Borstvoeding bij prematuren

Borstvoeding bij prematuren

Deze folder geeft informatie over borstvoeding voor uw te vroeg geboren baby (prematuur). De folder is een aanvulling op de folder ‘Borstvoeding en kolven’. We gebruiken de woorden ‘hij’ en ‘zijn’, zodat de tekst makkelijker te lezen is.

Voordelen van borstvoeding

Moedermelk is heel goed voor uw baby. Het beschermt uw baby op een natuurlijke manier.

Voor baby’s die te vroeg zijn geboren (prematuren) heeft moedermelk extra voordelen:

  • De melk is precies aangepast aan wat uw baby nodig heeft.

  • In de eerste weken bevat de melk meer vetten, eiwitten, mineralen en antistoffen. Dit helpt uw baby groeien en beschermt tegen infecties.

  • De eiwitten in moedermelk zijn makkelijker te verteren dan die in kunstvoeding.

  • Moedermelk helpt bij de ontwikkeling van de longen en de hersenen.

  • Drinken aan de borst kost uw baby minder energie dan drinken uit een fles.

Moedermelk geeft uw baby dus de beste start!

Borstvoeding via de sonde

Soms krijgt uw baby voeding via een sonde. Dit is een dun slangetje naar de maag. Bijvoorbeeld als:

  • uw baby nog niet goed kan zuigen of slikken;

  • drinken te veel energie kost;

  • uw baby hulp nodig heeft bij het ademen;

  • uw baby extra zuurstof krijgt via een slangetje bij de wang en neus (een ‘snorretje’). Als het goed gaat, kan uw baby soms al aan de borst drinken.

U kunt uw moedermelk afkolven en via de sonde geven. Dit kan ook terwijl uw baby bij u ligt of aan de borst oefent. Zo went uw baby aan de borst en aan moedermelk.

Wat u zelf kunt doen

Een baby die te vroeg is geboren, moet leren drinken. Dit kost tijd. Geef uw baby rustig de tijd om dit te leren. U kunt helpen door:

  • Een geurdoekje in de couveuse te leggen, bijvoorbeeld een doekje dat u ’s nachts bij u heeft gehad.

  • Veel huid-op-huidcontact te hebben door te kangoeroeën. Dit helpt ook om meer moedermelk te maken.

  • Uw baby te laten wennen aan de borst. Begin in de rugbyhouding. Leg uw baby rustig met zijn mondje bij de tepel. Hij kan likken, sabbelen en misschien de borst pakken.

Tot ongeveer 34 weken krijgt uw baby voeding via een sonde. Uw baby mag wel oefenen aan de borst. Na het oefenen kunt u doorgaan met kangoeroeën.

Als uw baby actiever wordt, kunt u verschillende houdingen proberen.

Aan de borst

Meestal kan een baby die te vroeg is geboren vanaf 34 weken aan de borst drinken zonder eerst te kolven. Soms kan dit al eerder, als uw baby een sterke zuigbehoefte heeft.

Uw baby leert stap voor stap:

  1. de borst pakken;

  2. de borst vasthouden;

  3. zuigen en slikken.

Geef uw baby 5 minuten om te oefenen. Gebruik de hap- en zoekreflex:

  • Raak de bovenlip aan met de tepel.

  • Een druppel melk kan helpen.

Zo helpt u uw baby bij het leren drinken.

Ook een kleine baby kan leren om de mond wijd open te doen en de tepel goed te pakken. Verwacht niet dat uw baby meteen alles uit de borst drinkt. Soms gaat het goed en soms minder goed. Dat is normaal. Alles wat uw baby nu doet, is al heel knap.

  • Wacht tot uw baby de mond wijd open doet.

  • Breng daarna uw baby naar u toe, zodat hij de borst goed kan pakken en een vacuüm kan maken.

  • Borstcompressie kan helpen om meer melk te drinken. De verpleegkundige of lactatiekundige kan u hierbij helpen.

Kolven

Als uw baby nog niet zelf aan de borst kan drinken, kunt u de melkproductie op gang brengen door te kolven. Begin hier zo snel mogelijk na de bevalling mee, het liefst binnen 1 uur.

In de folder Borstvoeding en kolven leest u hoe kolven werkt en hoe u de moedermelk kunt bewaren en meenemen.

Hoe vaak kolven?

Om de melkproductie goed op gang te brengen, is het belangrijk om minimaal 8 keer per dag te kolven, ook ’s nachts. Dit helpt om voldoende moedermelk te maken.

Als de melkproductie goed op gang is, kunt u na een paar weken minder vaak kolven, bijvoorbeeld 6 keer per dag.

Het is goed om vanaf de eerste week ongeveer evenveel melk te maken als bij een baby die op tijd is geboren. Dit helpt uw baby later makkelijker aan de borst te drinken.

Waar kunt u kolven?

In het ziekenhuis kunt u op uw kamer kolven. Een verpleegkundige helpt u de eerste keer.

U kunt ook op de suite kolven, dicht bij uw baby. Op de gang staan kolfapparaten die u kunt gebruiken.

Na het kolven zet u het apparaat weer terug op de gang. Daar hangen ook reinigingsdoekjes om het apparaat schoon te maken.

Bewaren van moedermelk

In de koelkast op de afdeling kan moedermelk 48 uur bewaard worden. Overtollige melk wordt ingevroren. Bevroren melk wordt alleen gegeven als er geen verse melk meer is. Verse melk heeft altijd de voorkeur, omdat invriezen de samenstelling van de melk iets verandert.

Na het kolven zet u de verse melk in de koelkast. Plak een naamsticker op de fles of het zakje. Schrijf daarop uw naam, de datum en de tijd.

Naar huis

Tijdens het verblijf op de afdeling leren de verpleegkundigen u al snel hoe u uw baby het beste kan verzorgen. Als het ontslag naar huis dichterbij komt, kent u uw baby goed. U geeft dan zelfstandig (borst)voeding en weet hoe u uw baby moet verzorgen.

De meeste baby’s gaan met een combinatie van borstvoeding en moedermelk uit de fles naar huis. Als uw baby goed groeit, kunt u de voedingen aan de borst verder uitbreiden.

Rooming-in

Rooming-in betekent dat u dag en nacht bij uw baby op de kamer blijft in het ziekenhuis. U slaapt dus samen met uw baby op de afdeling. U zorgt zelf zoveel mogelijk voor uw baby, zoals voeden en verzorgen. Verpleegkundigen helpen u daarbij als dat nodig is. Rooming-in helpt u om te oefenen voor thuis.

Lukt het niet om tijdens het verblijf op de afdeling 24 uur bij uw baby te blijven? Dan adviseren wij om dit voor ontslag te doen. Zo kunt u oefenen en kijken of u zich zeker voelt om met uw baby naar huis te gaan.

Uw huis is nieuw voor uw baby. Uw baby moet hieraan wennen. Buidelen en rust helpen uw baby om zich veilig te voelen.

Voeding

Als uw baby na de voeding rustig is en na ongeveer 3 uur weer honger heeft, krijgt hij genoeg voeding. Een natte luier laat zien dat uw baby goed drinkt aan de borst.

Geef uw baby met een laag gewicht elke 3 uur voeding, ook als hij niet zelf wakker wordt. Als uw baby vaker wil drinken, mag dat ook. De tijd tussen de voedingen wordt vanzelf langer.

Als u zich zorgen maakt over de groei, kunt u uw baby laten wegen bij de inloopspreekuren van Icare.

Drinkt uw baby nog niet uit beide borsten als hij naar huis gaat? Dan is het belangrijk om thuis te blijven kolven. Dit helpt om de melkproductie op gang te houden.

Aanvullende informatie

Fopspeen

Een speen helpt bij het zuigen. Soms geven we een fopspeen als troost. In het ziekenhuis kunt u uw baby zelf troosten of aan de borst leggen.

Als u thuis bent, kan uw baby een fopspeen van ons krijgen. Laat het ons weten als u geen fopspeen wilt gebruiken.

Borstvoedingversterker

Sommige baby’s hebben extra voeding nodig. Zij krijgen dan een borstvoedingversterker (Breast Milk Fortifier).

Dit is een toevoeging aan moedermelk. Het wordt alleen gegeven als de moedermelk niet rechtstreeks uit de borst komt.

Tepelhoedje

Sommige baby’s die te vroeg zijn geboren, hebben moeite met drinken aan de borst. Een tepelhoedje kan dan helpen.

U gebruikt het tepelhoedje zo: maak het nat onder de kraan en klap het om. Zet het op de borst.

Het is belangrijk dat de baby goed aanhapt. Niet alleen het hoedje moet in de mond komen, maar ook de tepelhof. Zorg dat het hoedje niet wordt platgedrukt. Anders komt er geen melk.

Er zijn ook nadelen aan een tepelhoedje. De borst wordt niet altijd goed leeggedronken.

Gebruikt u een tepelhoedje? Dan adviseren wij om 2 keer per dag na te kolven, tot de melkproductie goed op gang is.

Flesvoeding

Als een baby extra voeding nodig heeft, geven we de voeding met een fles. Zo geeft u de fles:

  • Gebruik een speen met een trage stroom, bijvoorbeeld van Dr. Brown's. De melk komt alleen als de baby zuigt.

  • Houd uw baby op zijn zij.

  • Houd de fles bijna horizontaal. De speen is dan net gevuld met melk. Zo moet uw baby goed zuigen, net als aan de borst.

  • Laat uw baby de speen pakken met een wijd open mond en een naar buiten gekrulde lip.

  • Veeg zachtjes met de speen over de onderlip. Wacht tot uw baby zijn mond wijd opent en zijn tong naar buiten komt. Dan kunt u de speen in de mond doen.

Lactatiekundigen

In ziekenhuis St Jansdal werken lactatiekundigen. U kunt vragen stellen over borstvoeding en kolven. Dit kan zolang uw baby in het ziekenhuis is. Het kan ook als u en uw baby weer thuis zijn.

Wanneer zijn de lactatiekundigen er?

De lactatiekundigen zijn er op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 08.00 tot 16.00 uur.

U moet een afspraak maken om met hen te praten. Dit kan via de verpleegkundige of de secretaresse van de kraamafdeling.

Meer informatie

Hieronder staan telefoonnummers en websites van organisaties die helpen bij borstvoeding. Sommige organisaties organiseren bijeenkomsten waar moeders met hun baby naartoe kunnen gaan.

Heeft u vragen over borstvoeding? Kijk dan bij een van deze organisaties.

Vereniging Borstvoeding Natuurlijk
T: (0343) 57 66 26
www.borstvoedingnatuurlijk.nl

La Leche Leage International
T: (0111) 41 31 89
www.lalecheleague.nl

Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen
T: 0900 - 522 82 84
www.nvlborstvoeding.nl

Vereniging Ouders voor Couveusekinderen
Zij hebben speciale spenen voor premature baby's.
www.couveuseouders.nl

Leuke site over borstvoeding
www.borstvoeding.com