Kijkoperatie buik
Wat is een kijkoperatie?
Een kijkoperatie kan plaatsvinden in de buik of in de borst. Vindt de ingreep plaats in de buik, dan is het een ‘laparoscopie’. Gaat het om een ingreep in de borst, dan is het een ‘thoracoscopie’.
Bij een kijkoperatie wordt in principe hetzelfde gedaan als bij een ‘gewone’ operatie. Het gaat om het wegnemen van een ziek orgaan of het herstellen van een probleem. Alleen is het met deze techniek niet nodig een grote snee/wond in de buik of borstkast te maken.
Bij de ingreep in de buik, wordt de buik om te beginnen opgeblazen met koolzuurgas (CO2). Dit is een onschadelijk gas. Het ‘opblazen’ van de buik dient om meer ruimte te maken tussen de verschillende organen, zodat het mogelijk wordt veilig te opereren.
De borstkas hoeft niet opgeblazen te worden met koolzuurgas, omdat de borstkast open wordt gehouden door de ribben. De te operen long moet niet beademd worden. Een speciaal intubatiesysteem kan de longen dan ook onafhankelijk van elkaar beademen.
Daarna wordt een aantal buisjes in de buik of borstkas gebracht, meestal drie tot vijf. Deze buisjes zijn 0,5 of 1,0 cm dik. De wondjes in de buik- of borstwand worden hierdoor dus ook maar slechts 0,5 en 1,0 cm! Door één van de buisjes wordt een camera ingebracht, zodat de operateur op een televisiescherm de buik- of borstkasinhoud kan zien.
Door de andere buisjes worden instrumenten ingebracht waarmee wordt geopereerd, zoals schaartjes of een pincet, en soms extra instrumenten om de operatie gemakkelijker te maken. Dit verschilt per ingreep. Het opereren zelf gebeurt helemaal via het televisiescherm; vandaar de naam kijkoperatie. Om een orgaan te kunnen verwijderen, is het soms nodig één van de sneetjes iets groter te maken. Bij een buikoperatie wordt aan het einde van de ingreep al het koolzuurgas eerst verwijderd. Daarna worden in alle gevallen de wondjes gesloten. Indien nodig wordt er een wonddrain achtergelaten om het wondvocht af te laten lopen.
Het gebruik van bloedverdunnende medicijnen moet vaak één dag of een aantal dagen voor de operatie gestaakt worden. Dit moet echter altijd gebeuren in overleg met een arts. Meldt daarom het gebruik van bloedverdunners altijd aan degene die de operatie uitvoert. Indien u op aanraden van uw arts moet stoppen met de bloedverdunners en u bent onder behandeling bij een trombosedienst, dient u contact op te nemen met de trombosedienst binnen uw regio.