SSRI met Finnegan scorelijst

Inleiding

Informatie voor ouders met betrekking tot SSRI-gebruik in zwangerschap en kraamperiode. 

Informatie over risico’s en onttrekkingsverschijnselen bij baby's bij gebruik van SSRI-medicatie door de moeder tijdens de zwangerschap.

Achtergrond

Een arts of psychiater heeft je een SSRI voorgeschreven. SSRI staat voor selectieve serotonine heropname-remmer. Deze groep medicijnen wordt gebruikt bij de behandeling van o.a. depressies, paniekaanvallen, sociale angststoornissen, diverse soorten fobieën, dwangstoornissen en posttraumatische stress-stoornis.

Gevolgen van SSRI-gebruik

Wanneer je tijdens de zwangerschap een SSRI gebruikt, komt er via de moederkoek door de navelstreng ook wat van het medicijn in de baby terecht. Dit kan drie belangrijke gevolgen hebben.

Gewenning aan de medicijnen
Een baby is gewend geraakt aan de medicijnen. Na de geboorte krijgt de baby plotseling geen medicijnen meer binnen. Dit kan allerlei verschijnselen veroorzaken, die men neonatale onttrekkingsverschijnselen noemt (zie onderstaande lijst). Eén op de drie baby's krijgt hier last van, met name als de moeder in de tweede helft van de zwangerschap SSRI-medicatie heeft gebruikt. In principe kunnen ze optreden bij gebruik van alle soorten SSRI’s. Bij gebruik van hogere doseringen is de kans op deze onttrekkingsverschijnselen groter. Ook als de baby te vroeg geboren is, is de kans wat groter. De verschijnselen treden meestal binnen één tot twee dagen na de bevalling op en duren maximaal één tot twee weken. Meestal verdwijnen de verschijnselen spontaan en behoeven geen verdere behandeling. De baby houdt er, voor zover bekend, geen gevolgen aan over.

De verschijnselen die op kunnen treden zijn: 

  • Voedingsproblemen, minder goed drinken

  • Spugen/ frequent mondjes opgeven

  • Hoog huilen en vaker huilen

  • Prikkelbaarheid  / irritatie

  • Trillerig zijn / trillende ledematen

  • Verhoogde spierspanning

  • Slaapproblemen

  • Weinig bewegen en weinig reactief zijn

  • Ondertemperatuur of verhoging

  • Kreunende ademhaling / snelle onregelmatige ademhaling

  • Minder plassen

Ademhalingsproblemen

De baby kan last hebben van ademhalingsproblemen. Deze problemen kunnen direct na de geboorte ontstaan en moeten dan ook behandeld worden. Daarom is er ook het advies om in een ziekenhuis te bevallen en je baby daar de eerste 12 uur te laten observeren. De ademhalingsproblemen ontstaan door een verhoging van de bloeddruk in de longen van de baby. De kans hierop is erg klein, namelijk minder dan 1%.

Aangeboren afwijkingen

Er kunnen aangeboren afwijkingen ontstaan, met name een opening in het schot tussen de harthelften. Dit gebeurt bij 1 tot 1,5% van alle kinderen bij wie de moeder SSRI-medicatie gebruikt tijdens de zwangerschap. Dit is drie tot vijf keer vaker dan als de moeder geen SSRI gebruikt. Bij deze afwijking is meestal geen behandeling nodig en zo wel, dan slaagt de behandeling doorgaans goed. Overigens wordt 3 tot 5% van alle baby's in Nederland geboren met een aangeboren afwijking. In hoeverre ook andere aangeboren afwijkingen vaker voorkomen bij gebruik van SSRI’s, is nog niet helemaal duidelijk uit wetenschappelijk onderzoek. Op een 20-weken echo zijn de meeste ernstige aangeboren afwijkingen goed vast te stellen.

Zwangerschap en kraamperiode

De bevalling

Vanwege de kans op ademhalingsproblemen bij de pasgeborene, adviseren we om in het ziekenhuis te bevallen. Dit kan met de verloskundige of met de gynaecoloog. De begeleiding van de bevalling verloopt verder net zo als bij iedere andere zwangere.

Het kraambed

We observeren je baby minimaal 12 uur in het ziekenhuis. We letten gedurende die periode ook op het optreden van onttrekkingsverschijnselen. Mocht behandeling nodig zijn, dan duurt de opname langer. Indien geen bijzonderheden optreden, mag je met je baby naar huis. Daar observeer je je baby verder, samen met de kraamverzorgende, op klachten die kunnen duiden op onttrekkingsverschijnselen. Er kan dan zo nodig contact opgenomen worden met de verloskundige of huisarts die je begeleidt. Overigens kunnen er natuurlijk wel andere redenen zijn waarom je in het ziekenhuis moet blijven, die niets met de SSRI-medicatie hebben te maken.

Borstvoeding

Borstvoeding is meestal mogelijk. Wij raden je aan dit van te voren met je verloskundige te bespreken. Zij kan dit voor je uitzoeken.

Doorgaan met de medicatie

Het is verstandig om na de bevalling in elk geval door te gaan met de medicatie zoals je die voor de zwangerschap gebruikte. De behandelende psychiater of huisarts zal dit van tevoren met je bespreken en in het behandelplan opnemen. De bevalling en het kraambed geven al genoeg veranderingen die de stemming kunnen beïnvloeden of angst kunnen veroorzaken. Het doorgaan met de medicatie in combinatie met algemene leefregels zoals rust en regelmaat, zijn dan ook extra belangrijk in de periode na de bevalling.

Tips en adviezen

Wat kun je zelf doen?

Het is belangrijk tevoren al geïnformeerd te zijn over wat je kunt verwachten en kunt doen. Deze folder helpt je daarbij. Dit geldt ook voor andere betrokkenen zoals verzorgenden en behandelaars (uw kraamzorg, verloskundige of huisarts). Wegens de neonatale onttrekkingsverschijnselen die kunnen optreden wordt er gedurende de eerste vier dagen na de bevalling goed op je baby gelet. Dit gebeurt o.a. aan de hand van een score systeem, de Finneganscore.

De eerste drie dagen is het de bedoeling dat je 3-4 keer per dag scoort, samen met de kraamverzorgende.

Bij een score van 8 of hoger moet je overleggen met je verloskundige (deze kan evt. overleggen met de kinderarts). Bij tweemaal achterelkaar een score tussen 6-7 ook overleggen met verloskundige.

Bij alarmsymptomen (o.a. koorts, benauwdheid, trekkingen, neusvleugelen) altijd de verloskundige waarschuwen.

Finnegan score dag 1 en 2

Finnegan score dag 1 en 2 vervolg

Finnegan score dag 3 en 4

Finnegan score dag 3 en 4 vervolg