Inleiding
Het plaatsen van een pacemaker

U krijgt een pacemaker. Een pacemaker is een klein apparaatje. Het helpt uw hart beter kloppen. Het geeft kleine stroompjes. Zo blijft uw hartritme zo normaal mogelijk.


U krijgt een pacemaker. Een pacemaker is een klein apparaatje. Het helpt uw hart beter kloppen. Het geeft kleine stroompjes. Zo blijft uw hartritme zo normaal mogelijk.

Samen beslissen betekent dat u en de arts kiezen wat het beste voor u is. De arts vertelt over de pacemaker en de voor- en nadelen. U bespreekt samen wat dit voor u betekent. U beslist uiteindelijk samen of een pacemaker het beste voor u is. Wat u wilt en uw situatie zijn belangrijk.
Voor de ingreep heeft u een aantal voorbereidende afspraken.

De apothekersassistent kijkt samen met u naar uw medicijnen. Neem een actueel medicatieoverzicht (AMO) mee.

U krijgt thuis een bericht met de datum, tijd en plaats van de opname.
Bereid u voor door de onderstaande stappen goed door te lezen.

Gebruikt u Acenocoumarol of Fenprocoumon? U krijgt uitleg over het tijdelijk aanpassen van deze medicijnen.
Geef de datum van de behandeling zo snel mogelijk door aan de trombosedienst. De trombosedienst kan met uw behandelend arts overleggen hoe de dosering van het bloedverdunners moet worden aangepast.
Heeft u geen uitleg gekregen? Bel dan de trombosedienst. Stop nooit zelf met deze medicijnen.
Gebruikt u NOAC-medicijnen? Dan moet u tijdelijk stoppen met deze medicijnen. Wanneer u moet stoppen, hangt af van het merk en type NOAC en van hoe goed uw nieren werken. Uw arts legt uit wanneer u moet stoppen.

Gebruikt u plastabletten? Neem deze dan na de ingreep in.
Andere medicijnen kunt u gewoon gebruiken. Behalve als uw cardioloog iets anders tegen u heeft gezegd.

Voor de ingreep mag u niet eten en drinken. Vanaf wanneer hangt af van de tijd van de ingreep.
Ingreep in de ochtend (voor 13.00 uur):
De avond ervoor mag u na 0.00 uur niets meer eten.
Tot 2 uur ervoor mag u water, heldere limonade, of thee zonder melk drinken.
Ingreep in de middag (na 13.00 uur):
's Ochtends mag u een licht ontbijt: thee en een beschuit met jam.
Tot 2 uur ervoor mag u nog water, heldere limonade, of thee zonder melk drinken.

Zorgpas van uw verzekering;
ID-bewijs (paspoort, ID-bewijs of rijbewijs);
Medicijnenlijst (AMO = Actueel Medicatie Overzicht);
Sokken (het is vaak koud op de behandelkamer);
Iets te lezen of andere spullen voor de tijd dat u wacht.

Neem extra kleding en nachtkleding (pyjama) mee.
Neem uw toiletspullen mee.
Laat waardevolle spullen thuis. Het ziekenhuis is niet verantwoordelijk voor spullen die kwijt zijn of kapot gaan.

Als u koorts heeft of heeft gehad vlak voor de opname, moet u dit melden. U heeft dan meer kans op een infectie.

Uw bloed wordt gecontroleerd.
Krijgt u een biventriculaire pacemaker en werken uw nieren minder goed? Dan krijgt u mogelijk een extra infuus met natriumbicarbonaat. Dit beschermt uw nieren.

Opname overdag
Eerst gaat u naar de bloedafname. Daarna meldt u zich bij de informatiebalie.
Opname 's avonds
U meldt zich bij de afdeling cardiologie. Bloedafname gebeurt daar. Een verpleegkundige helpt u en geeft informatie. Een arts-assistent of physician assistant komt voor een gesprek en lichamelijk onderzoek.

U krijgt een infuus in de arm waar de pacemaker komt.
Via het infuus krijgt u antibiotica om infecties te voorkomen.
Bij een ochtendoperatie wordt u op tijd wakker gemaakt.
U kunt wassen en krijgt een operatiejasje aan.
U mag uw eigen medicijnen innemen, behalve plastabletten en bloedverdunners.
Het is goed om voor de ingreep naar het toilet te gaan.


Op de behandelkamer controleren we uw hartritme, bloeddruk en zuurstofgehalte in het bloed. Als alles goed is, mag u terug naar de afdeling.
Op de afdeling sluiten we u aan op telemetrie. Zodat we uw hartritme in de gaten kunnen houden. De verpleegkundige kijkt naar uw wond, meet temperatuur, hartslag en bloeddruk. Er wordt een hartfilmpje (ECG) gemaakt. U krijgt pijnstillers. Helpen ze niet genoeg? Zeg dit tegen de verpleegkundige.
U moet 2 uur in bed blijven. Daarna mag u weer opstaan. Geef uw linkerarm zoveel mogelijk rust.
De volgende dag komt de pacemakertechnicus voor een laatste controle. Soms wordt een röntgenfoto gemaakt.

U mag niet zelf autorijden. Laat u door iemand anders naar huis brengen.

De lijm bedekt de wond. Dit ziet eruit als een korstje. Hier mag u niet aan krabben of peuteren.
Heeft u last van uw wond door schuren van kleding? Dan kunt u de wond bedekken met een pleister of gaasje.
Houd de wond schoon en droog. U mag wel voorzichtig douchen. Dep de huid rondom de wond daarna voorzichtig droog, niet wrijven.
De lijm laat vanzelf los na ongeveer na 10 dagen.

Over de wond zit een pleister. De pleister kan 5 dagen blijven zitten.
Met deze pleister kunt u gewoon douchen. Wrijf niet over de wond.
Na 5 dagen mag u de pleister er voorzichtig afhalen. U kunt de pleister nat maken om het los te maken.
Bij veel jeuk mag de pleister er eerder af.
Is de wond droog? Dan hoeft er geen pleister op.

Na 4 tot 6 weken komt u naar de poli. U ziet de pacemakertechnicus voor de controle. U heeft ook een gesprek met de cardioloog. De cardioloog beslist of u uw rijbewijs mag aanvragen.

Ongeveer ieder half jaar komt u voor controle bij de pacemakertechnicus. De technicus leest de pacemaker uit. Zo ziet hij of u ritmestoornissen had. En of de pacemaker goed werkte. Een technicus meet de draden en controleert de batterij.

Bij het plaatsen van een pacemaker kunnen er soms problemen zijn:
Bloeduitstorting bij de huid van de pacemaker;
Bloeding in het weefsel eronder;
Infectie van de wond;
De draad kan losgaan. Dan moet deze weer vastgezet worden.
Wordt het bloedvat onder het sleutelbeen gebruikt? Dan is er een klein risico op een klaplong. De volgende dag krijgt u een röntgenfoto van de longen om dit te controleren.

Tijdens kantooruren: bel de verpleegkundig consulent cardiologie bij problemen met de wond:
Roodheid
Zwelling (de plek wordt dik)
Pijn
Koorts (boven de 38ºc)
De wond blijft nat.
De wond is open gegaan.
Buiten kantoortijden: bel de huisartsenpost.

Til uw linkerarm de eerste 6 weken niet boven de schouder.
Til geen zware dingen de eerste 6 weken.
Beweeg uw schouder wel voorzichtig zodat hij soepel blijft.
U mag de eerste week niet in bad.
U mag niet zwemmen of naar de sauna de eerste 2 weken.
U mag de eerste 2 weken niet fietsen.

U mag de eerste week na de ingreep niet zelf autorijden.
De wond moet genezen en u moet wennen aan de pacemaker.
Het dragen van een pacemaker staat niet automatisch op uw rijbewijs.
Bij een ongeluk bent u alleen verzekerd als het CBR weet dat u een pacemaker hebt. U kunt dit melden via een gezondheidsverklaring bij het gemeentehuis of op mijncbr.nl. Hier moet u voor betalen.
Bent u chauffeur van beroep? Dan mag u 2 weken niet rijden. Voor toestemming is altijd een rapport van uw cardioloog nodig.

Na overlijden zal de begrafenisondernemer de pacemaker verwijderen. Dit moet volgens de wet.
Meer informatie over uw onderzoek of behandeling

Een pacemaker gaat meestal 6 tot 8 jaar mee. Bij controles kijkt de cardioloog hoe lang hij nog werkt. Is de batterij bijna leeg? Dan krijgt u een nieuwe pacemaker. De niewe pacemaker wordt aangesloten op de oude draden. De draden gaan meestal langer mee dan de pacemaker. Soms worden de draden ook vervangen. De oude draden blijven meestal zitten.
