is de bovenarm net onder het schoudergewricht gebroken. Vaak komt de breuk door een val op een gestrekte arm. Het kan zijn dat u een kleine breuk heeft, of dat er meerdere delen gebroken zijn.
Afbeelding 1
Wat merkt u van de breuk?
Bij deze breuk heeft u veel pijn in de bovenarm en het schoudergewricht, hierdoor kunt u de arm minder goed bewegen. Vaak is er een blauwe plek en zwelling te zien, dit blijft enige tijd bestaan en verandert van kleur en plaats. Uiteindelijk zakt het naar het laagste punt richting elleboog en onderarm. U hoeft zich hier niet ongerust over te maken.
Behandeling en verloop
Uw arm kan niet in het gips. De behandeling bestaat uit het beperken van de beweging van de arm.
Als de breuk goed staat wordt u behandeld met een sling (zie afbeelding twee). De sling zorgt ervoor dat uw arm door de zwaartekracht 'uithangt'. Het gewicht van uw arm draagt bij aan de ontspanning van de schouder en bovenarmspieren. De gebroken stukken bot hangen dan zo goed mogelijk onder elkaar en groeien weer aan elkaar.
Rust is belangrijk voor de breuk, maar als u uw schouder niet beweegt zal hij snel verstijven. Om dit te voorkomen is het heel belangrijk dat u oefeningen doet. Zie hiervoor het oefenschema verderop.
Als de stukken bot niet goed staan, kan de arm een week 'uithangen'. Vaak geeft dit een goede stand. Soms blijft de breuk in een slechte stand staan. Een operatie kan dan nodig zijn.
Het is belangrijk om in de eerste weken pijnstillers te nemen, want deze breuken zijn pijnlijk. U mag vier keer per dag 1000 milligram paracetamol, of de voorgeschreven pijnstiller.
Voor de pijn kan een kinesiotape worden aangelegd, dit is ter comfort, het tape is niet verplicht. De gipsverbandmeester wisselt iedere week (voor 3-4 weken) het tape.
Na vier tot zes weken ziet u de arts en wordt er, als het moet, een röntgenfoto gemaakt.
Hoe lang duurt het?
Het duurt zes tot acht weken voordat het bot is vastgegroeid. Hou er rekening mee dat u ook na deze periode nog tijd nodig heeft voordat u uw schouder weer goed en zonder pijn kunt gebruiken. Dit duurt meestal drie maanden.
Adviezen en leefregels
Het is belangrijk dat u uw elleboog niet ondersteund maar vrij laat hangen, u heeft een 'armleuning verbod'.
Houding in de sling; uw bovenarm en elleboog hangen naast uw lichaam recht naar beneden, de pols hangt in de sling. Let op dat de pols hoger dan de elleboog is, zie afbeelding 2.
Afbeelding 2
Tijdens het slapen hoeft u de sling niet te dragen.
Het beste kunt u de eerste tijd in half zittende houding slapen. Ondersteun uw arm niet met een kussen. Een extra kussen langs uw lichaam is soms handig om het wegdraaien van de arm te voorkomen. Leg het kussen niet ónder uw arm, omdat uw arm juist moet afhangen.
Dagelijks oefeningen doen, zie het oefenschema.
Bij douchen en aankleden mag de sling tijdelijk even af. Zorg ervoor dat u de arm niet beweegt en dat u geen onverwachte bewegingen maakt.
Om huidirritatie te voorkomen is het belangrijk dat u uw oksel en elleboogplooi schoon en droog houdt.
Tijdens het aankleden kunt u het beste beginnen met de arm die pijn doet en daarna uw gezonde arm.
Tijdens het uitkleden doet u het precies andersom.
Het kinesiotape mag onder de douch nat worden, daarna droogdeppen, niet wrijven. Krijgt u uitslag of jeuk door het tape? Maak het nat en verwijder het. Vindt u het tape niet fijn? Dan mag u het eraf halen. Dat maakt niet uit voor hoe snel u geneest.
We raden u aan om niet zelf auto te rijden. Pas als u uw schouder weer goed kunt gebruiken kunt u weer autorijden.
