Inleiding
Hartkatheterisatie

U komt binnenkort naar het ziekenhuis voor een hartkatheterisatie. Dit heet een coronair angiogram (CAG). De arts kijkt of de bloedvaten van het hart vernauwd of verstopt zijn.


U komt binnenkort naar het ziekenhuis voor een hartkatheterisatie. Dit heet een coronair angiogram (CAG). De arts kijkt of de bloedvaten van het hart vernauwd of verstopt zijn.

Uw bloed wordt gecontroleerd. Werken uw nieren minder goed? Dan krijgt u voor het onderzoek een infuus met natriumbicarbonaat. Het infuus duurt ongeveer één uur. Het beschermt uw nieren.

Bespreek uw medicijnen altijd met uw arts. Neem een lijst mee van medicijnen die u gebruikt.
Gebruikt u Acenocoumarol of Fenprocoumon? Neem dan contact op met de trombosedienst. Geef ook snel de datum van het onderzoek door.
Gebruikt u DOAC (NOAC) medicijnen? U krijgt uitleg of u moet stoppen of doorgaan met deze medicijnen.
Overleg altijd met uw arts en de trombosedienst. Stop nooit zelf met uw medicijnen!

Heeft u een kunstklep? Stop niet met uw bloedverdunners! De trombosedienst helpt u. U krijgt prikken met bloedverdunners en uitleg over uw medicijnen (antistollingsmedicatie).

Gebruikt u plastabletten? Neem deze weer in na de behandeling.
Andere medicijnen kunt u gewoon innemen.
Twijfelt u? Neem contact op met uw zorgverlener.

U mag ’s ochtends gewoon ontbijten. Is uw onderzoek 's middags? Eet dan een lichte lunch.

Vertel het uw arts als u allergisch bent. Bijvoorbeeld voor medicijnen, contrastvloeistof, jodium of pleisters.

Spullen voor de nacht (nachtkleding/pyjama en toiletspullen). Misschien moet u blijven.
Zorgpas van uw ziektekostenverzekering
Een geldig ID (paspoort, ID-kaart, rijbewijs)
Uw medicijnen in de verpakking waar ze in zaten.
Sokken (het kan koud zijn)
Iets om te lezen of wat u kunt doen.
Neem GEEN waardevolle spullen mee. Het ziekenhuis niet verantwoordelijk als u iets kwijt bent of kapot gaat.
Hoe uw onderzoek in zijn werk gaat.

na katheterisatie via de pols

Na het onderzoek sluit de arts uw slagader af met een speciale band of manchet. De band blijft een paar uur zitten. Daarna komt er een pleister of verbandje op.
Na het onderzoek gaat u naar de verpleegafdeling. Daar krijgt u uitleg hoe lang u in bed moet blijven. Als u weer uit bed mag, krijgt u een mitella. Deze zorgt dat uw pols zoveel mogelijk rust krijgt. Verpleegkundigen controleren u regelmatig.

Het contrastmiddel gaat vanzelf uit uw lichaam.

Als het onderzoek goed gaat, mag u 's avonds of de volgende ochtend naar huis.
U mag niet zelf uw tas dragen of autorijden.

De cardioloog vertelt u direct wat de voorlopige uitslag is. U krijgt ook een afspraak voor de definitieve uitslag.
Soms is een behandeling meteen of snel nodig. De cardioloog bespreekt dit met u.
na katheterisatie via de lies

Na de behandeling wordt uw slagader dichtgemaakt met een klein plugje, de Angioseal. Het plugje verdwijnt vanzelf binnen 3 maanden. Het zetten kan even pijn doen. Lukt het niet? Dan wordt het wondje dichtgedrukt en krijgt u een drukverband tot de volgende ochtend.
Na de behandeling gaat u naar de verpleegafdeling. U krijgt uitleg over bedrust en hoe u moet liggen. Heeft u een Angioseal? Houd dan uw been recht. Verpleegkundigen controleren u regelmatig.

Als alles goed gaat, mag u de volgende dag naar huis. U mag niet zelf lopen of autorijden. Iemand die u ophaalt kan een rolstoel meenemen vanaf de hoofdingang.

De cardioloog bespreekt eerst de voorlopige uitslag met u. U krijgt een afspraak voor de definitieve uitslag.
Soms is meteen behandeling nodig. De cardioloog legt dit uit.

Het contrastmiddel gaat vanzelf uit uw lichaam.

Het onderzoek verloopt meestal goed. Soms kunt het volgende krijgen, maar het gaat meestal vanzelf over:
Onregelmatig hartritme
Blauwe plek bij de prik
Allergie voor contrastvloeistof
Pijn op de borst

Bloedstolsel: dat kan leiden tot een hartinfarct of herseninfarct
Kortademigheid
Beschadiging aan een bloedvat
Overlijden (zeer zelden)

Een uitgebreide beschrijving van de mogelijke risico’s staat in de brochure van de Nederlandse Hartstichting.

De eerste week mag u geen druk uitoefenen op de lies. Ondersteun uw lies tijdens het hoesten en persen.
Ook mag u de eerste week niet tillen of zware werkzaamheden doen. Rustig fietsen of traplopen kan wel.

U mag de eerste 3 dagen niet zelf autorijden.

Houd de pleister droog. Natte pleisters hebben een hogere kans op een ontsteking bij de wond.

U krijgt een kaartje met uitleg. Laat dit zien als u binnen 90 dagen weer een prik in de lies krijgt.

de zwelling (dikke plek) in de lies groter wordt;
u erg nabloedt. Bel 112 en druk stevig met uw vuist op de bobbel totdat er hulp is;
u meer pijn krijgt;
uw been, lies of voet kouder of warmer is dan normaal;
uw been of voet een andere kleur krijgt;
u benauwd wordt of pijn op uw borst voelt;
u last heeft van jeuk die niet overgaat;
als u uitslag (plekjes, vlekken) op uw huid krijgt.

Ondersteun uw arm. Heeft u een mitella? Gebruik deze de eerste 48 uur. Heeft u geen mitella? Leg uw arm vaak op een kussen.
Schud geen handen en draag geen tassen.
U mag de eerste 3 dagen niet zelf autorijden.
Zwelling (dikker worden van de plek). De eerste dagen is een gezwollen (dikke) arm normaal. Een blauwe plek en pijn in de arm of pols is ook normaal. Er kunnen nog een paar druppels bloed uit de wond komen.
Meer informatie over uw onderzoek of behandeling

Op de website van de Hartstichting vindt u meer informatie over dit onderzoek.