Nazorg na een hartinfarct

Nazorg na een hartinfarct

Inleiding

Nazorg na een hartinfarct

U bent pas opgenomen met een hartinfarct. Bij een hartinfarct (of hartaanval) stopt plotseling een bloedvat in het hart.

Dit kan erg schrikken zijn voor u en uw familie. Hier leest u wat er in uw hart gebeurt en hoe u kunt herstellen.

Wat is een hartinfarct?

Wat is een hartinfarct?

Risicofactoren

​Risicofactoren zijn dingen die de kans op een hartinfarct groter maken. Hoe meer risicofactoren u heeft, hoe groter de kans op hart- en vaatziekten. Voorbeelden van risicofactoren:

  • Roken;

  • Te hoog cholesterol;

  • Hoge bloeddruk;

  • Diabetes (suikerziekte);

  • Overgewicht;

  • Te weinig bewegen;

  • Hart- en vaatziekten in de familie (voor het 60e jaar);

  • Veel stress.

Gevolgen van een hartinfarct

Hartfalen

Na een hartinfarct kan er een litteken ontstaan in het hart. Het hart pompt nog steeds bloed, maar het litteken doet niet mee. Hoeveel klachten u krijgt, hangt af van de plek en grootte van het litteken.

Het hart moet harder werken om het bloed rond te pompen. Als het hart dit niet goed kan, noemen we dat hartfalen. Hartfalen kan zorgen voor:

  • Vocht vasthouden in enkels, benen, buik of longen

  • Kortademigheid

Hartfalen kan meteen na het hartinfarct ontstaan, maar ook later. Het litteken kan ervoor zorgen dat het hart van vorm verandert. Dit maakt het pompen van bloed moeilijker.

Kans op ritmestoornissen

Het hart werkt door kleine elektrische stroompjes. Deze zorgen dat het hart op het juiste tempo klopt. Door het hartinfarct werkt dit soms niet goed. Het litteken kan de normale stroom van elektriciteit in het hart verstoren. Hierdoor kunt u later hartritmestoornissen krijgen.

Thuis na een hartinfarct

Een hartinfarct kan heftig zijn voor u en uw naasten. Na het infarct heeft u tijd nodig om te herstellen. De eerste weken kunt u vaak nog niet alles doen zoals vroeger. U kunt veel moe zijn, soms maanden lang. Uw lichaam heeft tijd nodig om te herstellen. Het kost ook tijd om weer vertrouwen in uw lichaam te krijgen. Praat met uw familie of naasten over uw gevoelens, angsten en onzekerheden.

Behandelingen

Acute behandelingen

Hoe eerder het verstopte bloedvat weer open is, hoe beter. Daarom behandelen we een hartinfarct snel.

Dotter- en stentbehandeling

Meestal krijgt u in het ziekenhuis een dotter- en stentbehandeling (PCI). De arts maakt een klein sneetje in uw pols of lies. Via dit sneetje gaat een klein slangetje (katheter) naar het hart. Aan het slangetje zit een balonnetje. Dit ballonnetje wordt opgeblazen op de plek waar het bloedvat dicht zit. Zo gaat het bloedvat weer open. Soms plaatst de arts ook een stent. Dat is een klein buisje dat het bloedvat open houdt. Zo kan het bloed weer goed stromen en blijft het bloedvat open.

Medicijnen

Na een hartinfarct krijgt u medicijnen. Deze medicijnen helpen dat u geen nieuw hartinfarct krijgt.

Antistollingsmedicijnen

Deze medicijnen zorgen dat er geen bloedstolsels in uw hart komen. Zo verkleint u de kans op een nieuw hartinfarct. U krijgt meestal twee soorten antistollingsmedicijnen:

  • Ascal: dit gebruikt u uw hele leven.

  • Clopidogel of Ticagrelor: dit gebruikt u tot een jaar na het plaatsen van een stent.

Stop nooit zelf met deze medicijnen. Overleg altijd eerst met uw cardioloog of verpleegkundig specialist.

Cholesterol verlagende middelen

Hoog cholesterol kan uw bloedvaten beschadigen. Dit kan een hartinfarct veroorzaken. U krijgt medicijnen die uw cholesterol verlagen. Deze medicijnen heten statines. Het is belangrijk dat u gezond eet.

ACE-remmer of Angiotensine–II–remmer

ACE-remmers verlagen de bloeddruk. Een lagere bloeddruk betekent dat uw hart minder hard hoeft te werken. Hierdoor verandert het litteken in uw hart minder van vorm. Het hart kan zo beter blijven pompen. Als u ACE-remmers niet goed verdraagt, kan de cardioloog een Angiotensine-II-remmer geven. 

Bètablokker

Bètablokkers zorgen dat uw hart langzamer klopt. Het hart pompt het bloed rustiger rond. Vaak wordt ook uw bloeddruk lager. Het hart hoeft minder hard te werken. De kans op hartritmestoornissen wordt kleiner.

Maagbeschermer

Door de antistollingsmedicijnen is de kans op maagbloedingen groter. Een maagbeschermer beschermt uw maag en het begin van de dunne darm. Dit medicijn maakt een beschermlaagje in de maag. Zo is de kans op bloedingen kleiner.

Leefstijladviezen

U kunt de kans op een nieuw hartinfarct verkleinen door gezond te leven.

Stop met roken

Roken is slecht voor uw hart- en bloedvaten. Het kan bloedvaten beschadigen en cholesterol laten ophopen. Zo is de kans groter op nieuwe vernauwingen en een nieuw hartinfarct.

Voldoende bewegen

Beweeg elke dag een beetje, bijvoorbeeld wandelen. Loop elke dag een stukje verder, maar luister naar uw lichaam. Vraag eventueel iemand om mee te gaan. Bewegen houdt uw hart gezond, verbetert uw conditie en helpt uw cholesterol.

Gezond eten

Eet gezond en afwisselend, bijvoorbeeld volgens de Schijf van Vijf. Eet veel groente en fruit. Kies voor volkoren producten. Gebruik vooral verse en onbewerkte producten. Eet weinig vlees, zout, suiker en vet. In kant-en-klare producten zit vaak vele suiker, zout en vet. Vervang vlees soms door vis of eet vaker zonder vlees.

Gezond gewicht

Zorg voor een gezond gewicht. Een gezond gewicht is een BMI tussen de 18,5 en 25. Vet rond de buik is extra ongezond.

Alcohol

Drink liever geen alcohol. Drinkt u wel? Drink dan niet meer dan 1 tot 2 glazen per week.

Stress

Probeer stress te verminderen. Zorg voor een goede balans tussen inspanning en ontspanning.

Overige leefregels en adviezen

Autorijden

U mag de eerste 4 weken niet autorijden. Dit is een regel van het CBR. In deze weken is er meer kans op hartritmestoornissen. Uw lichaam moet ook wennen aan nieuwe medicijnen. Sommige medicijnen maken u minder alert (oplettend). Rijdt u toch zelf? Dan bent u niet verzekerd.

Na 4 weken mag u weer autorijden. Begin rustig. Vermijd druk verkeer en lange ritten. Neem genoeg pauzes.

Werken

Als u werkt, heeft u na uw hartinfarct contact met de bedrijfsarts. Samen bespreekt u hoe en wanneer u weer kunt werken. Als het nodig is, overlegt de bedrijfsarts met uw cardioloog of huisarts.

Sporten

  • Als u weer 30 minuten stevig door kunt lopen, mag u langzaam beginnen met sporten.

  • Na 2 weken mag u weer fietsen. Fiets rustig en let op kou en wind.

  • 6 weken nadat u uit het ziekenhuis kwam, mag u weer zwemmen. Blijf weg van plotselinge wisselingen van temperatuur.

  • Koude baden na de sauna zijn zwaar. Doe dit pas als u zich goed voelt.

Huishoudelijk werk en tuinieren

  • Verdeel huishoudelijk werk over de dag en week.

  • Loop liever 2 keer met een lichte tas dan één keer met een zware tas.

  • Wees voorzichtig met zwaar werk in de tuin de eerste weken. Bijvoorbeeld: hurken, onkruid wieden of spitten.

  • Sta langzaam op uit een stoel of van de grond. Wordt u duizelig? Kruis uw benen bij het opstaan. 

Seksualiteit

Als u traplopen zonder problemen kunt, mag u ook weer seksueel actief zijn. Twee trappen lopen is voor het hart ongeveer even zwaar als seksuele acitiviteit. Heeft u moeite om weer seks te hebben? Bespreek dit met uw cardioloog of huisarts. Soms ontstaan erectieproblemen na een hartinfarct. Dit kan komen door medicijnen, slechte doorbloeding of stress. Bespreek dit met uw cardioloog.

Vakantie

Maak de eerste 4 weken na een hartinfarct geen lange vliegreizen. Na 4 weken mag u weer reizen als u zich goed voelt. Neem voldoende medicijnen mee en uw medicatie-overzicht. Het is handig om een kopie van uw laatste hartfilmpje mee te nemen. Dit kan helpen als u tijdens vakantie klachten krijgt.

Wij adviseren om de eerste vier weken na het hartinfarct geen lange vliegreizen te maken.

Vervolgtraject

Polikliniek cardiologie

2 tot 4 weken na ontslag heeft u een controleafspraak. De cardioloog of verpleegkundig specialist kijkt hoe het met u gaat. U bespreekt:

  • Of u nog klachten heeft;

  • Hoe het herstel gaat;

  • Hoe het met uw medicijnen gaat.

U kunt ook vragen stellen over uw opname en herstel.

Hartrevalidatie

U krijgt een uitnodiging voor hartrevalidatie. Tijdens hartrevalidatie werkt u aan uw herstel en conditie. U krijgt uitleg over de lichamelijke gevolgen van een hartinfarct, zoals moe zijn en benauwdheid. Er is ook aandacht voor uw gevoel. U leert omgaan met angst, spanning en onzekerheid.

De zorgverlener geeft u meer informatie over hartrevalidatie.

Wanneer moet ik contact opnemen?

Neem contact op met uw huisarts of het ziekenhuis als u deze klachten krijgt:

  • Pijn op de borst;

  • Gevoel dat u kunt vallen;

  • Duizeligheid;

  • Meer last van benauwdheid.

Contact

Polikliniek cardiologie: telefoonnummer 0341 - 46 37 45.

Of stuur een bericht via MijnStJansdal.