Inleiding
Hoge bloeddruk
U heeft een hoge bloeddruk. Hier krijgt u meer informatie over wat een hoge bloeddruk is en wat de gevolgen hiervan zijn. Ook krijgt u informatie over hoe u uw bloeddruk kunt verlagen.

U heeft een hoge bloeddruk. Hier krijgt u meer informatie over wat een hoge bloeddruk is en wat de gevolgen hiervan zijn. Ook krijgt u informatie over hoe u uw bloeddruk kunt verlagen.

Meestal merkt u niets van een hoge bloeddruk. Maar als uw bloeddruk heel hoog is, kunt u wel klachten krijgen. U kunt dan:
Hoofdpijn hebben.
Moe zijn.
Misselijk zijn.
Moeilijk ademen.
Onrustig voelen.
Wazig zien.
Bloeddruk is de druk van het bloed in uw bloedvaten. Uw bloeddruk hangt af van:
Hoeveel bloed er door uw lichaam stroomt.
Hoe soepel of stijf uw bloedvaten zijn.
Zijn uw bloedvaten stijf?
Dan moet uw hart harder werken. Het hart moet dan harder pompen om het bloed erdoorheen te krijgen. De bloeddruk wordt dan hoger. De bloedvaten raken dan beschadigd en worden nóg stijver.

Uw arts kan u vragen om zelf uw bloeddruk te meten. Het is belangrijk dat u zich goed voorbereidt. Let op vóór het meten:
Doe een half uur van tevoren geen zware dingen (zoals sporten of fietsen).
Rook niet vlak voor het meten.
Drink geen koffie vlak voor het meten.
De bloeddruk heeft twee getallen:
Bovendruk (ook wel systolische druk, op de meter staat 'SYS')
Onderdruk (ook wel diastolische druk, op de meter staat 'DIA')
Gebruik een bloeddrukmeter voor de bovenarm. Een polsmeter is minder betrouwbaar. Op de website van de Hartstichting kunt u zien welke meters goed zijn.
Let op: De zorgverzekering betaalt meestal geen bloeddrukmeter.

Uw bloeddruk meten doet u zo:
Wanneer meten?
Ochtend: binnen 30 minuten na het opstaan (vóór het ontbijt en vóór medicijnen).
Avond: binnen 30 minuten vóór het slapen.
Hoe vaak meten?
Meet 3 keer achter elkaar.
Wacht 1 minuut tussen elke meting.
Wat niet doen vóór het meten (30 minuten van tevoren):
Gebruik geen alcohol.
Niet roken.
Drink geen koffie.
Doe geen zware inspanning.
Tijdens het meten
Zit rustig:
Met uw rug tegen de stoel.
Benen naast elkaar (niet over elkaar).
Arm op een tafel, op dezelfde hoogte als uw hart.
Meet altijd aan dezelfde arm.
Doe de band 2 tot 3 cm boven de elleboog.
Het slangetje moet aan de binnenkant van uw arm zitten.
Wacht 5 minuten voordat u begint.
Niet praten of bewegen tijdens het meten.
Schrijf op:
Na elk meetmoment: het gemiddelde van de bovendruk (SYS), onderdruk (DIA) en pols.
Meet op meerdere dagen per week. Zo krijgt u een goed beeld van uw bloeddruk.tekst
Overleg met uw arts wat u moet doen als uw bloeddruk te hoog is.

Roken is slecht voor uw hart en bloedvaten. Stoppen met roken is heel belangrijk voor uw gezondheid.
Te veel zout maakt uw bloeddruk hoger. Probeer minder dan 6 gram zout per dag te eten.
Eet elke dag 250 gram groenten en 2 stuks fruit.
Kies voor gezonde vetten (bijvoorbeeld olie, noten, vis) en eet minder ongezonde vetten, zoals in snacks en gebak.
Een geen drop. Drop, zoethoutthee en sommige snoepjes kunnen uw bloeddruk verhogen.
Let op: Als u een ernstige nierziekte heeft (eGFR < 30), overleg dan altijd met uw arts.
Bent u te zwaar, vooral bij uw buik? Dan is er meer kans op hoge bloeddruk.
Probeer een paar kilo af te vallen. Dit helpt uw hart en bloeddruk.
Beweeg minstens 150 minuten per week. Dat is 30 minuten per dag, 5 dagen per week.
Goede voorbeelden zijn wandelen, fietsen of zwemmen.
Meer of vaker bewegen is nóg beter. Bewegen helpt uw bloeddruk verlagen en maakt u fitter.

Alcohol verhoogt uw bloeddruk.
Drink liever geen alcohol, of maximaal 1 glas per dag.
Drink niet elke dag.
Door weinig of geen alcohol te drinken kunt u uw bloeddruk verlagen en wordt uw gezondheid beter.
Veel stress is niet goed voor uw bloeddruk.
Probeer te ontdekken waar uw stress vandaan komt.
Uw huisarts, een maatschappelijk werker of psycholoog kan u helpen.
Gezond leven is altijd belangrijk. Maar soms is dat niet genoeg om de bloeddruk omlaag te krijgen. Als u een hoog risico op hart- en vaatziekten heeft, kan de arts u ook medicijnen geven.

Er zijn verschillende soorten medicijnen tegen hoge bloeddruk. Vaak krijgt u meer dan 1 soort.
ACE-remmers en ARB's
Deze medicijnen zorgen dat uw bloedvaten wijder worden.
Uw bloeddruk gaat daardoor omlaag.
Ze helpen ook uw hart en nieren beter te laten werken.
Calciumblokkers
Deze medicijnen maken uw bloedvaten wijder.
Uw hart hoeft minder hard te werken.
De bloeddruk wordt lager.
Plaspillen (diuretica)
Deze medicijnen zorgen dat u meer plast.
Zo wordt er minder vocht vastgehouden in uw lichaam.
Daardoor daalt de druk op de bloedvaten.
Bètablokkers
Deze medicijnen zorgen dat uw hart langzamer en rustiger klopt.
Uw hart verbruikt minder zuurstof.
Zo wordt de bloeddruk lager.

Wilt u meer weten over een hoge bloeddruk? Op de website van de hartstichting vindt u meer informatie.