Bovenarmbreuk
(subcapitale humerusfractuur)
In deze folder leest u hoe u met de breuk in uw bovenarm kunt omgaan.
Wat is een bovenarmbreuk ?
Bij deze breuk is de bovenarm net onder het schoudergewricht gebroken. Dit gebeurt vaak door een val op een gestrekte arm. De breuk kan op verschillende manieren verlopen.
Wat merkt u van de breuk?
Bij deze breuk heeft u veel pijn in uw bovenarm en schouder. Hierdoor kunt u uw arm minder goed bewegen. Vaak komt er een blauwe plek en zwelling, die een tijd blijft en van kleur verandert. Dit kan naar de elleboog en onderarm zakken. Dit is normaal, dus maak u geen zorgen.
Behandeling en verloop
Uw arm kan niet in het gips. De behandeling bestaat uit het beperken van de beweging van uw arm.
Als de breuk goed staat, wordt uw arm in een sling (zie afbeelding ) behandeld. De sling zorgt ervoor dat uw arm door de zwaartekracht 'uithangt'. Het gewicht van uw arm helpt om de spieren in de schouder en bovenarm te ontspannen. De gebroken botstukken komen dan beter op elkaar en kunnen weer aan elkaar groeien.
Rust is belangrijk voor de breuk, maar als u uw schouder niet beweegt, kan hij verstijven. Daarom moet u oefeningen doen. Het oefenschema staat verderop.
Als de stukken bot niet goed staan, kan de arm een week 'uithangen'. Dit helpt vaak om de botten in de juiste positie te krijgen. Soms blijft de breuk in een verkeerde stand staan. In dat geval is een operatie nodig.
Het is belangrijk om in de eerste weken pijnstillers te nemen, omdat deze breuken veel pijn doen. U mag vier keer per dag 1000 milligram paracetamol nemen, of de pijnstiller die de arts heeft voorgeschreven.
Voor de pijn kan kinesiotape worden gebruikt. Dit is niet verplicht, maar kan wel prettig zijn. De gipsverbandmeester wisselt het tape elke week (voor 3-4 weken).
Na vier tot zes weken gaat u naar de arts. Als het nodig is, wordt er een röntgenfoto gemaakt.
Hoe lang duurt het?
Het duurt zes tot acht weken voordat het bot weer vast is gegroeid. Na deze periode heeft u nog tijd nodig om uw schouder goed en zonder pijn te gebruiken. Dit duurt meestal nog drie maanden.
Adviezen en leefregels
Het is belangrijk dat u uw elleboog niet ondersteunt, maar deze vrij laat hangen. U mag uw arm dus niet op een leuning leggen.
Houding in de sling: Uw bovenarm en elleboog moeten naast uw lichaam naar beneden hangen. De pols moet in de sling hangen en hoger zijn dan de elleboog.
Tijdens het slapen hoeft u de sling niet te dragen.
Het beste kunt u de eerste tijd in een halfzittende houding slapen. Ondersteun uw arm niet met een kussen. Een extra kussen langs uw lichaam kan helpen om te voorkomen dat uw arm wegdraait. Leg het kussen niet onder uw arm, omdat de arm juist moet afhangen.
Doe dagelijks de oefeningen die in het oefenschema staan.
Bij douchen en aankleden mag de sling even af. Zorg ervoor dat u de arm niet beweegt en geen plotselinge bewegingen maakt.
Om huidirritatie te voorkomen, is het belangrijk om uw oksel en elleboogplooi goed schoon en droog te houden.
Begin bij het aankleden met de arm die pijn doet, en kleed daarna de gezonde arm aan.
Bij het uitkleden doet u het precies andersom.
Het kinesiotape mag nat worden onder de douche. Dep het daarna droog, maar wrijf niet. Als het tape jeukt of als u uitslag krijgt, maak het nat en haal het eraf. U kunt het tape ook zelf verwijderen als het niet prettig aanvoelt. Dit heeft geen invloed op uw genezing.
We raden aan om niet zelf auto te rijden. Pas als u uw schouder weer goed kunt gebruiken, mag u weer autorijden.