Diagnose
De diagnose wordt gesteld aan de hand van de aard van de klachten en aanvullend onderzoek. De soort aandoening bepaalt welk aanvullend onderzoek nodig is. Uw behandelend arts zal met u bespreken welke onderzoeken wel/niet nodig zijn om tot een adequate diagnose te komen.
Mogelijke dikke darm onderzoeken zijn:
Lichamelijk en inwendig onderzoek: naast het beluisteren en het bevoelen, verricht de arts ook een inwendig onderzoek via de anus.
Inwendig kijkonderzoek (Endoscopie): met een flexibele kijkbuis wordt of een gedeelte van de darm (sigmoïdeoscopie) of de gehele dikke darm (coloscopie) bekeken. Hierbij worden vaak weefselmonsters (biopten) genomen voor onderzoek.
Colon-inloop foto: hierbij wordt via de anus contrastvloeistof ingebracht, waarmee het verloop en de contour van de dikke darm kan worden afgebeeld op röntgenfoto’s.
Echo: een eenvoudig niet belastend onderzoek, waarbij gebruik gemaakt wordt van geluidsgolven. Dit is ook nuttig om een indruk van de lever te krijgen en na te zoeken of er in het geval van darmkanker eventuele uitzaaiingen aanwezig zijn.
CT-scan: (ook hierbij wordt via de anus contrastvloeistof ingebracht, vaak in combinatie met contrastvloeistof via een infuus) met behulp van een computer worden röntgenopnames bewerkt tot een speciaal beeld. De plaatjes die ontstaan zijn als het ware dwarsdoorsneden van het menselijk lichaam (vgl het snijden van een worst in dunne plakjes welke afzonderlijk kunnen worden bekeken). Door deze plaatjes verder te bewerken met de computer kunnen ook ruimtelijke drie-dimensionale beelden worden gemaakt welke je kunt laten draaien op het beeldscherm. Op deze manier kan een afwijking van verschillende kanten worden bekeken.
MRI-scan: in plaats van röntgenstralen worden hier met de computer foto’s gemaakt met behulp van electromagnetische golven: er kan op verschillende manieren een doorsnede door het menselijk lichaam worden gemaakt.
PET-scan: met dit speciale nucleaire (radioactief)onderzoek kunnen afbeeldingen worden gemaakt van het menselijk lichaam indien men elders het bestaan van uitzaaiingen vermoedt.