Bloedverdunners
Door het afnemen van weefsel tijdens het onderzoek kan er iets makkelijker een bloeding optreden. Door bloedverdunners stolt uw bloed namelijk minder snel.
Soms moet u tijdelijk stoppen met het slikken van bloedverdunners. Dit gebeurt alleen in overleg met uw arts.
Hieronder volgt een globale richtlijn:
Niet stoppen: Trombocytenaggregatieremmer zoals: Acetylsalicylzuur, Carbasalaatcalcium (Ascal), Dipyridamol (Persantin), Clopidogrel (Plavix), Prasugrel (Efient) en Ticargrelor (Brilique)
Overleg Trombosedienst: Acenocoumarol (Sintrom) of Fenprocoumon (Marcoumar)
Overleg arts: DOAC zoals: Rivaroxaban (Xarelto), Dabigatran (Pradaxa), Apixaban (Eliquis), Edoxaban (Lixiana)
Soms ontvangt u na het onderzoek aanvullende informatie over wanneer u weer kunt starten met de bloedverdunners. Dit is afhankelijke van de uitkomsten van het onderzoek.