Anuskloofje (fissura ani)

Inleiding

Hier leest u meer over een fissura ani. Dat is een kloofje in de anus.
U leest welke klachten dit kan geven, wat de oorzaak kan zijn en welke behandelingen er zijn.

Bij iedere persoon is de situatie anders. Daarom kan de behandeling ook verschillen.

Wat is een fissura ani?

Een fissura ani is een pijnlijk kloofje (scheurtje) in de anus. Dit scheurtje zit aan de binnenkant van de anus.

Het komt vaak voor bij jonge mensen en mensen van middelbare leeftijd.
Maar baby’s, jonge kinderen en ouderen kunnen het ook krijgen.

Wat is de oorzaak?

Het is niet helemaal duidelijk waardoor een fissura ani ontstaat. Ook is niet duidelijk waarom het kloofje vaak op een bepaalde plek in de anus zit.

Waarschijnlijk komt het door meer spanning in de kringspier van de anus. Daardoor komt er minder bloed naar de plek.

Door de verhoogde spanning en door de pijn houden mensen hun ontlasting soms op. Daardoor wordt de ontlasting hard. Bij het poepen kan het scheurtje weer open gaan. Daardoor geneest het minder goed.

Welke klachten geeft een fissura ani?

Een fissura ani geeft meestal een scherpe pijn tijdens of na het poepen. Er is vaak wat bloedverlies.

Zijn er nog onderzoeken nodig?

Meestal zijn de klachten duidelijk. Daarom is er meestal geen extra onderzoek nodig.

De arts doet wel een lichamelijk onderzoek. De arts kijkt naar de anus en spreidt deze voorzichtig om het kloofje te zien.

Behandeling

Wat zijn de behandelingsmogelijkheden?

Dieetmaatregelen

Meestal helpen eenvoudige maatregelen bij een fissura ani.

Het is belangrijk dat de ontlasting zacht blijft. Daarvoor moet u genoeg vezels eten, zoals zemelen, fruit, groente en bruinbrood. Ook is het belangrijk om veel water te drinken, ongeveer 1 tot 2 glazen extra voor elke maaltijd.

Regelmatig naar het toilet gaan helpt ook. Zo wordt voorkomen dat de ontlasting te lang wordt opgehouden en hard wordt.

Een warm bad kan helpen om de spieren in de anus te ontspannen.

Medicijnen

De eerste behandeling is meestal een speciale zalf (ISDN-crème). Deze zalf zorgt ervoor dat de kringspier in de anus ontspant. Daardoor komt er meer bloed naar de plek en kan het wondje genezen.

Het is belangrijk om geduld te hebben. De zalf moet meerdere keren per dag worden gebruikt, ongeveer 6 keer per dag, gedurende 2 tot 3 maanden.

Soms geeft de zalf hoofdpijn als bijwerking. Hierdoor moet de behandeling soms stoppen.

Om de ontlasting zacht te houden kan de arts ook medicijnen geven. Bijvoorbeeld vezelpoeders of een drankje.

Soms zijn injecties met botuline mogelijk. Dit medicijn zorgt ervoor dat de kringspier minder strak staat. Hierdoor komt er meer bloed naar de plek en kan het beter genezen.

Wanneer is een operatie nodig?

Als de klachten niet beter worden met bovenstaande maatregelen, kan een operatie nodig zijn. Een operatie kan helpen om de spanning in de kringspier te verminderen.

Er zijn verschillende operaties mogelijk. De arts bespreekt met u welke behandeling het beste is.

De operatie gebeurt meestal in dagbehandeling of met een korte opname in het ziekenhuis. U krijgt een goede verdoving of narcose, omdat een operatie aan de anus pijnlijk kan zijn.

Mogelijke behandelingen

LIS (laterale interne sfincterotomie)
Bij deze operatie wordt een klein stukje van de kringspier aan de zijkant ingeknipt. Hierdoor wordt de spanning minder. Dit is meestal de eerste keuze.

Dilatatie volgens Lord
Hierbij wordt de anus opgerekt onder narcose. Deze methode wordt tegenwoordig minder vaak gebruikt.

Botox-injecties
Soms worden Botox-injecties gebruikt. Dit ontspant de kringspier tijdelijk, zodat de wond kan genezen.

Complicaties

Mogelijke complicaties van een operatie

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Ook bij deze operatie kunnen complicaties optreden, zoals:

  • trombose

  • longontsteking

  • nabloeding

  • wondinfectie

De anus is een plek met veel bloedvaten. Daarom kan er na de operatie wat bloedverlies zijn. Vooral na een LIS komt dit voor.

Bij een LIS wordt het wondje meestal open gelaten. Zo is de kans op een infectie kleiner.

Controle over de ontlasting

De operatie wordt gedaan aan de kringspier van de anus. Daarom kan de controle over ontlasting, wind of vocht tijdelijk minder goed zijn.

In het begin moet u dit soms bewuster controleren. Het aanspannen van de kringspier gaat dan minder automatisch dan voor de operatie. Dit is meestal tijdelijk.

Bij een klein aantal mensen blijft er verlies van vocht of slijm. Dit kan soms hinderlijk zijn.

Volledig verlies van controle komt in principe niet voor als de operatie goed is uitgevoerd.

Nazorg

Na de behandeling

Opvallend is dat de pijn meestal sterk vermindert of direct verdwijnt.

Na de behandeling is het belangrijk dat de ontlasting zacht blijft. U krijgt hiervoor meestal medicijnen mee naar huis. Ook is het belangrijk om genoeg water te blijven drinken.

Na de ingreep zit er een gaasje op de anus. U krijgt vaak ook een recept voor gaasjes mee naar huis.

Het is belangrijk om de anus goed schoon te houden, vooral na het poepen. Twee keer per dag schoonmaken is meestal voldoende. U kunt het gebied schoonspoelen met de douche.

Gebruik geen geparfumeerde vochtige doekjes. U kunt wel toiletpapier nat maken met water. Zo voorkomt u irritatie en jeuk.

Bij pijn kunt u meestal een gewone pijnstiller nemen.

Vragen

Heeft u nog vragen?

Stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.