Ontslag uit het Moeder&Kind Centrum

Adviezen voor de kraamvrouw

In deze folder geven we je informatie over de belangrijkste dingen in de eerste tijd nadat je thuis gekomen bent met je baby.

Hygiëne

In het kraambed is handhygiëne erg belangrijk. Was regelmatig je handen! In ieder geval in de volgende situaties: na toiletbezoek, na het eten, voor en na de verzorging van je baby. Vóór de borstvoeding of het klaarmaken van flesvoeding.

De baarmoeder

Na de bevalling is er aan de binnenkant van de baarmoeder een wond ontstaan, daar waar de placenta (moederkoek) heeft vastgezeten. Het bloedverlies komt daar vandaan. De eerste paar dagen is het bloedverlies helderrood en meer dan bij een gewone menstruatie. Daarna wordt het bloedverlies minder en donkerrood of bruin van kleur. Uiteindelijk wordt het een afscheiding die geel van kleur of doorzichtig is. Als je wat meer in beweging komt, kan het nog wel weer een paar dagen wat meer en helderrood worden. Na vier tot zes weken is het vloeien over. Als het bloed sterk gaat ruiken, is het goed om de verloskundige in te lichten; de oorzaak kan een ontsteking zijn.

Naweeën en stolsels

De baarmoeder is een spier die regelmatig sterk samentrekt om de wond te dichten. Deze samentrekkingen noemen we naweeën. Je mag, als je er veel last van heeft, om de zes uur twee Paracetamols (500 mg.) innemen. Bij het geven van borstvoeding komt er ook een hormoon vrij dat voor samentrekking van de baarmoeder zorgt. Meestal zijn pijnlijke naweeën binnen twee dagen over. Als het bloed in de baarmoeder blijft, omdat die even niet goed samentrekt, kan het zijn dat het gaat stollen. Stolsels kunnen zo groot zijn als een vuist. Als dit vaker voorkomt, adviseren wij dit door te geven aan je verloskundige.

Plassen

Net onder de baarmoeder in de buikholte bevindt zich de blaas. Het is goed om vaak te gaan plassen, in ieder geval elke drie uur, om de blaas leeg te houden. Een volle blaas houdt het samentrekken van de baarmoeder tegen, waardoor je meer gaat vloeien uit de wond aan de binnenkant van de baarmoeder. Na of tijdens het plassen spoel je met water. Na elk toiletbezoek verwissel je het verband. Hygiëne is belangrijk om infecties te voorkomen. Als het plassen erg zeer doet kun je ook onder de douche plassen; de waterstraal van de douche verlicht het branderige gevoel.

Pijnstilling

Pijn komt vaak voor na een bevalling. Dit kan allerlei oorzaken hebben; zoals hechtingen, naweeën, stuwing, tepelkloven of spierpijn. Als pijnstilling mag je Paracetamol gebruiken, maximaal zes tot acht tabletten van 500 mg. per 24 uur. Dit mag ook als je borstvoeding geeft.

Perineum en hechtingen

Na de bevalling is het perineum (het gebied tussen de plasbuis en de anus) vaak gezwollen en pijnlijk. Als je er voorzichtig en recht op gaat zitten, geneest dit vaak het beste. Zo voorkom je ook pijn in je rug van een verkeerde houding. Een ijskompres kan verlichting geven. Hechtingen lossen vanzelf op. Als je er veel last van heeft, kunnen uitwendige hechtingen na vijf tot zeven dagen worden verwijderd door de verloskundige.

Ontlasting na de bevalling

Het duurt vaak een aantal dagen voordat je ontlasting krijgt in het kraambed. Eet daarom vezelrijk (groente, fruit en volkoren producten) en drink voldoende.

Stuwing bij borstvoeding

In de dagen na de bevalling zullen de borsten voller en steviger worden. De bloedvoorziening neemt toe en daarna ook de melkproductie. Hierdoor kan je temperatuur wat stijgen en de borsten kunnen gespannen en warm aanvoelen. Dit is een milde stuwing, meestal komt dit voor als de melkproductie op gang komt. Het is belangrijk, zeker in deze fase, dat uw baby goed en regelmatig aangelegd wordt. Mocht je temperatuur boven de 38 graden Celsius uitkomen, dan spreken wij van koorts en adviseren wij contact op te nemen met je verloskundige.

Stuwing bij flesvoeding

Wanneer je flesvoeding geeft, is het aan te raden je borsten zo min mogelijk te stimuleren en extra warmte te vermijden. Draag in het kraambed een strakke BH. Wanneer er hevige stuwing is, overleg dan met je kraamverzorgende of verloskundige wat je het beste kunt doen.

Kraamtranen

Een bevalling is een emotionele en aangrijpende gebeurtenis. Een paar dagen na de bevalling ben je soms ineens erg moe en de pijnklachten lijken op zo’n dag veel erger. Bovendien spelen de hormonen ook een grote rol. Een 'huildag' hoort bij de kraamtijd en is heel normaal. Geef er gerust aan toe.

Adviezen voor de baby

Temperatuur

Een baby die net geboren is, moet zich aanpassen aan de temperatuur buiten de baarmoeder. Koude handjes, voetjes en neus van je baby zeggen niets over de temperatuur.
De temperatuur van de baby moet tussen de 36,5°C en 37,5°C liggen. Als de temperatuur lager is dan 36,5°C zorgt je voor warmte. Dit kan door voeding te geven, een kruik in de wieg te leggen, een mutsje op te doen of eventueel een extra deken te geven. Neem in elk geval een uur nadien nog een keer de temperatuur van de baby op.
Wanneer de temperatuur van je baby onder de 36,0°C is, neem je contact op met je verloskundige.

Als de temperatuur hoger is dan 37,5°C, zorg je voor verkoeling, Dit kan door de kruik uit de wieg te halen, voeding te geven, je baby minder warm aan te kleden of een dekentje weg te halen.
Wanneer de temperatuur van je baby hoger is dan 38,0°C neem dan ook contact op met uw verloskundige.

Poepen en plassen

Een baby moet binnen 24 uur gepoept en geplast hebben. De eerste ontlasting wordt meconium genoemd, deze is zwart en teerachtig. De billetjes zijn vaak moeilijk schoon te maken. De ontlasting wordt steeds lichter van kleur tot het lichtbruin is (of geel bij borstvoeding). Een baby moet ook binnen 24 uur geplast hebben. Gedurende de eerste dagen heeft de baby, afhankelijk van de hoeveelheid voeding, twee of drie natte luiers. Na een week is bijna iedere luier nat. Soms zie je de eerste twee dagen een oranje/rood vlekje in de luier. Dit noemen we uraat en het komt vaak voor als je baby nog niet veel drinkt. Meisjes kunnen na de geboorte soms wat slijm of bloed verliezen. Dit wordt schijnmenstruatie genoemd en komt door hormonen. Dit is niet ernstig en gaat vanzelf weer over.

Borstvoeding

Je kunt je baby aanleggen bij zoekbewegingen, smakken of huilen. Laat maximaal vier uur tussen de voedingen zitten. Probeer overdag om de twee à drie uur aan te leggen, dit stimuleert het aanmaken van de borstvoeding. Het kan ongeveer drie dagen duren (soms langer) voordat de voeding goed op gang is gekomen. Je kunt gebruik maken van de kennis van onze lactatiekundigen. Dit zijn verpleegkundigen die een extra opleiding gehad hebben om je te kunnen helpen bij problemen rondom de borstvoeding. Zij hebben een spreekuur op maandag en donderdag. Je kunt hen per mail bereiken: lactatiekundigen@stjansdal.nl of eventueel per telefoon (0341) 46 34 09.

Flesvoeding

Als je flesvoeding geeft, krijgt je baby in principe zeven à acht voedingen per dag. Geef je baby de eerste dag 10-15 ml voeding per keer. Geef elke dag 10 ml. meer per voeding, tot 100 ml. per keer.
Kook flessen en spenen voor het eerste gebruik tien minuten uit in kokend water en daarna één keer per dag drie minuten. Alle soorten flesvoeding die je in Nederland kunt kopen zijn goedgekeurd. De samenstelling van flesvoeding is vastgelegd in de Warenwet.

Spugen

De eerste 24 tot 48 uur zijn baby’s soms wat misselijk en kunnen ze spugen. Ook kan bellen blazen een teken zijn van misselijkheid. Sommige baby’s spugen het vruchtwater dat ze hebben ingeslikt weer uit; dit vruchtwater kan vermengd zijn met wat rood-bruin bloed of slijm. Dit is normaal.

Huilen

Baby’s huilen regelmatig. Huilen kan onder andere een teken zijn van honger, een vieze luier, kramp, zuigbehoefte of een boertje dat dwars zit.
Je baby moet wennen aan de wereld buiten de baarmoeder. Een baby wordt vaak rustig als hij bij jou of je partner ligt.

Geel zien

Baby’s gaan vaak na een dag of drie geel zien. Dit komt omdat de lever zich moet aanpassen aan de situatie buiten de baarmoeder. De stof die zorgt dat je baby geel ziet heet bilirubine. Bilirubine gaat via de ontlasting het lichaam uit. Zonlicht zorgt voor extra afbraak van bilirubine. Als je baby geel is en erg sloom wordt, niet meer wil drinken en slecht wakker te maken is, neem dan contact op met je verloskundige. Op de website www.babyzietgeel.nl staat veel informatie over de kans op geelzien van je baby. Jouw verloskundigen en de kraamzorg zijn op de hoogte van deze website en ook jij kunt hier zo nodig op kijken voor informatie.

Navelstompje

Na de bevalling doen wij een cordring om de navelstreng en knippen we deze door. Er blijft dan een stompje over. Het navelstompje droogt helemaal in en valt er af. Dit is meestal tussen de vijfde en tiende dag. De kraamverzorgende zal het navelstompje verzorgen en controleren.

Hielprik / gehoortest

Op de vierde of vijfde dag na de bevalling krijgt je baby de hielprik. Hierbij neemt een verpleegkundige een beetje bloed uit het hieltje af. Dit wordt onderzocht op een aantal aangeboren afwijkingen: ziekten die te behandelen zijn met een dieet of medicijnen. Als de uitslag goed is, hoor je niets. Bij afwijkende uitslagen krijg je binnen drie maanden bericht. Gelijktijdig met de hielprik neemt men meestal ook meteen een gehoortest af.

Huiduitslag

De eerste week krijgt je baby soms wat uitslag of pukkeltjes. De huid moet nog wennen aan de nieuwe omgeving. De uitslag betekent niet meteen dat je baby ergens allergisch voor is. Het is wel aan te raden om op te letten met geparfumeerde wasmiddelen en verzorgingsmiddelen voor de huid.

Gewicht verliezen

Het is normaal dat je baby in de eerste week wat afvalt. Dit mag niet meer zijn dan 10% van het geboortegewicht. Het komt vooral doordat een baby meer vocht verliest dan dat het met de voeding binnen krijgt. Op de tiende dag hebben de meeste kinderen hun geboortegewicht weer bereikt. De kraamverzorgende ziet er op toe dat je baby niet teveel afvalt. Is dat wel het geval, dan overlegt zij met jou en de verloskundige.

Vitamine K en D

Een baby die borstvoeding krijgt, heeft extra vitamine K nodig. Vitamine K is belangrijk voor de bloedstolling. Alle baby’s krijgen na de geboorte drie druppels vitamine K, genoeg voor de eerste week. Vanaf de achtste dag geef je je baby iedere dag vitamine K en vitamine D. De aanbevolen hoeveelheid staat op de verpakking.

Overige belangrijke informatie

Zorgverzekering

Om jouw baby tegen ziektekosten te verzekeren, moet je de geboorte doorgeven aan de zorgverzekeraar. Hiervoor geef je het BSN-nummer van je baby door. Dit nummer krijg je nagestuurd als je aangifte van de geboorte doet bij de gemeente. Het ziekenhuis dient vervolgens de onkosten van de ziekenhuisopname direct in bij de zorgverzekering.

Consultatiebureau

Je doet aangifte van de geboorte bij de Burgerlijke Stand van de gemeente Harderwijk. Zij geven de geboorte van je baby automatisch door aan het consultatiebureau bij jou in de buurt. In de eerste week na de geboorte komt de wijkverpleegkundige langs voor het hielprikje, de gehoortest en een intakegesprek. Je krijgt dan ook een afspraak om naar het consultatiebureau te komen.