Pijnstilling

Pijnstilling

Uw arts heeft u pijnstilling geadviseerd. Welke pijnstillers zijn goed voor u? En welke dosering is het beste? Dat leest u in deze folder. Heeft u veel of lange tijd pijn? Neem dan de pijnstillers elke dag op dezelfde tijden. Zo blijft er altijd genoeg pijnstilling in uw lichaam. Dit werkt het best.

Pijnstilling heeft vier stappen

  1. Paracetamol

  2. Paracetamol met een ander soort pijnstiller (NSAID)

  3. Paracetamol, een NSAID en een zwak opiaat

  4. Paracetamol, een NSAID en een sterk opiaat

Bij pijn beginnen we bij stap 1. Neemt de pijn niet genoeg af? Dan gaat u naar de volgende stap. Soms begint u meteen bij een hogere stap als de pijn heel erg is. Bij stap 2 tot en met 4 worden verschillende medicijnen gecombineerd voor het beste effect.

Heeft u na een tijdje minder pijnstillers nodig? Dan bouwen we vanaf stap 4 af naar stap 1. Eerst stoppen we met de opiaten en als laatste met paracetamol.

Kinderen

Voor kinderen gelden andere maximumdoseringen. Dat hangt af van hun gewicht. Kijk hiervoor naar de bijsluiter van het medicijn of volg de instructies van de arts (soms wijken we met goede reden af van de standaard bijsluiter). Voor kinderen zijn druppels of zetpillen het beste.

Paracetamol

Dit is het meest gebruikte medicijn in de pijnbestrijding. Het is een heel goede pijnstiller. Het geeft weinig bijwerkingen. Bij overdoseringen kan leverschade ontstaan. Paracetamol werkt ook koortsverlagend. De beste hoeveelheid bij pijn is 1000 milligram. U mag maximaal vier keer op een dag 1000 milligram paracetamol innemen. Een hogere dosering op een dag geeft niet meer pijnstilling.

NSAID’s

Diclofenac, Ibuprofen en Naproxen zijn de meest gebruikte NSAID’s (non-steroïdale antiinflammatoire drugs). NSAID’s werken pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend. In combinatie met paracetamol geven ze een sterkere pijnstilling dan paracetamol alleen.

NSAID’s zijn niet voor iedereen geschikt. Dat komt omdat er bijwerkingen kunnen optreden. Bijvoorbeeld maagklachten, verergering van bestaande nierproblemen of bestaand hartfalen.

Heeft u astma of darmproblemen? Bijvoorbeeld de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa? Dan kunt u beter geen NSAID’s gebruiken. Uw klachten kunnen hierdoor erger worden.

Krijgt u maagklachten? Stop dan met deze medicatie.

Doseringen NSAID’s

De maximum doseringen zijn:

  • Diclofenac drie keer per dag 50 milligram

  • Ibuprofen drie keer op een dag 600 milligram of vier keer per dag 400 milligram

  • Naproxen twee keer per dag 500 milligram

Soms schrijft de arts een maagbeschermend medicijn voor. Dat moet u innemen tijdens het gebruik van de NSAID.

Maagbeschermers

De meest gebruikte maagbeschermers zijn:

  • Omeprazol

  • Pantoprazol (Pantozol®)

  • Esomeprazol (Nexium®)

Doseringen maagbeschermers

  • Omeprazol één keer op een dag 20 of 40 milligram

  • Pantoprazol één keer op een dag 20 of 40 milligram

  • Esomeprazol één keer op een dag 20 of 40 milligram

Opiaten

Opiaten zijn de sterkste medicijnen tegen pijn. Ze geven helaas ook de meeste bijwerkingen. Deze kunnen bestaan uit:

  • Ademhalingsdepressie (remmen van de prikkel om adem te halen)

  • Verstopping

  • Sufheid

  • Misselijkheid

  • Overgeven

  • Balansstoornissen

Er zijn twee soorten opiaten: zwakke en sterke. De SEH-arts schrijft meestal zwakke opiaten voor om thuis te gebruiken.

Zwakke opiaten

Tramadol wordt het meest voorgeschreven. De dosering is drie tot vier keer op een dag 50 milligram.

Sterke opiaten

Morfine, Fentanyl, Oxycodon (Oxynorm® en Oxycontin®) worden het meest voorgeschreven. De dosis hangt af van de aandoening, hoeveel pijn er is en of er bijwerkingen optreden.

Laxeren

Om verstopping tegen te gaan, kunnen laxeermiddelen worden voorgeschreven. De meest gebruikte daarvan is Movicolon. De dosering is één tot twee keer op een dag een zakje.

Vragen

Heeft u vragen over uw pijnmedicatie? Of zijn er onduidelijkheden? Bel dan met de Spoedeisende Hulp (SEH). Telefoonnummer: (0341) 46 39 64.

Is het ontslag uit het ziekenhuis meer dan drie dagen geleden? Bel dan tussen 8.00 uur en 17.00 uur met uw huisarts. Buiten de praktijkuren met de huisartsenpost (HAP).