Autologe stamceltransplantatie

Autologe stamceltransplantatie

Autologe stamceltransplantatie

Binnenkort gaat u naar het ziekenhuis voor chemotherapie en een autologe stamceltransplantatie. Bij de transplantatie plaatst de zorgverlener uw eigen stamcellen terug via een infuus. Deze cellen zijn eerder bij u afgenomen tijdens stamcelafname.

Belangrijk

Een behandeling met chemotherapie en stamceltransplantatie kan heftig zijn voor u en uw naasten. Lees de informatie daarom goed door.

Wat is een stamcel?

Deze video legt uit wat stamcellen zijn en wat ze doen. Zo begrijpt u beter wat stamceltransplantatie is en waarom u deze behandeling krijgt.

Voorbereiding

Het is belangrijk om u goed voor te bereiden op de behandeling en de opname in het ziekenhuis. Hier krijgt u meer informatie over de voorbereiding.

Fit zijn

Het is belangrijk dat u voor de opname zo fit mogelijk bent. Hierdoor gaat u zo goed mogelijk de behandeling in.

Stamcellen klaar maken

Tijdens de stamcelafname zijn er stamcellen uit uw bloed gehaald. Deze stamcellen zijn naar het laboratorium gebracht.

Een medewerker van het laboratorium verdeelt de stamcellen over verschillende zakjes. Ook voegt de medewerker een middel toe zodat de stamcellen langer goed blijven. Daarna vriest de medewerker de stamcellen in.

Invriezen en ontdooien

Na de stamcelafarese vriest de medewerker van het laboratorium de stamcellen in.

Kort voordat u de stamcellen terug krijgt, ontdooit de medewerker de zakjes met stamcellen. Dit doet de medewerker in een aparte ruimte op de afdeling.

Wat neemt u mee?

U blijft slapen in het ziekenhuis. Neem daarom de volgende spullen mee:

  • Een geldig legitimatiebewijs. Bijvoorbeeld een identiteitskaart, rijbewijs of paspoort;

  • Spullen om te blijven slapen in het ziekenhuis. Bijvoorbeeld nachtkleding en toiletartikelen;

  • Een lijstje met de medicijnen die u gebruikt. Dit een AMO (Actueel Medicatie Overzicht);

  • Neem de medicijnen mee die u gebruikt. Laat deze in originele verpakking.

  • Neem kleding mee die makkelijk zit. Voor overdag en voor in de nacht. Bijvoorbeeld een broek en een los vallend shirt.

  • U blijft lang in het ziekenhuis. Neem daarom ook iets mee om u te vermaken. Bijvoorbeeld een puzzel, boek of handwerk.

Laat waardevolle spullen thuis

Laat waardevolle spullen thuis. Denk aan bijvoorbeeld uw sieraden. Het ziekenhuis is niet verantwoordelijk voor:

  • Beschadigingen van uw spullen;

  • Kwijtraken van uw spullen;

  • Diefstal.

De dag van de opname

Melden in het ziekenhuis

U krijgt van uw verpleegkundig specialist de informatie over de opname. Bijvoorbeeld folders, afspraken en de plek waar u zich moet melden.

Op de afdeling

Op de afdeling ontmoet u de zorgverleners. Zij bereiden u voor op de behandeling. Heeft u nog vragen? Stel deze dan een de zorgverleners.

Lange lijn of CVC

Op de dag van opname krijgt u een lange lijn of CVC (Centraal Veneus Catheter) ingebracht. Dit is een infuus. Het infuus wordt in een groot bloedvat geplaatst, meestal onder het sleutelbeen. Dit gebeurt op de operatieafdeling. 

De stamceltransplantatie

Isolatiekamer

Door de chemotherapie werkt uw afweersysteem niet goed meer. Daarom blijft u in een isolatiekamer. Dit heet ook wel beschermde isolatie. Zo bent u beschermd tegen ziekmakers. In deze kamer heeft u uw eigen bed en badkamer.

De zorgverlener meet uw afweer regelmatig in uw bloed. Is uw afweer goed? Dan hoeft u niet meer in isolatie. U blijft dan in dezelfde kamer. Alleen zijn er geen isolatie maatregelen meer.

Uw arts of verpleegkundige geeft u hierover meer informatie.

Bijwerkingen

U kunt tijdens en na de behandeling last krijgen van verschillende bijwerkingen. Zoals:

  • Misselijk zijn of overgeven;

  • Vieze smaak in uw mond;

  • Geïrriteerde mond en keel;

  • Vermoeidheid;

  • Haaruitval;

  • Droge huid;

  • Diarree;

  • Ontstekingen;

  • Sombere gevoelens.

Laat het uw zorgverlener altijd weten als u last heeft van deze of andere klachten.

Na de behandeling

DMSO

Aan uw stamcellen is na de aferese een speciaal middel toegevoegd. Dit middel heet DMSO. DMSO zorgt ervoor dat de stamcellen lang bewaard kunnen blijven.

In de eerste uren na de stamceltransplantatie plast en ademt u het DMSO uit. U kunt door DMSO een beetje gaan ruiken. Dit gaat vanzelf over. Ook kunt u last krijgen van een vieze smaak, een kriebel in uw keel of hoesten.

Bloedtransfusie(s)

Tijdens de periode rondom de stamceltransplantatie blijft u in het ziekenhuis. Als het nodig is, krijgt u bloed- en bloedplaatjestransfusies.

Naar huis

U mag weer naar huis wanneer uw afweer is hersteld. Ook is het belangrijk dat er geen complicaties zijn. Met bloedafname wordt er gekeken of de afweer hersteld is. Meestal is dit ongeveer 2 weken na de stamceltransplantatie.

Vermoeidheid

Na de behandeling kunt u nog een tijdje moe zijn. Als u thuis bent kan deze vermoeidheid ook nog aanhouden. Het is belangrijk om dagelijks actief te blijven.

U kunt hiervoor advies vragen aan een oncologisch fysiotherapeut.

Controles

Na uw opname moet u regelmatig terugkomen voor controles.