Hallux valgus
U wordt binnenkort opgenomen in het ziekenhuis voor een operatie aan uw grote teen. De teen staat scheef. Dit heet hallux valgus. In deze folder krijgt u meer informatie over:
Wat hallux valgus is
Wat de operatie inhoudt


De anesthesioloog kijkt naar de vragenlijst die u via MijnStJansdal heeft ingevuld.
Op basis van uw antwoorden bekijkt de arts:
Of de operatie veilig is voor u.
Welke soort verdoving (anesthesie) het beste bij u past.
Of u extra onderzoek nodig heeft door de anesthesist of een andere arts.
Het is dus belangrijk dat u de vragenlijst goed en eerlijk invult.

Een apothekersassistent bespreekt telefonisch met u welke medicijnen u gebruikt. Een actueel overzicht van uw medicijnen is wenselijk.

Als alles goed is, kan de operatie doorgaan. De wachttijd voor de operatie is niet altijd hetzelfde. U wordt gebeld voor een operatiedatum.

Gebruikt u al medicijnen? Dan heeft u op papier meegekregen welke medicijnen u wel en niet mag gebruiken. Neem uw medicijnen mee naar het ziekenhuis. Zorg ook dat u thuis paracetamol heeft voor na de operatie.

U heeft krukken nodig voor na de operatie. Deze kunt u bijvoorbeeld kopen of lenen bij de thuiszorgwinkel. Oefen van tevoren met lopen op krukken.

Na de operatie mag u niet autorijden of fietsen. Regel daarom van tevoren iemand die u naar huis kan brengen.

De operatie duurt 30 tot 60 minuten.

Na de operatie begint uw herstel. Volg de leefregels en adviezen goed op. De verpleegkundigen komen regelmatig bij u om te kijken of het goed gaat. Heeft u vragen? Stel ze gerust. Tip: schrijf uw vragen van tevoren op, zodat u niets vergeet.
Na de operatie moet u bloedverdunners gebruiken om trombose (klontering van het bloed) te voorkomen. Dit kan Fraxiparine zijn of uw eigen bloedverdunners. U krijgt Fraxiparine met een prik in de huid van uw buik. U gebruikt dit tot 14 dagen na de operatie. Wij leren u hoe u dit zelf kunt doen.
U krijgt ook medicijnen tegen de pijn.

U krijgt een gipsschoen om uw voet. Deze krijgt u in de gipskamer. U moet deze schoen 6 weken dragen. U mag alleen op uw hak lopen. Hiervoor krijgt u een speciale schoen. U moet ook krukken gebruiken.
Er wordt een röntgenfoto van uw voet gemaakt.
Als u zich goed voelt, mag u met hulp van de verpleegkundige even lopen, bijvoorbeeld naar het toilet.
In uw arm zit een infuus. Als u niet misselijk bent en heeft gedronken en geplast, haalt de verpleegkundige het infuus eruit.

De arts beslist wanneer u naar huis mag. Dit is op dezelfde dag, als u goed met krukken kunt lopen.
Na de operatie kunt u pijn en zwelling in de voet hebben. Houd uw voet daarom vaak omhoog. U krijgt pijnstillers mee voor thuis.
Na 2 weken komt u terug naar het ziekenhuis. Op de gipskamer wordt het verband verwisseld en worden de hechtingen weggehaald. Soms lossen de hechtingen vanzelf op en hoeft dat niet.
Na 6 weken komt u op controle bij de orthopedisch arts. Dan wordt het gips verwijderd en wordt er een nieuwe röntgenfoto gemaakt om te zien hoe uw voet geneest.

Houd uw voet de eerste weken zo vaak mogelijk omhoog. Dit helpt tegen zwelling en pijn.
Beweeg uw enkel en tenen elke dag een beetje. Dit is belangrijk om trombose (bloedpropjes) te voorkomen.
U mag pijnstillers gebruiken als u pijn heeft. Bijvoorbeeld paracetamol. Soms krijgt u ook een recept voor andere pijnstillers van de arts.
Bespreek met uw werkgever of bedrijfsarts wat de operatie betekent voor uw werk. De bedrijfsarts kan informatie vragen aan uw specialist. Daarvoor moet u eerst toestemming geven.
De bedrijfsarts helpt u om weer aan het werk te gaan. Daarom is het belangrijk dat hij of zij weet wat er met u aan de hand is.
Het is goed om uw bedrijfsarts al vóór de operatie te informeren. Lukt dat niet? Doe het dan zo snel mogelijk na de operatie. Zo kunt u samen goede afspraken maken over terugkeer naar uw werk.

De kans op complicaties na deze operatie is klein. Na de operatie kan uw voorvoet en grote teen nog lang dik blijven. Bij sommige mensen blijft dit maanden, soms zelfs een jaar zo. Dit is normaal en geen probleem. Vaak is het gewricht van de teen iets minder soepel dan vóór de operatie. U merkt hier meestal weinig van in het dagelijks leven.
Overige complicaties
Trombosebeen (bloedpropje in het been) komt bijna nooit voor. Als u dit eerder heeft gehad (of een longembolie), vertel dit dan bij uw eerste afspraak in het ziekenhuis. U krijgt dan medicijnen om trombose te voorkomen.
Infectie. Soms raakt de wond ontstoken. Soms krijgt u dan antibiotica.
Pijn of een doof gevoel bij de teen kan ontstaan. Dat komt doordat een zenuw is geraakt of vastzit in littekenweefsel. Dit gevoel gaat meestal vanzelf weer over.
Langzaam groeiend bot. Soms groeit het bot heel langzaam weer vast. Dan moet u mogelijk het gips langer dragen. In zeldzame gevallen groeit het bot helemaal niet goed vast. Dan is soms een tweede operatie nodig.
Scheve teen komt terug. De teen kan na de operatie weer scheef gaan staan. Als dit geen klachten geeft, hoeft u meestal niet opnieuw geopereerd te worden. Alleen bij veel klachten kan er nog een tweede operatie nodig zijn.

U mag altijd bellen als u zich zorgen maakt. In de volgende situaties moet u direct contact opnemen:
U heeft koorts boven de 38,5°C. Een beetje verhoging is normaal na een botoperatie.
U bent benauwd.
Uw kuit is hard of pijnlijk.
U krijgt steeds meer pijn, ondanks pijnstillers en het hoog houden van uw voet.
Het gips is nat geworden.
Het gips zit te strak, ook al heeft u geprobeerd de zwelling te verminderen.
Het gips schuurt of drukt en doet pijn.
Het gips zit te los en u heeft er last van.
U kunt bellen met de Polikliniek Orthopedie. Het telefoonnummer is: 0341 - 46 37 70.