Chemotherapie

Chemotherapie

Inleiding

Chemotherapie

Chemotherapie is een behandeling tegen kanker. U krijgt medicijnen. Deze medicijnen doden kankercellen of stoppen de groei van kankercellen. 

In deze folder leest u over: 

  • De voorbereiding op de behandeling. 

  • Hoe de behandeling gaat. 

  • Hoe de medicijnen werken.

  • De bijwerkingen van de medicijnen.

Voorbereiding

Bloedonderzoek

Voor de behandeling krijgt u een bloedonderzoek. We kijken of uw lever en nieren goed werken. Ook kijken we of uw lichaam genoeg nieuwe bloedcellen maakt. Tijdens de behandeling krijgt u vaker een bloedonderzoek. Zo zien we of uw lichaam klaar is voor de volgende chemokuur.

Medicijnen

Vertel uw arts welke medicijnen en vitamines u gebruikt. Ook producten zoals wiet-olie moet u melden. De arts bespreekt met u welke medicijnen u mag blijven gebruiken. Soms krijgt u extra medicijnen die u helpen bij de behandeling.

Verkeer

Van de medicijnen kunt u slaperig of duizelig worden. Rijd daarom na de behandeling niet zelf met de auto of fiets. Vraag iemand om u naar huis te brengen.

Gebit

Een gezond gebit is belangrijk. Ga vóór de behandeling naar de tandarts. Laat uw gebit controleren en behandelen als dat nodig is. Tijdens de chemotherapie kunt u pijn of ontstekingen in uw mond krijgen. De verpleegkundige geeft u tips voor een goede mondverzorging.

Zwangerschap

Word niet zwanger tijdens de chemotherapie. De medicijnen zijn slecht voor een baby in de buik. Gebruik anticonceptie (voorbehoedsmiddelen). Soms moet u ook na de behandeling nog een paar maanden anticonceptie gebruiken. Uw arts vertelt u wat u moet doen.

Wat is chemotherapie?

Wat is chemotherapie?

Chemotherapie

Tussentijdse controles

Tijdens de behandeling komt u vaak naar het ziekenhuis voor controle. Soms wordt er een scan of echo gemaakt tussen de behandelingen door. Zo kijkt de arts of de tumor kleiner is geworden. De arts bespreekt met u of dit bij u nodig is, en wanneer dit gebeurt.

Hoe lang duurt de behandeling?

Hoe lang de behandeling duurt, is bij iedereen anders. Dat hangt af van: 

  • Het soort medicijn. 

  • De soort kanker. 

 De behandeling kan een paar weken duren, maar ook een paar jaar. Na de behandeling blijft u onder controle.

Vormen van chemotherapie

Vormen van chemotherapie

Chemotherapie kunt u op verschillende manieren krijgen:

  • In de vorm van pillen (tabletten).

  • Met een prik (injectie) in de huid of spier.

  • Via een infuus.

  • Via een spoeling van de blaas.

  • Met een crème op de huid.

Chemotherapie samen met andere behandelingen

Chemotherapie wordt soms samen met andere behandelingen gegeven. Bijvoorbeeld:  

  • Immunotherapie. 

  • Doelgerichte therapie. 

  • Anti-hormonale therapie. 

U kunt ook een operatie krijgen. Chemotherapie kan dan vóór of na de operatie worden gegeven. De arts kijkt wat voor u het beste is.

Chemotherapie en bestraling

Soms krijgt u chemotherapie samen met bestraling. De chemotherapie zorgt ervoor dat de bestraling beter werkt. Zo gaan er meer kankercellen kapot.

Chemotherapie en doelgerichte therapie

Bij sommige soorten kanker krijgt u chemotherapie samen met doelgerichte therapie. Doelgerichte therapie zoekt en behandelt speciale kankercellen. De combinatie van beide behandelingen pakt de kanker op meerdere manieren aan. 

Chemotherapie en immunotherapie

Chemotherapie kan soms samen met immunotherapie worden gegeven. Immunotherapie helpt of verandert uw afweersysteem. Zo kan uw lichaam beter vechten tegen de kankercellen.

Chemotherapie en anti-hormoontherapie

Soms krijgt u chemotherapie samen met anti-hormoontherapie. Deze behandeling is met pillen of injecties. De behandeling zorgt ervoor dat uw lichaam minder hormonen aanmaakt. Of dat de hormonen de kankercellen niet laten groeien. 

Maatregelen thuis

Afvalstoffen van chemotherapie

Na een chemokuur komen afvalstoffen van de medicijnen uit uw lichaam. Dat gebeurt via: plas (urine), poep (ontlasting), zweet, braaksel, wondvocht, vaginaal vocht, sperma en bloed. Hoe lang dit duurt, is bij iedereen anders. Soms 1 dag, soms wel een week. In deze periode is het belangrijk om voorzichtig te zijn met lichaamsvocht. Ook voor mensen om u heen.

Adviezen voor thuis

  • Was altijd uw handen na contact met lichaamsvocht (zoals plas, poep of braaksel).

  • Draag wegwerphandschoenen als u moet schoonmaken. Gooi de handschoenen na gebruik meteen weg.

  • Mannen: plas zittend. Zo voorkomt u spetters.

  • Spoel het toilet altijd twee keer door. Doe de wc-deksel dicht voor u doorspoelt. Gebruik geen waterbesparende knop.

  • Maak het toilet elke dag schoon. Gebruik water en zeep (zoals groene zeep). Gebruik geen schoonmaakmiddelen met alcohol, chloor of desinfectie. Deze producten maken niet goed genoeg schoon.

  • Kleding of beddengoed met lichaamsvocht? Doe eerst een voorwas. Was daarna zoals normaal. Was daarna uw handen.

  • U mag gewoon knuffelen en zoenen. Gaat u vrijen? Gebruik een condoom.

Leefregels

Eten en drinken

Goed eten is belangrijk. Het helpt uw lichaam sterk te blijven tijdens de behandeling. Zorg dat er genoeg energie, eiwitten, vitamines, vocht en mineralen in uw eten zit.  

Let op: 

  • Gebruik vlak voor of na de behandeling geen voedingssupplementen met visolie. Eet ook geen vette vis (zoals haring of makreel) vlak voor of na de kuur. De verpleegkundige vertelt u of dit voor u geldt. 

  • Gebruik geen kruiden zoals Sint-janskruid of Chinese kruiden. Deze kunnen de behandeling minder goed laten werken. 

Bespreek altijd met de arts welke supplementen of vitamines u gebruikt. Soms moet u daarmee stoppen.

Let op uw gewicht

Tijdens de behandeling kunt u minder zin hebben in eten hebben. U kunt afvallen. Dat is niet goed voor de behandeling, want de arts gebruikt uw gewicht om de juiste hoeveelheid medicijnen te geven. Blijf daarom op hetzelfde gewicht. Lukt dat niet? De verpleegkundige of arts kan u doorsturen naar een diëtist.

Stop met roken

Rookt u? Probeer te stoppen. Roken is slecht voor de behandeling.

Let op met alcohol

Drink geen alcohol vanaf 24 uur vóór tot 48 uur na de chemokuur. Ook op andere dagen: drink weinig alcohol.

Blijf  bewegen

Probeer te blijven bewegen. Bewegen helpt tegen vermoeidheid en andere bijwerkingen. U houdt de behandeling dan beter vol. De verpleegkundige kan u helpen om te sporten bij een speciale fysiotherapeut.

Bijwerkingen

Haaruitval

Door de behandeling kunt u uw haar verliezen. Dat kan gaan om: 

  •  hoofdhaar, 

  •  wimpers, 

  •  wenkbrauwen, 

  •  okselhaar en schaamhaar. 

Het haar groeit meestal weer terug na de behandeling. Soms kunt u hoofdhuidkoeling krijgen. Dit kan helpen om haaruitval te verminderen. De verpleegkundige vertelt u hier meer over. U kunt ook een pruik of haarwerk dragen. De verpleegkundige helpt u daarmee.

Minder eetlust en misselijkheid

Sommige mensen worden misselijk van de behandeling. Hiervoor zijn goede medicijnen. U kunt ook merken dat eten anders smaakt of dat u minder zin heeft om te eten. 

Pijn of problemen in de mond

De behandeling kan uw mond kwetsbaar maken. U kunt last krijgen van: 

  • Een rode mond. 

  • Branderig gevoel. 

  • Pijn bij eten, drinken of tandenpoetsen. 

  • Bloedend tandvlees. 

  • Witte plekken in de mond. 

  • Schimmel in de mond.

Diarree

Bij diarree heeft u waterdunne ontlasting, vaker dan 4 keer per dag. Tips bij diarree: 

  • Drink genoeg, minstens 2 liter per dag. 

  • U verliest ook zouten. Drink bouillon of tomatensap. 

  • Eet vaker kleine porties. 

  • Eet geen producten die gas geven, zoals kool, ui of prei.

Heeft u langer dan 2 dagen diarree? Bel dan de verpleegkundige.

Verstopping

U heeft verstopping als u 2 dagen niet heeft gepoept. Tips bij verstopping: 

  • Drink minstens 2 liter per dag. 

  • Eet vezels (zoals volkorenbrood, groente, fruit). 

  • Blijf bewegen.

 Geen ontlasting na 2 dagen? Neem contact op met de verpleegkundige.

Effect op het beenmerg

In uw bloed zitten: 

  • rode bloedcellen 

  • witte bloedcellen 

  • bloedplaatjes 

Chemotherapie kan zorgen voor minder bloedcellen. U heeft meer kans op bloedarmoede, bloedingen of een infectie. Heeft u 38,5°C koorts of hoger? Bel dan meteen het ziekenhuis.

Hartproblemen 

Chemotherapie kan uw hart zwakker maken. Uw hart pompt dan minder goed. Meestal herstelt het hart na de behandeling. Soms verwijst de arts u naar een cardioloog om uw hart extra goed te controleren.

Trombose 

U kunt door de behandeling meer kans hebben op trombose. Trombose is gevaarlijk en komt vaak in het been voor. 

 Let op deze klachten: 

  • Het been is strak, rood of glanzend. Soms is het ook wit.  

  • Pijn in het been.  

  • Het been wordt dik.  

  • Het been voelt zwaar aan.  

 Heeft u deze klachten? Bel dan direct het ziekenhuis.

Menstruatie (ongesteldheid)

De behandeling kan invloed hebben op uw menstruatie: 

  • De menstruatie stopt tijdelijk of helemaal. 

  • U krijgt overgangsklachten. 

  • Bloedingen kunnen heviger worden. 

Soms komt de menstruatie na de behandeling terug. Soms blijft deze weg en komt u in de overgang.

Overige bijwerkingen

Andere bijwerkingen zijn:

  • Droge of gevoelige huid.

  • Pijn of problemen in de mond.

  • Tintelingen of doof gevoel in vingers of tenen (neuropathie).

  • Oogproblemen.

  • Problemen met de nagels.

  • Slechtere conditie.

  • Vermoeid.

Mogelijke gevolgen voor de lange termijn

Chemotherapie kan ook later nog klachten geven, zoals: 

  • Moeite met concentreren of onthouden. 

  • Gehoorproblemen. 

  • Schade aan hart of nieren. 

  • Blijvende tintelingen in handen of voeten. 

  • Problemen met vruchtbaarheid. 

  • Vermoeidheid die lang aanhoudt. 

  • Vervroegde overgang.

Wanneer moet ik contact opnemen?

Neem direct contact op met het ziekenhuis bij deze klachten: 

  • Koorts boven de 38,5 graden. 

  • Koude rillingen. 

  • Plotselinge, erge pijn. 

  • Moeite met ademhalen. 

  • Bloedneus of wondjes die langer dan 30 minuten blijven bloeden. 

Twijfelt u? Bel dan altijd.

Ondersteuning bij kanker 

Als u te horen krijgt dat u kanker heeft, komt er veel op u af. U krijgt veel informatie en het kan emotioneel zwaar zijn. Dit geldt niet alleen voor uzelf, maar ook voor uw partner, familie of andere naasten. De behandeling van kanker gaat niet alleen over het bestrijden van de ziekte. Veel mensen die kanker hebben (of hebben gehad), merken dat de ziekte en de behandeling hun leven veranderen. Soms houden ze klachten, zoals pijn, vermoeidheid of moeite met gevoelens. Dit kan invloed hebben op het dagelijks leven. 

Bespreek deze klachten met uw arts of verpleegkundige. Zij kunnen u helpen of doorverwijzen voor extra steun.