Schildklierafwijkingen en zwangerschap
De schildklier kan te snel (hyperthyreoïdie) of te langzaam (hypothyreoïdie) werken. In beide gevallen behandelt men dit voor en tijdens de zwangerschap met schildklierhormonen. Meestal door middel van het toedienen van medicijnen. Bij normale waarden van de schildklierhormonen bestaat er geen verhoogd risico voor jezelf of voor de baby. Een uitzondering is als er TSI-antistoffen aanwezig zijn. Deze kunnen bij de baby al voor de geboorte de schildklier te snel laten werken. Bij schildklierafwijkingen tijdens de zwangerschap is het van belang dat de gynaecoloog, de verloskundige, de huisarts, de internist en de kinderarts samenwerken.
Wat is de schildklier en hoe werkt dit orgaan?
De schildklier is een klein orgaan dat voor de luchtpijp ligt, boven het kuiltje in de hals. Normaal is de schildklier niet te zien of te voelen.
De schildklier wordt gestimuleerd door het hormoon TSH (thyroïd-stimulerend hormoon), dat wordt gemaakt in een kleine klier onder aan de hersenen (de hypofyse). De schildklier maakt schildklierhormonen aan. Het gaat hierbij om thyroxine (T4) en tri-joodthyronine (T3). Deze hormonen zijn belangrijk voor de stofwisseling (de omzetting van voedsel in energie) en dus ook voor de groei en de geestelijke ontwikkeling. De hormonen die de schildklier maakt, komen via het bloed in het lichaam.
De ontwikkeling van de schildklier bij de baby
De ontwikkeling van de schildklier begint al bij vijf weken zwangerschap. De baby is dan nog geen centimeter lang. Bij negen weken is de aanleg van de schildklier klaar. Ongeveer een maand later begint de hypofyse (pijnappelklier) van de baby met de aanmaak van thyroïd-stimulerend hormoon (TSH) en begint de schildklier van de baby schildklierhormonen te maken. In de eerste twaalf weken van de zwangerschap is de foetus dus afhankelijk van het schildklierhormoon van de moeder.