Heupfracturen
In deze folder vindt u informatie over verschillende breuken aan de heup, het verloop van de opname, de operatie en het natraject. Ook komen verwachtingen, risico’s en mogelijke complicaties aan bod. Bij een gebroken heup is een opname in het ziekenhuis en een operatie vrijwel altijd noodzakelijk. In deze folder wordt daarom uitgegaan van een operatie. De operatie en de revalidatie zijn een intensief traject voor u en voor de omgeving. Bij dit soort breuken en de operaties is tijdelijke acute verwardheid (delier) een veel voorkomende complicatie. Daarom is er in deze folder een stuk over acute verwardheid opgenomen.
Algemeen
Gebroken heupen, ofwel heupfracturen, komen jaarlijks veelvuldig voor. Vooral bij oudere mensen na een ongeval, zoals een val. Meestal komt dit doordat uw botten bij het ouder worden brozer zijn geworden. Dit wordt osteoporose genoemd. Omdat het skelet ter hoogte van de heup kwetsbaar is, komen breuken vaak op die plaats voor. Nadat de diagnose heupfractuur is gesteld, vindt een opname plaats op de chirurgische verpleegafdeling. Er vindt een opnamegesprek plaats waarbij het belangrijk is dat de verpleegkundige de juiste informatie krijgt. De verpleegkundige heeft onder andere aandacht voor riscofactoren zoals vallen, acute verwardheid, fysieke beperkingen, voeding en doorliggen. Daarnaast zal de verpleegkundige vragen stellen over een eventuele wens tot een behandelbeperking, zoals een niet-reanimeren wens. Ook stelt zij vragen over de thuissituatie en hoe goed u ter been was voor de opname. Met informatie over de thuissituatie en de mate van mobiliteit kan de verpleegkundige inschatten wat nodig is voor het revalidatietraject na de operatie. Zij zal inschatten of u na de opname terug kunt naar uw thuissituatie of dat een tijdelijke revalidatieplek nodig is. De verpleegkundige heeft hierbij de hulp nodig van u, familie en andere betrokkenen. De behandeling van een heufractuur komt vaak neer op een operatie die u zo snel mogelijk weer op de been moet helpen. Een operatie is vaak noodzakelijk, omdat u anders moeizaam ter been komt en uw algemene conditie dan snel achteruit gaat. Het doel is om u binnen 24 uur te opereren, door omstandigheden kan dit niet mogelijk zijn. Na de operatie kunt u in de meeste gevallen het been weer volledig belasten. Er zijn factoren die kunnen bepalen dat het been, na de operatie, niet belast mag worden. Dat is afhankelijk van de breuk, het soort operatie dat nodig is en de conditie van het bot. Uiteraard speelt ook de lichamelijke en geestelijk conditie van u een belangrijke rol bij de behandeling en het herstel.
De opnameduur is sterk afhankelijk van leeftijd, lichamelijke en geestelijke conditie. We streven er naar om op dag vijf (vier nachten) het ontslag uit het ziekenhuis te realiseren. Het kan gebeuren dat de opnameduur verlengd wordt wanneer een (tijdelijke) opname in een verpleeghuis of revalidatiecentrum nodig is.
Tijdens de opname zijn een aantal disciplines en afdelingen betrokken, waarbij uw hoofdbehandelaar de traumachirurg is. U kunt verder te maken krijgen met de volgende personen, disciplines en afdelingen:
Spoedeisende Hulp
Radiologie
Operatieafdeling
Geriatrie, waaronder de geriatrisch verpleegkundige en de geriater (medisch specialist voor ouderen)
Zaalartsen en verpleegkundigen
Fysiotherapie
Diëtetiek
Apothekersassistenten
De nazorgconsulent (revalidatie) / transferverpleegkundigen (thuiszorg)
Heupfracturen
Het heupgewricht vormt de verbinding tussen het bekken en het bovenbeen. De heup is een kogelgewricht, dat ervoor zorgt dat het been in een aantal verschillende posities gebracht kan worden. Het gewricht bestaat uit de heupkop van het bovenbeen of dijbeen en een heupkom in het bekken.
De heupfractuur is een breuk in het bovenbeen, vlakbij het heupgewricht. Er kunnen drie onderscheidingen worden gemaakt van heupfracturen:
Dijbeenhals-breuk (collumfractuur): de fractuur ligt in de hals (het bovenste gedeelte) van het dijbeen, ongeveer 2,5 tot 5 cm van de heup kop. Bij deze breuken is gebleken dat de bloedtoevoer aan de heupkop in het gedrang komt. Door een te lage bloedtoevoer kan de heupkop later zelfs afsterven.
Breuk door de verdikking van het dijbeen (pertrochantere fractuur): de fractuur ligt door de verdikking van het dijbeen en naast de hals. Deze breuk is minder stabiel en vraagt meer stabiliteit.
Breuk direct onder de verdikking van het dijbeen (subtrochantere fractuur): Deze breuk komt minder vaak voor en ligt onder de verdikking van het dijbeen.