Inleiding
Met deze folder informeren we je over serotiniteit. Dit is de medische term voor een zwangerschap die langer dan 42 weken duurt. We leggen uit wat de gevolgen kunnen zijn en welke zorg je kunt verwachten.
De uitgerekende datum en de normale periode van bevallen
De verloskundige, huisarts of gynaecoloog bepaalt aan het begin van je zwangerschap de uitgerekende datum. Dit heet ook de à terme datum.
Deze datum bereken je door 40 weken op te tellen bij de eerste dag van je laatste menstruatie. Hierbij gaan we uit van een regelmatige menstruatie die elke 28 dagen komt.
Om te controleren of de uitgerekende datum klopt, krijg je rond 12 weken een termijnecho. Als het nodig is, passen we de datum aan.
De meeste vrouwen bevallen niet precies op de uitgerekende datum. Een normale bevalling gebeurt in de periode van 3 weken vóór tot 2 weken na deze datum.
Deze periode heet de uitgerekende periode of de periode van een normale zwangerschap.
De gevolgen van serotiniteit
Als je zwangerschap langer dan 42 weken duurt, kan de placenta minder voedingsstoffen doorgeven aan je baby. Ook kan de hoeveelheid vruchtwater afnemen. Het komt dan ook vaker voor dat er ontlasting van de baby (meconium) in het vruchtwater zit.
In zeldzame gevallen kan de baby te weinig zuurstof krijgen.
Verwijzing naar de gynaecoloog
Om problemen te voorkomen, verwijst de verloskundige je door naar de gynaecoloog. Meestal gebeurt dit tussen 40 en 42 weken zwangerschap, dus tot 2 weken na de uitgerekende datum.
Op de polikliniek wordt de hartslag van je baby gemeten met een CTG (cardiotocogram). Zo krijgen we een beeld van de conditie van je baby. Ook wordt er een echo gemaakt om te kijken of er genoeg vruchtwater is. Daarnaast is het belangrijk dat je voelt hoe je baby beweegt.
Vanaf 41 weken kun je kiezen voor een verwijzing naar de gynaecoloog. De gynaecoloog bespreekt met jou de mogelijkheid om de bevalling op gang te brengen.
Vanaf 42 weken heb je een medische indicatie voor een bevalling in het ziekenhuis.
Afwachten of inleiden?
Als alle controles goed zijn en er geen andere problemen zijn in je zwangerschap, is het risico voor je baby maar licht verhoogd. Je kunt dan in overleg met je gynaecoloog kiezen om af te wachten tot de bevalling vanzelf begint.
Het advies is dan om 2 keer per week een CTG en een echo te maken. Hierbij kijken we naar de hartslag van je baby en de hoeveelheid vruchtwater.
Als je minder leven voelt, als er weinig vruchtwater is of als de hartslag niet goed is, stelt de gynaecoloog vaak voor om de baby geboren te laten worden.
Als de baarmoedermond rijp is, kan de bevalling worden ingeleid. Meer informatie hierover vind je in de folder Inleiden van de bevalling.
Ook andere problemen tijdens de zwangerschap, zoals een hoge bloeddruk of een baby die waarschijnlijk klein is, kunnen een reden zijn om de bevalling in te leiden.
Op de website van De Gynaecoloog vind je meer informatie: Ik ben 41 weken zwanger en ik kan kiezen tussen afwachten en mijn bevalling laten starten | De Gynaecoloog