Diabetes type 1
U heeft diabetes type 1. Uw lichaam regelt niet zelf de bloedglucosespiegel. Daarom moet u uw lichaam daarbij helpen.
Hier leggen we u uit wat diabetes type 1 is en hoe de behandeling van uw diabetes eruit gaat zien.

U heeft diabetes type 1. Uw lichaam regelt niet zelf de bloedglucosespiegel. Daarom moet u uw lichaam daarbij helpen.
Hier leggen we u uit wat diabetes type 1 is en hoe de behandeling van uw diabetes eruit gaat zien.
Diabetes is een ingewikkelde ziekte. Het is belangrijk om eerst een paar moeilijke woorden uit te leggen:
Onze voeding bestaat uit voedingsstoffen. Eén van die voedingsstoffen zijn koolhydraten, ook wel suikers genoemd. Koolhydraten geven ons energie. Ze zitten bijvoorbeeld in brood, pasta, aardappelen en fruit.
Uw lichaam bestaat uit lichaamscellen. Deze cellen kunt u zien als kleine bouwsteentjes. Ze zijn zo klein, dat ze alleen met een microscoop te zien zijn. Elke lichaamscel heeft een eigen taak die hij moet uitvoeren. Door de samenwerking tussen de cellen kan ons lichaam werken.
De alvleesklier, ook wel pancreas genoemd, is een langwerpig orgaan in de buik. De alvleesklier maakt verschillende stoffen aan die belangrijk zijn voor onze spijsvertering.
De Eilandjes van Langerhans zijn kleine groepjes cellen in de alvleesklier (pancreas). Deze groepjes cellen werken als een soort insulinefabriekjes.
De bloedglucosespiegel is de hoeveelheid glucose die op een bepaald moment in uw bloed zit. Dit wordt ook wel bloedsuikerwaarden of bloedsuikerspiegel genoemd.
Insuline is een stof (hormoon) die wordt aangemaakt in de alvleesklier. Insuline speelt een belangrijke rol in het regelen van uw bloedglucosespiegel. Insuline werkt als een soort sleutel.
Het afweersysteem, ook wel immuunsysteem genoemd, is het systeem dat ons lichaam beschermt tegen indringers en ziekmakers, zoals bacteriën en virussen.
Het is het beste om uw bloedglucosewaarden tussen de 4 en de 10 mmol/l (millimol per liter) te houden. Daarmee verkleint u de kans op gezondheidsproblemen zo veel mogelijk.
Er zijn verschillende oorzaken waardoor uw bloedglucosewaarden kunnen gaan schommelen. Voorbeelden zijn griep, spanning, stress, medicijnen en intensieve training.
Bij een hypo (hypoglykemie) heeft u een bloedglucosewaarde lager dan 4 mmol/l. Dit betekent dat u te weinig glucose in uw bloed heeft en dus koolhydraten moet eten of drinken.
U herkent een hypo aan de volgende klachten:
Hongergevoel;
Zweten;
Hartkloppingen;
Snel geïrriteerd zijn en/of een wisselend humeur;
Slechte concentratie;
Duizelingen;
Trillen;
Hoofdpijn;
Slecht zien;
Moe zijn.
Bij erge hypo’s kunt u uw bewustzijn verliezen, in coma raken of een epileptische aanval krijgen. In dat geval moet iemand anders altijd 112 bellen.
Sommige mensen voelen een hypo niet aankomen (hypo-unawareness). Vraag in dat geval aan uw dokter of verpleegkundige wat u het beste kunt doen.
Bij een hyper (hyperglykemie) heeft u een bloedglucosewaarde hoger dan 10 mmol/l. Dit betekent dat u teveel glucose in uw bloed heeft en u uzelf insuline moet geven. Ook beweging en veel water drinken kan dan helpen.
U herkent een hyper aan de volgende klachten:
Veel moeten plassen;
Erge dorst die niet overgaat;
Misselijkheid of overgeven;
Geen eetlust hebben of juist erg hongerig zijn;
Slecht zien;
Moe zijn.
Bij erge hypers kunt u uw bewustzijn verliezen of in coma raken. In dat geval moet iemand altijd 112 bellen. Een ernstige hyper kunt u herkennen aan een diepe ademhaling. De adem kan dan naar aceton ruiken.
Op korte termijn kunnen (ernstige) hypo’s en hypers ervoor zorgen dat u uw bewustzijn verliest of in coma raakt.
Als u vaak en langdurig last heeft van hypo’s en hypers kan dit het lichaam op lange termijn beschadigen. U kunt bijvoorbeeld schade krijgen aan uw ogen, bloedvaten en zenuwen. Daardoor kunt u blind worden, last krijgen van hart- en vaatziekten, zenuwziekten en/of nierfalen.
Het is daarom erg belangrijk dat uw bloedglucosewaarden zo veel mogelijk binnen de 4 en de 10 mmol/l blijven.
Diabetes gaat niet meer over. Er is (nog) geen behandeling die de ziekte kan genezen. Wel kunt u zelf ervoor zorgen dat uw bloedglucosespiegel zo veel mogelijk binnen de juiste waarden blijft. We leggen u in grote lijnen uit hoe de behandeling van diabetes type 1 eruitziet:

Het is belangrijk om uw bloedglucosespiegel regelmatig te meten. Zo weet u bijvoorbeeld hoeveel koolhydraten u kunt eten of hoeveel insuline u uzelf moet geven.
U kunt uw bloedglucose meten met een bloedglucosemeter. U prikt dan met een speciale prikpen in uw vinger zodat er een klein druppeltje bloed uitkomt. De druppel vangt u op met de meter. De meter vertelt u in een paar seconden wat uw bloedglucosewaarde is.
U kunt ook een glucosesensor gebruiken om uw bloedglucose te meten. Dit is een kleine ronde schijf die u op uw lichaam prikt (bijvoorbeeld in uw arm). De sensor meet constant uw bloedglucosewaarden en is via bluetooth verbonden met een apparaat waarmee u de sensor kunt aflezen. Zo kunt u uw bloedglucosespiegel controleren. De sensor kan tot zo’n 14 dagen blijven zitten.
U moet uzelf regelmatig insuline geven. Dit kan met een insulinepen. Dit is een prikpen waarmee u bij uzelf een beetje insuline kunt inspuiten, bijvoorbeeld in uw been of buik.
U kunt ook een insulinepomp gebruiken om insuline toe te dienen. Dit is een klein apparaatje dat dag en nacht vastzit aan uw lichaam. Er zijn verschillende soorten insulinepompen. Aan de pomp zit een klein slangetje en een dun naaldje dat in uw buik geprikt zit. Het naaldje kunt u een paar dagen laten zitten. Via het slangetje en naaldje geeft de pomp regelmatig een klein beetje insuline af.
Het kan zijn dat uw arts u medicijnen voorschrijft die uw bloedglucosespiegel verlagen. Er worden dan ook vaak medicijnen voorgeschreven die uw cholesterol en bloeddruk verlagen om de kans op hart- en vaatziekten te verkleinen.
Het is belangrijk dat u goed let op wat u eet en hoeveel koolhydraten er in uw eten zitten. Ook de kwaliteit van de koolhydraten is belangrijk: goede koolhydraten zijn de koolhydraten die van nature in uw eten zitten, bijvoorbeeld in volkorenbrood, fruit en peulvruchten. Slechte koolhydraten zijn de suikers die aan uw eten zijn toegevoegd, zoals in snoep, frisdrank en witbrood.
Probeer gezond te eten en de voedingsstoffen binnen te krijgen die uw lichaam nodig heeft.
Uw lichaam zet suikers om in energie. Deze energie gebruikt u ook wanneer u beweegt. Voldoende beweging kan helpen om hoge bloedglucosewaarden tegen te gaan.
Rookt u of drinkt u of gebruikt u drugs? Probeer hier dan mee te stoppen. Door te roken en/of te drinken vergroot u de kans op problemen door diabetes.
Vindt u het moeilijk om te stoppen? Dat is heel normaal. Uw zorgverlener kan u hierbij helpen.

Wilt u meer weten over diabetes type 1? Bekijk dan de volgende websites: