Epidurale verdoving (ruggenprik)

Epidurale verdoving (ruggenprik)

De verdoving

Bekijk hier hoe de verdoving in zijn werk gaat.

Epidurale verdoving (ruggenprik)

Een epidurale verdoving heet ook wel een ruggenprik. Hiermee wordt een deel van uw lichaam verdoofd. U voelt dan minder pijn in dat deel, zoals in uw borst, buik of benen.

Urinekatheter

Bij een epidurale verdoving krijgt u bijna altijd een slangetje in uw blaas. Dit heet een urinekatheter. Dit gebeurt terwijl u slaapt. Het slangetje is nodig omdat u zelf niet kunt plassen zolang u verdoofd bent.

Nazorg na de verdoving

Uitwerking van de verdoving

Na de operatie voelt u misschien dat uw borst, buik of benen verdoofd zijn. U merkt dit omdat u daar minder pijn, kou of aanraking voelt. 

Als uw benen zwaar aanvoelen en u moeilijk kunt bewegen, komt dit door de verdoving. Geef dit aan bij de verpleegkundige. De verdoving wordt dan aangepast, zodat u uw benen weer kunt bewegen.

Pijn

Elke dag komt een verpleegkundige bij u langs. Hij of zij controleert uw pijnstilling en het slangetje in uw rug. Dit slangetje wordt een paar dagen na de operatie weggehaald. Dit doet geen pijn.

Risico's

Risico’s en complicaties

Elke medische ingreep heeft risico’s. Deze risico’s hangen af van verschillende dingen: 

  •  Hoe gezond u bent. 

  •  Hoe oud u bent. 

  •  Hoe u leeft, bijvoorbeeld of u rookt of alcohol drinkt. 

  •  Andere factoren, zoals het type operatie en ziektes die u heeft. 

 Meestal komen er weinig problemen voor, zelfs niet bij zieke patiënten of bij spoedoperaties. De arts let goed op u. Als er iets misgaat, kan de arts snel helpen en het probleem oplossen.

Risico’s en bijwerkingen bij een epidurale verdoving

  • Er is een kleine kans op een infectie bij de plek waar het slangetje in uw rug zit. Als dit gebeurt, wordt het slangetje weggehaald en de infectie behandeld. U krijgt dan een andere vorm van pijnstilling.

  • Soms zit het slangetje (de epidurale katheter) na de operatie niet op de juiste plek. U merkt dit doordat u nog steeds pijn heeft. Soms kan dit worden aangepast. Als dat niet lukt, wordt het slangetje weggehaald. U krijgt dan een andere vorm van pijnstilling.

  • Heel zelden raakt een zenuw beschadigd door de naald, een bloeding of een infectie. Het komt bijna nooit voor, maar in uiterste gevallen kan dit leiden tot blijvende verlamming.

Mogelijke bijwerkingen door anesthesie

  • U kunt een blauwe plek of infectie krijgen op de plek waar naalden of katheters zijn ingebracht.

  • Er kan een bloedstolsel ontstaan/loslaten (trombose/embolie), of een bloedvat kan ontsteken.

  • Soms kunt u last krijgen van een verdoofd gevoel of tintelingen op de prikplek door schade aan een zenuw.

  • Het kan moeilijk zijn om te slikken, of u kunt hees worden door de beademingsbuis die in uw luchtpijp wordt ingebracht.

  • Soms kunnen uw tanden of tandprotheses beschadigd raken door de buis in uw mond, vooral als tanden los zitten, u tandvleesontsteking heeft of bij porseleinen kronen (jackets).

  • U kunt misselijk worden of overgeven. Als het maagsap in de longen komt, kan dit gevaarlijk zijn. Het is daarom belangrijk dat u goed de regels volgt over niet eten en drinken voor de operatie (nuchterbeleid).

  • Soms voelt u warmte of een zwaar gevoel in uw armen of benen.

  • Zelden kunt u een allergische reactie krijgen, zoals jeuk of huiduitslag, door medicijnen waar u gevoelig voor bent.

  • In zeer zeldzame gevallen kunnen zenuwen beschadigd raken, wat kan zorgen voor gevoelloosheid of zelfs verlamming. Dit kan gebeuren door een ruggenprik of als u een lange tijd in een bepaalde houding ligt.

Ernstige complicaties bij anesthesie (komt zelden voor)

Ernstige allergie: Heel zelden kan een ernstige allergie optreden. Dit kan een shock geven of problemen met het hart en de ademhaling. 

Problemen met bloedtransfusie: Heel soms maakt uw lichaam afweerstoffen tegen het bloed van een transfusie. Dit kan ervoor zorgen dat u erg ziek wordt. Dit gebeurt bijna nooit.