Autorijden bij slaapapneu
U bent in ziekenhuis St Jansdal onderzocht, omdat u een slaapstoornis hebt. Bij u is de diagnose slaap apneu syndroom of narcolepsie vastgesteld. Bij deze aandoeningen bestaat er een overmatige slaperigheid overdag. Daarnaast kunnen nog andere verschijnselen optreden, zoals vermoeidheid, verminderende concentratie en slecht slapen ’s nachts. U vraagt zich mogelijk af: ‘Kan en mag ik nog wel autorijden?’ Daarover beslist het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). In deze folder leest u wanneer u niet en wanneer u wel mag autorijden.Voor de gebruikte vaktermen vindt u achter in deze brochure en verklarende woordenlijst.
Privé-gebruik auto en motor
Als bij u een slaap apneu syndroom is vastgesteld, mag u privé geen auto of motor meer rijden. Om toch weer achter het stuur te mogen, heeft u toestemming van een neuroloog of longarts nodig. Dit is pas mogelijk nadat u gedurende ten minste twee opeenvolgende maanden adequaat behandeld bent. Adequaat wil in dit geval zeggen dat de behandeling (vaak in de vorm van Continuous Positive Airway Pressure) geresulteerd heeft in een apneu/hypopneu-index van minder dan 15 per uur.
Beroepschauffeurs
Beroepschauffeurs van een auto (zoals een taxi en lesauto), vrachtauto of bus (zoals een bestelbusje en personenbusje) moeten gedurende ten minste drie opeenvolgende maanden adequaat behandeld zijn. Ook hier geldt dat onder een adequate behandeling wordt verstaan dat na de behandeling een apneu/hypopneu-index van minder van 15 is bereikt. Dit wordt beoordeeld door een specialist met ervaring op het gebied van slaapgerelateerde stoornissen, meestal een longarts of neuroloog.