Longoperatie

Longoperatie

Inleiding

Waarom een longoperatie?

Een longoperatie kan nodig zijn bij een goedaardige afwijking, maar vaak is kanker de reden. Er zijn verschillende redenen om te opereren:

  • Om een diagnose te kunnen stellen: in de meeste gevallen staat de diagnose al vast, maar in enkele gevallen moeten we hierover tijdens de operatie zekerheid krijgen.

  • Om de patiënt te genezen; dit wordt een curatieve behandeling genoemd.

  • Om de ziekte te remmen en/of de klachten te verminderen; dan spreekt men van een palliatieve behandeling.

Zijn er andere behandelmethoden?

Met uw arts kunt u bespreken of er andere behandelmethoden voor u zijn. Dat is afhankelijk van de diagnose die bij u gesteld is.

U kunt besluiten af te zien van een operatie. Uw arts zal uw besluit respecteren en u alle noodzakelijke medische zorg en begeleiding blijven geven.

Voorbereiding op de operatie

Voordat de operatie gepland kan worden, heeft u verschillende afspraken. Dit is nodig om de operatie goed voor te bereiden. Zo is het van belang dat u in een zo goed mogelijke conditie bent. Ook moeten wij weten of u misschien nog andere ziektes heeft en of u bijvoorbeeld medicijnen gebruikt.

Alle hieronder genoemde afspraken vinden zoveel mogelijk plaats op één dag.

Gesprek met de chirurg

Voor de operatie heeft u een afspraak op de polikliniek met de chirurg. De chirurg geeft uitleg over de operatie, de manier van opereren en u kunt uw vragen stellen. U wordt door één van de longchirurgen geopereerd. Dit is niet altijd degene met wie u het gesprek heeft gevoerd.

Medicatiespreekuur

De apothekersassistent neemt uw medicijngebruik door. Neem hiervoor een actueel medicatieoverzicht mee. 

Het pre-operatief anesthesiologisch spreekuur

De anesthesioloog bekijkt de vragenlijst die u thuis heeft ingevuld. Aan de hand van uw antwoorden beoordeelt de anesthesioloog of u geopereerd kunt worden en welke vorm van anesthesie (verdoving) voor u het beste is.

 Ook beoordeelt de anesthesioloog of er aanvullend onderzoek nodig is door een andere specialist. Het is dus belangrijk om de vragenlijst zorgvuldig in te vullen.

Gesprek met de fysiotherapeut

Het is belangrijk dat u in een goede lichamelijke conditie bent voor de operatie. U herstelt dan na de operatie sneller en met minder complicaties. Daarom nodigt de afdeling fysiotherapie u uit voor een screening van uw fitheid. Ook krijgt u uitleg over ademhalingsoefeningen, die na de operatie belangrijk zijn.

Telefonisch gesprek met de diëtiste

Een goede voedingstoestand voorafgaand aan de operatie is van belang om het herstel na de operatie te bespoedigen en het risico op complicaties te verkleinen. Daarom wordt u door de diëtiste gebeld voor een voedingsadvies.

De opname

Algemeen

Bereid u voor en houd u aan de onderstaande instructies.

Voorbereiding op uw operatie

Bij een longoperatie krijgt u algehele verdoving (narcose). Voor deze ingreep is het noodzakelijk dat u nuchter bent. Dit betekent dat u op de dag van de operatie vanaf een bepaald tijdstip niet meer mag eten en drinken. De anesthesioloog geeft u hier meer informatie over.

Wat neemt u mee?

  • Een geldig legitimatiebewijs. Bijvoorbeeld een rijbewijs, id-kaart of paspoort.

  • Een lijstje met de medicijnen die u gebruikt.

  • Comfortabele kleding en reservekleding.

  • Telefoonnummer van uw contactpersoon.

Duur van de opname

De totale opname duurt ongeveer drie tot zeven dagen.

Medicijnen

Bereid u voor door de onderstaande stappen goed door te lezen.

Medicijnen

Bespreek uw medicijngebruik met uw arts.

De operatie

Bekijk hier hoe de operatie in zijn werk gaat

Longoperatie

Verandering van uw behandelplan

Meestal staat het operatieplan van tevoren vast. Soms blijkt pas tijdens de operatie:

  • dat de knoopsgat-operatie technisch niet mogelijk is, de chirurg zal dan overgaan op een open operatie;

  • dat het weghalen van het longweefsel met een operatie geen goede behandeling van uw aandoening lijkt.

Ondanks alle vooronderzoeken is dit niet altijd te voorkomen. Het is belangrijk om hier rekening mee te houden. Na de operatie vertelt de chirurg wat er precies is gedaan.

De ingreep duurt ongeveer twee tot tweeëneenhalf uur.

Nazorg

Na de operatie

Nazorg na uw operatie

Uw contactpersoon wordt op de hoogte gesteld

Direct na de operatie wordt uw contactpersoon gebeld om u te informeren over het verloop van de operatie.

Resultaat van de operatie

De resultaten van de operatie worden met u besproken zodra de uitslag van het weefselonderzoek bekend is. Dit duurt vijf tot zeven dagen.

Pijn

Na de operatie kan u pijn ervaren, maar ook gevoelloosheid van de huid. Dit trekt binnen enkele weken tot maanden bij. Pijn kunt u behandelen met pijnmedicatie. Bespreek dit met uw zorgverlener.

Wondverzorging

Na de operatie heeft de wond vaak oplosbare hechtingen; deze hoeven niet verwijderd te worden. De zorgverlener zal dit met u bespreken. Belangrijk is dat u de wond blijft observeren en bij twijfel contact opneemt met uw zorgverlener.

Douchen

U mag vaak meteen of binnen 48 uur weer douchen.

Gevolgen van de longoperatie

Door het wegnemen van de long of een gedeelte ervan ontstaat ruimte in de borstholte. Als een gedeelte van de long is verwijderd, vult de ruimte zich met het overgebleven deel van de long. De borstkas zal vaak iets kleiner worden aan de kant van de longoperatie en het middenrif kan iets omhoog komen.

 Als een long in zijn geheel verwijderd is, dan vult de ontstane ruimte zich met weefselvocht. In een later stadium wordt dat omgezet in een soort littekenweefsel.

Wat u wel en niet kunt na de operatie is afhankelijk van de kwaliteit van uw longen vóór de operatie, van de hoeveelheid longweefsel dat verwijderd is en van uw conditie.

Leefregels thuis

Houd u aan de volgende leefregels voor een goed herstel.

Weer naar huis

Afhankelijk van uw herstel gaat u na ongeveer drie tot zeven dagen weer naar huis. Als u naar huis gaat, krijgt u een controleafspraak mee voor bij de longarts. Houdt u zich tot deze afspraak aan de leefregels.

Dagelijkse activiteiten na de operatie

  • Doe het de eerste zes weken rustig aan. Dat wil zeggen, niet sporten, zwaar tillen of zwaar (huishoudelijk) werk doen.

  • Doe alleen dingen die u gemakkelijk kunt doen en vol kunt houden. Langzaam aan kunt u uw activiteiten uitbreiden, zonder dat u daar overmatig moe of kortademig van wordt. Ook sociale activiteiten zoals het ontvangen van bezoek of mentale inspanning kunnen eerst vermoeiend zijn. Bouw dit rustig op.

  • Blijf wel u arm en schouder aan de geopereerde kant bewegen. We raden u af om uw arm boven uw schouder te strekken. Daarnaast is er geen bezwaar tegen seksuele gemeenschap.

Wondverzorging

Als de wond droog is, hoeft u er niets op te doen. Lekt de wond nog wel vocht? Verbind de wond dan met een droog gaasje.

 De wond kan vier tot acht weken opgezet zijn door opgehoopt wondvocht. Dit verdwijnt vanzelf.

Delen van de huid rond de wond kunnen gevoelloos zijn. Bij de operatie heeft de chirurg namelijk kleine huidzenuwtjes doorgesneden. Deze groeien weer heel langzaam aan. Daardoor komt het gevoel meestal weer langzaam terug.

Niet roken

Na de behandeling is het belangrijk dat u niet rookt.

Ondersteuning borstkas

Ondersteun de borstkas tijdens het ophoesten. Dit vermindert de pijn en spanning op de wond.

Geef bijvoorbeeld met een handdoek tegendruk bij de wond als u hoest. U hoeft niet bang te zijn dat uw wond openspringt bij hoesten, niezen of diep ademhalen.

Niet autorijden

Wij raden u af om direct na ontslag zelf weer auto te gaan rijden.

Om auto te rijden moet u alert kunnen reageren en vrij kunnen bewegen. Door nawerking van medicijnen reageert u mogelijk trager dan normaal. Bovendien kan wondpijn uw bewegingen belemmeren. Voordat u weer gaat autorijden, moet u uw hoofd gemakkelijk en zonder pijn kunnen bewegen.

Risico's op complicaties

Risico's en complicaties

Complicaties die kunnen voorkomen:

  • Longontsteking

  • Tijdelijke hartritmestoornissen

  • Luchtlekkage (hiervoor krijgt u een drain)

  • Verstopping van een deel van de luchtweg door een slijmprop: dit heet atelectase

  • Nabloeding

Complicaties die zeer zelden voorkomen:

  • Wondinfectie

  • Heesheid

  • Uitval van het middenrif

Tijdens de operatie:

  • Soms hoopt er een beetje lucht op onder de huid. Dit is niet ernstig.

  • U verliest altijd een beetje bloed tijdens de operatie; het is echter zelden noodzakelijk om hiervoor een bloedtransfusie te geven.

  • Een enkele keer ontstaat er een grotere bloeding tijdens de operatie.

De chirurg bespreekt met u de mogelijke complicaties van uw operatie.

Diep ademhalen

U kunt na de operatie moeite hebben met diep ademhalen. Om een longontsteking te voorkomen is het belangrijk dat u goed diep blijft ademen, zuchten en hoesten.

Ophoesten van slijm

Diep in- en uitademen kan een hoestprikkel geven. Bij het hoesten komt er vaak slijm omhoog. Slijm in de longen zorgt ervoor dat de longen minder goed werken. Daarom is het ophoesten van slijm belangrijk.

Bloed bij het opgehoeste slijm

Het is normaal dat er na de operatie soms oud bloed in het opgehoeste slijm zit. Dit komt door de operatie en geïrriteerde en kwetsbare luchtwegen.

Neem contact op met uw zorgverlener bij:

  • koorts (temperatuur boven de 38,5 graden Celsius);

  • wondproblemen: als de wondjes of wond rood, pijnlijk of dik wordt. Ook als er troebel vocht uit komt;

  • toenemende kortademigheid of hoesten, vooral gecombineerd met koorts.

Aanvullende informatie

Het ademhalingsstelsel

Bekijk de bovenstaande animatie over de werking van ons ademhalingsstelsel