RS-virus
Wat is RSV?
RSV (Respiratoir Syncytiaal Virus) is een virus dat veel voorkomt in de winter. Bij volwassenen en grote kinderen zorgt RSV meestal voor een lichte verkoudheid. Maar baby’s en jonge kinderen kunnen er erg ziek van worden. Soms moeten ze dan naar het ziekenhuis.
Hoe kunt u RSV herkennen?
RSV begint vaak als een gewone verkoudheid. Kenmerken zijn:
lichte koorts (minder dan 38,5°C)
loopneus
lichte hoest
slecht drinken
Na een paar dagen kan het erger worden:
hard hoesten
piepen bij het ademen
ademhalen gaat moeilijk
grauwe kleur van de huid
overgeven
uitdrogen
Houd uw baby goed in de gaten. Een kind kan eerst alleen verkouden zijn, maar daarna kan het snel slechter gaan. Als u zich zorgen maakt, bel dan meteen de huisarts of het ziekenhuis St Jansdal. De baby kan dan snel hulp nodig hebben.
Hoe gevaarlijk is RSV
RSV is een virus dat vaak zorgt voor problemen in de longen bij kinderen jonger dan 2 jaar. Bij 40% van de kinderen met RSV wordt het een infectie in de longen.
Sommige kinderen hebben meer kans op een ernstige ziekte van RSV, bijvoorbeeld als ze:
te vroeg geboren zijn
een long- of hartziekte hebben
een zwak afweersysteem hebben
Deze kinderen moeten soms in het ziekenhuis blijven.
Bijna elk kind krijgt voor zijn 2e verjaardag RSV. Vaak lijkt het op een gewone verkoudheid, maar soms komt de infectie in de longen. Kijk voor de kenmerken onder het kopje ‘Hoe kunt u RSV herkennen?’.
Is RSV besmettelijk?
Ja, RSV is een heel besmettelijk virus. Het virus verspreidt zich door:
aanraken
kussen
handen schudden
hoesten en niezen
RSV kan ook op spullen blijven zitten, zoals een tafel of een zakdoekje, en dan mensen besmetten.
RSV komt vooral voor van oktober tot maart/april. Het virus verspreidt zich makkelijk op plaatsen waar veel mensen zijn, zoals kinderdagverblijven en wachtkamers.
Als een kind besmet is met RSV duurt het 2 tot 8 dagen voordat het kind ziek wordt. Daarna kan het zieke kind nog tot 10 dagen andere kinderen ziek maken.
Kun je RSV voorkomen?
RSV is een besmettelijk virus. Was daarom uw handen goed. Vooral voordat u uw baby aanraakt. Ook mensen die bij uw baby komen moeten dit doen. U kunt het aan hen uitleggen.
Hier zijn regels om besmetting te voorkomen:
Was uw handen met warm water en zeep voor u de baby aanraakt.
Kom niet dichtbij de baby als u verkouden bent of koorts hebt. Gebruik eventueel een mondkapje.
Kus de baby niet op de mond of wang, maar knuffel voorzichtig of aai het hoofdje.
Houd andere kleine kinderen uit de buurt van de baby. Dit is soms moeilijk voor hen, maak daarom een eigen plekje waar zij kunnen spelen.
Rook nooit in de buurt van de baby.