Echoscopie tijdens zwangerschap

Inleiding

Deze folder geeft algemene informatie over echoscopie tijdens de zwangerschap. Een verloskundige, huisarts of gynaecoloog bespreekt waarom echoscopie geadviseerd wordt en wat de uitslag van het onderzoek is.

Wat is echoscopie?

Wat is echoscopie?

Echoscopie is een techniek waarmee men organen in het lichaam zichtbaar maakt. Een andere naam is ultrageluid-onderzoek. Ultrageluid bestaat uit hoogfrequente golven die een transducer uitzendt. Het menselijk oor kan ze niet horen. De inwendige organen kaatsen deze geluidsgolven terug en ze worden zichtbaar op een scherm, de monitor. Er zijn twee soorten transducers. De ene maakt afbeeldingen via de buikwand; deze techniek noemt men uitwendige echoscopie. De andere is dun en langwerpig en brengt men in de vagina voor een inwendige of vaginale echo. Bij een verloskundige echo kijkt degene die het onderzoek doet naar het kind, de placenta en de hoeveelheid vruchtwater.

De echo

Uitwendige echo

Bij een uitwendige echo lig je op een onderzoekbank. Je maakt de onderbuik bloot. Om een goede geleiding van de geluidsgolven te verkrijgen brengt men gel op de buik aan. Voor een goed beeld in het begin van de zwangerschap is het over het algemeen nodig dat je een volle blaas hebt. Dat hoeft meestal niet als de zwangerschap verder gevorderd is dan drie maanden. Een uitwendige echo is niet pijnlijk. Wel is het drukken op de volle blaas vaak onaangenaam. Als plat liggen onprettig is, vraag dan of je wat meer rechtop kunt zitten.

Inwendige echo

Bij een inwendige echo lig je op de gynaecologische stoel, die je misschien al kent van het inwendig onderzoek. Een andere mogelijkheid is een onderzoekbank of bed, soms met een kussen onder de billen. Je trekt je onderbroek uit. De dunne transducer, met een condoom en glijmiddel brengt men in de vagina in. Het inbrengen doet meestal geen pijn. Een volle blaas is niet nodig, een lege blaas is zelfs beter.

Sommige vrouwen hebben moeite met een inwendige echo. Dat kan te maken hebben met vervelende seksuele ervaringen in het verleden of met een eerder pijnlijk gynaecologisch onderzoek. Wat ook de reden is, bespreek het van tevoren met degene die het echoscopisch onderzoek doet, zodat je samen naar een oplossing kunt zoeken. Misschien vind je het onderzoek minder vervelend als je de transducer zelf inbrengt.

Wanneer inwendige of uitwendige echo?

In het begin van de zwangerschap geeft men vaak de voorkeur aan een echo via de vagina. Omdat het uiteinde van de transducer op deze manier dichter bij de baarmoeder komt dan bij een uitwendige echo, ontstaat een beter beeld. Een jonge zwangerschap is dan duidelijker zichtbaar. De blaas moet bij de inwendige echo leeg zijn. Na de eerste drie maanden van de zwangerschap maakt men de echo uitwendig via de buikwand, tenzij er speciale redenen zijn om een inwendige echo te maken. Bloedverlies is niet bezwaarlijk voor een inwendige of uitwendige echo.

Hoe vaak wordt een echo verricht?

De verloskundige of arts adviseert echoscopisch onderzoek in principe alleen als er een reden voor is. Bij onzekerheid over de duur van de zwangerschap, is één echo meestal voldoende. Bij afwijkingen in het verloop van de zwangerschap, zoals een kind dat aan de kleine kant is voor de duur van de zwangerschap, maakt men regelmatig een echo om de groei te volgen. Ook bij meerlingen is dit gebruikelijk.

Wie maakt de echo? 

Wie maakt de echo?

De echo wordt gemaakt door een echoscopist, verloskundige, arts of (assistent-)gynaecoloog. Meestal kun je het echo-onderzoek zelf op het beeldscherm volgen. Degene die de echo maakt, kan tijdens het onderzoek uitleg van de beelden geven. Het is daarom ook mogelijk dat de echoscopist al tijdens het onderzoek de uitslag bespreekt. Wil je dat niet? Dan kun je dit kenbaar maken. Als de behandelend verloskundige of arts zelf de echo maakt, bespreekt deze de uitslag direct met u. In andere gevallen geeft de echoscopist de uitslag door aan de aanvragende arts of verloskundige, die de bevindingen met u bespreekt.

Waarom een echo?

In het begin van de zwangerschap

In het begin van de zwangerschap kan men met echo-onderzoek:

  • vaststellen of de zwangerschap zich in de baarmoeder bevindt

  • vaststellen dat het een intacte zwangerschap is, dat wil zeggen dat het hartje klopt

  • zien of het om een eenling of een meerlingzwangerschap gaat

  • de duur* van de zwangerschap vaststellen: de afmetingen van het kind geven een vrij nauwkeurige indruk van de termijn en de uitgerekende datum

  • vaststellen of de baarmoeder en eierstokken er normaal uitzien

* Dit wordt in medische woorden de termijn genoemd. Deze wordt berekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie, en niet vanaf het tijdstip van de bevruchting.

Later in de zwangerschap

Later in de zwangerschap kan de echo op een aantal andere vragen een antwoord geven, zoals:

  • de groei van de baby

  • de hoeveelheid vruchtwater

  • de plaats van de placenta

  • de ligging van de baby

  • afwijkingen bij de baby

Wat zie je niet op de echo?

Wat kan je niet zien met een verloskundig echo?

Bij een echo in de zwangerschap bekijkt men globaal het kind. Meestal beoordeelt men het hoofd en de romp. Dit betekent dat grote afwijkingen van het kind doorgaans wel gezien worden. Niet alle afwijkingen zijn echter zichtbaar: zo bekijkt men bijvoorbeeld niet als routine of de baby een hazenlip heeft. Men ziet niet alle aangeboren hartafwijkingen. Niet goed aaneengesloten wervels van de rug kunnen eveneens gemist worden, en ook kijkt men niet standaard of de ledematen zijn aangelegd. Met andere woorden: een echo is geen garantie voor een gezond kind of een kind zonder aangeboren afwijkingen.

Doppler-onderzoek

Tijdens het echo-onderzoek wordt soms een doppler-onderzoek verricht. Daarbij meet men de bloeddoorstroming in de navelstreng. Het onderzoek geeft informatie over het functioneren van de placenta. Het wordt alleen, en ook niet altijd, uitgevoerd als er een goede reden voor is, bijvoorbeeld groeivertraging van het kind of een ernstige vorm van hoge bloeddruk.

Risico’s 

Risico’s van echoscopisch onderzoek

Men past echoscopie al meer dan vijfentwintig jaar op grote schaal toe. Tot nu toe zijn in de praktijk en uit wetenschappelijk onderzoek geen nadelige gevolgen of schadelijke effecten naar voren gekomen. Wel zijn een enkele keer effecten als minimale groeivertraging en iets meer linkshandigheid bij het kind gezien, maar echte bewijzen zijn daar niet voor. Een garantie dat onbekende ongewenste effecten nooit zullen optreden, is niet te geven. Daarom is het verstandig om voorzichtig te zijn en echoscopie niet zomaar te gebruiken omdat het ‘zo leuk’ is. Voor de zekerheid raadt men aan alleen een echo te maken als deze nuttige informatie oplevert. Pretecho’s worden afgeraden. Een echo kan geen miskraam veroorzaken. Ook bij bloedverlies kan een vaginale echo geen kwaad. Een risico dat vaak vergeten wordt, is dat een echo wel eens onverwachte zaken aan het licht brengt. Het is dan een grote schok te horen dat je baby mogelijk een afwijking heeft. Aan de ene kant geeft je dit de gelegenheid om je emotioneel voor te bereiden op de geboorte van een baby met een afwijking, maar aan de andere kant betekent het ook vaak veel zorgen en soms onzekerheid in de rest van de zwangerschap. Gelukkig worden de meeste kinderen zonder afwijkingen geboren. De kans dat je met zo’n onverwachte uitslag te maken krijgt, is dan ook klein. De ervaring leert dat de meeste zwangere vrouwen toch zoveel mogelijk informatie willen hebben over het bestaan van eventuele afwijkingen. Mocht je hierover niet geïnformeerd willen worden, dan is het verstandig dit voor het echoscopisch onderzoek duidelijk kenbaar te maken.

Een laatste risico van een echo is het veroorzaken van onterechte ongerustheid: soms wordt er iets verkeerd opgemeten, soms lijkt er een afwijking te bestaan die later niet teruggevonden wordt of die niets te betekenen heeft. Dit komt gelukkig niet vaak voor.

Vragen

Aarzel niet om vragen te bespreken met je arts of verloskundige. Deze is altijd bereid een en ander nader toe te lichten.