Het onderzoek
Hoe uw onderzoek in zijn werk gaat.
Coloscopie
Een coloscopie is een kijkonderzoek van de dikke darm en het laatste deel van uw dunne darm. Tijdens een coloscopie kan de arts direct kleine ingrepen uitvoeren.

Hoe uw onderzoek in zijn werk gaat.
Een coloscopie is een kijkonderzoek van de dikke darm en het laatste deel van uw dunne darm. Tijdens een coloscopie kan de arts direct kleine ingrepen uitvoeren.
Bereid u voor en houd u aan de onderstaande instructies.
Let op! U krijgt medicijnen om u voor te bereiden op uw onderzoek. Het recept is al naar uw apotheek gestuurd.
Ongelukjes (door ontlasting) voor of na het onderzoek kunnen gebeuren. Neem daarom schoon ondergoed mee.

Een geldig legitimatiebewijs (identiteitskaart, rijbewijs, paspoort).
Een lijstje met uw medicijnen.
Uw eigen medicijnen, zoals tabletten of insulinepennen.

Om u goed voor te bereiden op het onderzoek is het belangrijk dat uw arts op de hoogte is van uw gezondheid. Geef antwoord op de volgende vragen:
Gebruikt u bloedverdunners?
Heeft u allergieën?
Heeft u suikerziekte (diabetes mellitus)?
Zijn er andere dingen waar we rekening mee moeten houden?
Geef deze informatie aan uw arts.

Meestal kan het onderzoek met een verdoving worden gedaan. Dit heet een 'roesje'. De arts beslist dit.

Zonder verdoving mag u na het onderzoek direct naar huis. Als u tijdens het onderzoek verdoving heeft gekregen mag u niet alleen naar huis, ook niet met het openbaar vervoer of taxi. Het is belangrijk dat iemand u op komt halen en thuisbrengt. Ook moet u er rekening mee houden dat u tot 24 uur na het onderzoek niet aan het verkeer mag deelnemen.

Drie dagen voor het onderzoek moet u een speciaal dieet volgen. Eet dan geen vezels. Dit helpt om uw darmen goed schoon te maken.
Beschuit, wit brood, met halvarine, margarine of boter;
Magere vleeswaren, kaas, gekookt ei, hagelslag, chocopasta, honing, stroop en jam zonder pitjes en zaden;
Groenten: gaar gekookt, zoals bloemkool, broccoli en worteltjes;
Overige maaltijd: bouillon met stukjes vlees, vermicelli en/of soepballetjes (geen groenten), aardappelen, witte rijst, pasta, macaroni, licht gebraden mager vlees, witvis of kip (zonder vel);
Dessert: vla, pudding, kwark en yoghurt zonder stukjes fruit;
Tofu, natuur quorn.
Volkoren graanproducten, zoals brood met zaden of volkorenbrood;
Volkoren- en meergranenpasta en zilvervliesrijst;
Groenten: asperges, bleekselderij, knolselderij, zuurkool, snijbonen, sperziebonen, prei, doperwten, peulvruchten, taugé, maïs, champignons, tomaten, ui, knoflook, spinazie, andijvie, paprika en rauwkost;
Koolzuurhoudende dranken;
Alcohol, rode vruchtensappen en troebele vruchtensappen;
Fruit: sinaasappel, kiwi, grapefruit, mandarijn, bramen, druiven, aardbeien en gedroogde vruchten.
Staat een product niet op de lijst en twijfelt u? Eet of drink het dan niet.

U heeft één verpakking Pleinvue® gekregen. Deze bevat drie zakjes.
Dosis 1 is één groot zakje (mangosmaak). Los dit op in 500 ml water. Dit kan tot acht minuten duren.
Dosis 2 bevat twee zakjes A en B (fruitsmaak). Los beide zakjes samen op in 500 ml water.

Tot 16.00 uur mag u nog eten, maar houd het ontbijt en de lunch licht. Na 16.00 uur mag u alleen nog heldere vloeistoffen drinken. U mag geen vast voedsel en geen melkproducten meer eten tot het onderzoek. Hoe meer u drinkt, hoe schoner de darm wordt.
Tussen 18.00 uur en 19.00 uur drinkt u 500 ml Pleinvue® (sachet dosis 1) en 1 liter heldere vloeistof. U kunt de Pleinvue-oplossing en de drank afwisselen. Probeer elke 10-15 minuten een glas te drinken.
Probeer na 19.00 uur nog minstens 500 ml heldere vloeistof te drinken.
Heldere vloeistoffen zijn: water met of zonder smaak, thee, gezeefde bouillon, ranja, of helder vruchtensap zonder stukjes (bijvoorbeeld appelsap of druivensap).

Op de dag van het onderzoek drinkt u 500 ml laxeermiddel en 1 liter heldere vloeistof. Wanneer u dit moet doen, hangt af van het tijdstip van het onderzoek. U kunt de tijden in het schema hieronder vinden.
Begin met een kopje thee of andere heldere drank, zodat u iets in uw maag heeft.
Drink daarna 500 ml Pleinvue® (sachet dosis 2 A+B) en 1 liter heldere vloeistof. U kunt de Pleinvue en de drank om de beurt drinken. Hoe meer u drinkt, hoe schoner de darm wordt.
Als u medicijnen moet nemen, mag u deze met wat water innemen.
U mag tot drie uur voor het onderzoek drinken. De laatste drie uur voor het onderzoek mag u niets meer drinken.
Tijdstip onderzoek: | Laxeren tussen: |
08.30 - 10.30 uur | 03.30 - 05.30 uur |
10.30 - 12.30 uur | 05.30 - 07.30 uur |
12.30 - 14.30 uur | 07.30 - 09.30 uur |
14.30 - 16.30 uur | 09.30 - 11.30 uur |
Als de darmreiniging goed is, komt er alleen nog heldere, soms lichtgele vloeistof in het toilet. Dan bent u klaar voor het onderzoek.

Drink het laxeermiddel koud, zet het hiervoor maximaal vier uur in de koelkast.
Drink met een rietje of uit een bidon.
Voeg een beetje limonadesiroop of heldere vruchtensap toe (alleen siroop zonder sorbitol gebruiken).
Neem kleine slokjes en wissel deze af met heldere dranken tussendoor.
Gebruik tussendoor sorbitolvrije kauwgom.
Als u misselijk wordt, kunt u even stoppen met drinken totdat dit gevoel weer afneemt. Neem dan eerst wat slokjes water en drink daarna het laxeermiddel langzamer en meer verdeeld op.
Heeft de voorbereiding voor het onderzoek niet goed gewerkt of twijfelt u na de laatste dosis? Neem dan contact met ons op. U kunt ons bellen op de volgende nummers (op werkdagen van 8.30-16.30 uur):
Voor vragen over de planning en voorbereiding: 0341 - 46 35 38.
Voor medische vragen de polikliniek MDL: 0341 - 46 38 99 - kies optie 2.
Of stel uw vraag via MijnStJansdal.
Bereid u voor door de onderstaande stappen goed door te lezen.

Heeft u suikerziekte (diabetes) of andere gezondheidsproblemen? Vertel dit aan de verpleegkundige als u naar het ziekenhuis komt. Vertel ook welke medicijnen u gebruikt.

Gebruikt u ijzertabletten? Stop dan een week voor het onderzoek met het slikken van de ijzertabletten. IJzertabletten kleuren de binnenkant van uw darm. Hierdoor zijn afwijkingen moeilijker te zien.

Als de arts een stukje weefsel weghaalt, kunt u sneller bloeden. Bloedverdunners maken dat uw bloed minder snel stopt met bloeden. Soms moet u even stoppen met bloedverdunners, maar dit overlegt u altijd met uw arts.
Hieronder volgt een algemene richtlijn:
Niet stoppen: Trombocytenaggregatieremmer zoals: Acetylsalicylzuur, Carbasalaatcalcium (Ascal), Dipyridamol (Persantin), Clopidogrel (Plavix), Prasugrel (Efient) en Ticargrelor (Brilique).
Overleg Trombosedienst: Acenocoumarol (Sintrom) of Fenprocoumon (Marcoumar).
Overleg arts: DOAC zoals: Rivaroxaban (Xarelto), Dabigatran (Pradaxa), Apixaban (Eliquis), Edoxaban (Lixiana).
Als het nodig is, krijgt u na het onderzoek meer informatie over wanneer u weer met de bloedverdunners mag beginnen. Dat hangt af van het resultaat van het onderzoek.

Let op! Door het laxeren is de anticonceptiepil niet meer betrouwbaar.
Dikke darmstoma (Colostoma)
U volgt de normale voorbereiding. Dit betekent onder andere het drinken van een liter laxeermiddel. Omdat de ontlasting dun is door de laxeerdrank, heeft u een grotere stomazak nodig. Deze zak kunt u onderaan openen met een kraantje. Zo kunt u de zak in het toilet legen.
Vraag uw stomaverpleegkundige om hulp als u vragen heeft.
Dunne darmstoma (Ileostoma) of tijdelijk stoma
U krijgt persoonlijk advies van de arts die het onderzoek aanvraagt. Dit is meestal een chirurg. Deze arts weet veel over uw situatie. Samen met de maag-darm-leverarts kan hij of zij een speciaal plan voor het laxeermiddel maken.
Voor vragen over uw stoma en stomamateriaal kunt u terecht bij uw stomaverpleegkundige. Zij werkt van maandag tot en met vrijdag van 08.30 tot 17.00 uur op de stomapoli in Harderwijk. U vindt haar op looproute 0.69. Het telefoonnummer van de stomapoli is (0341) 46 35 94.
Neem op de dag van het onderzoek genoeg van uw eigen stomamateriaal mee naar het ziekenhuis.

Na het onderzoek wordt u teruggebracht naar de observatieruimte. De medewerker vertelt u wanneer u weer mag eten en drinken.

U krijgt direct na het onderzoek een voorlopige uitslag. De definitieve uitslag krijgt u via de arts die het onderzoek heeft aangevraagd.
Mogelijke complicaties tijdens en na uw onderzoek of behandeling.

Buikpijn na het onderzoek
Na het onderzoek kunt u nog buikpijn hebben. Dit komt meestal door de lucht die tijdens het onderzoek in de buik is ingeblazen. De pijn gaat weg als de lucht uit uw buik komt.
Bloedverlies
Als er weefsel is weggenomen, kunt u na het onderzoek last hebben van bloedverlies via de anus.
Perforatie
Een enkele keer kan er tijdens het onderzoek een scheurtje in de darmwand ontstaan. Als dit gebeurt, krijgt u buikpijn en koorts.
U loopt iets meer risico als u:
een ontstoken darmwand heeft;
een vernauwde darmwand heeft;
veel uitstulpingen heeft.

Als de bloedingen ernstiger worden en als u meer bloed verliest dan een vol theekopje.
Als de buikpijn steeds erger wordt in plaats van minder en/of als u koorts krijgt.
Deze problemen kunnen optreden tussen één en veertien dagen na het onderzoek.

Heeft u problemen in de eerste vijf dagen na het onderzoek?
Overdag kunt u bellen met de polikliniek MDL: 0341 - 46 38 99, keuze 2.
's Avonds en in het weekend belt u de spoedeisende hulp. Het telefoonnummer vindt u op www.stjansdal.nl).
Na vijf dagen kunt u bij klachten de huisarts bellen.
Tijdens dit onderzoek wordt er soms weefsel bij u afgenomen. Dat kan bijvoorbeeld via een punctie of via een biopt. Het afgenomen weefsel kan op twee manieren onderzocht worden.
Manier 1: cytologie
Wanneer de hoeveelheid weefsel niet zo groot is (bijvoorbeeld wanneer een punctie met een kleine naald is gedaan), dan wordt er celonderzoek gedaan, dit wordt cytologisch onderzoek (cytologie) genoemd.
Hieronder ziet u hoe cytologisch onderzoek in het laboratorium wordt gedaan.
Manier 2: histologie
Als er meer weefsel beschikbaar is (bijvoorbeeld wanneer er een biopt is afgenomen) dan wordt weefselonderzoek gedaan. Dit wordt histologisch onderzoek (histologie) genoemd.
Hieronder ziet u hoe histologisch onderzoek in het laboratorium wordt gedaan.

Meer informatie over de coloscopie vindt u op de website van de Maag Lever Darm Stichting.