Diabetes: type 2

Diabetes: type 2

Diabetes type 2

U heeft diabetes type 2. Uw lichaam regelt uw bloedsuiker niet goed. Daarom moet u uw lichaam helpen.

In deze tekst leggen we uit wat diabetes is en wat de behandeling is.

Woordenlijst

Koolhydraten

In eten zitten verschillende stoffen. Koolhydraten zijn daar een voorbeeld van. Ze geven energie en zitten in brood, pasta, aardappelen en fruit.

Lichaamscel

Uw lichaam bestaat uit cellen. Cellen zijn heel klein. Ze doen belangrijk werk in uw lichaam. Cellen zorgen dat uw lichaam goed werkt.

Insuline

Insuline is een stof in uw lichaam. Het wordt gemaakt in de alvleesklier. Insuline helpt om suiker (glucose) uit het bloed naar de cellen te brengen. 

Bloedglucose(spiegel)

Glucose is suiker in het bloed. De hoeveelheid suiker in uw bloed heet de bloedglucosespiegel. Dit heet ook wel bloedsuiker.

Insulineresistentie

Soms werkt insuline niet goed meer. De cellen reageren dan minder goed op insuline. Dat heet insulineresistentie.

Wat is diabetes type 2?

Oorzaken

U kunt diabetes type 2 krijgen door: 

  • Ouderdom 

  • Te weinig bewegen 

  • Ongezond eten 

  • Overgewicht 

  • Roken 

  • Erfelijkheid (het zit in de familie) 

Soms weet men niet wat de oorzaak is.

Bloedglucosewaarden

Wat is een goede waarde?

Een goede bloedglucose ligt tussen 4 en 10 mmol/l. Dan is de kans op klachten kleiner.

Wat is een hyper?

Een hyper is te veel suiker in uw bloed. De waarde is dan hoger dan 10 mmol/l. 

U herkent een hyper aan de volgende klachten:

  • Veel plassen

  • Erge dorst

  • Misselijkheid of overgeven

  • Geen honger of juist heel veel honger

  • Slecht zien

  • Moe zijn

Bij een ernstige hyper kunt u flauwvallen of in coma raken. Dan moet iemand altijd 112 bellen.

Wat is een hypo?

Een hypo is te weinig suiker in uw bloed. De waarde is dan lager dan 4 mmol/l. 

U herkent een hypo aan de volgende klachten:

  • Honger

  • Zweten

  • Het hart klopt snel

  • Boos of verdrietig zijn

  • Moeite met denken

  • Duizelig

  • Trillen

  • Hoofdpijn

  • Slecht zien

  • Moe zijn

Bij een ernstige hypo kunt u flauwvallen of in coma raken. Dan moet iemand altijd 112 bellen.

Schade door hypo’s en hypers

Te hoge of te lage bloedsuiker kan gevaarlijk zijn. Op korte termijn kunt u flauwvallen of in coma raken. Op lange termijn kunt u schade krijgen aan:

  • Ogen (u kunt blind worden) 

  • Zenuwen 

  • Hart en bloedvaten 

  • Nieren 

Probeer daarom uw bloedsuiker tussen de 4 en 10 mmol/l te houden.

Behandeling

Diabetes type 2 gaat niet over. Maar u kunt wel veel doen om u beter te voelen. 

Bloedsuiker meten

Meten is belangrijk. Dan weet u hoe hoog uw bloedsuiker is. 

Bloedglucosemeter gebruiken

U prikt in uw vinger. U vangt een druppel bloed op. De meter vertelt uw bloedsuiker.

Gezond eten

Let op hoeveel koolhydraten u eet. Goede koolhydraten zitten in volkorenbrood, fruit en peulvruchten. Slechte koolhydraten zitten in snoep, frisdrank en witbrood. Eet gezond.

Bewegen

Bewegen helpt om suiker in het bloed te verlagen. 

Niet roken en weinig alcohol

Roken en drinken maken diabetes erger. Probeer te stoppen. 

Medicijnen

Soms krijgt u medicijnen van de arts. Die zorgen dat uw bloedsuiker, bloeddruk of cholesterol lager wordt.

Insuline spuiten

Soms moet u insuline spuiten. Dat doet u met een insulinepen, bijvoorbeeld in uw been of buik.

Glucosesensor

Sommige mensen gebruiken een sensor. Die meet altijd uw bloedsuiker. De sensor zit op uw huid, bijvoorbeeld op de arm. U leest de sensor af met een apparaat.