Versie: het draaien van de baby
Versie: het via uitwendige handgrepen draaien van een baby van stuit- naar hoofdligging
Als een baby in hoofdligging ligt, is er een grotere kans op een natuurlijke bevalling. Voor 36-37 weken zwangerschapsduur draaien veel kinderen zelf nog tot een hoofdligging. De gynaecoloog beoordeelt of je in aanmerking komt voor het draaien van de baby, de zogenaamde 'versie'.
Lees hier meer over een versie: De baby draaien bij stuitligging, versiepoging
Wij maken een afspraak met je voor het draaien van de baby, veelal op een maandag omdat een vast team de versies begeleidt. Je wordt hiervoor een paar uur opgenomen op een van de kamers van het Moeder&Kind Centrum. Een gynaecoloog of speciaal opgeleide klinisch verloskundige gaat je behandelen.
Wij vragen je om te komen met een volle blaas. Dit zorgt er namelijk voor dat de billen van de baby minder diep in het bekken zitten, waardoor de versie soepeler zal gaan.
De verpleegkundige sluit je eerst, voor minimaal een half uur, aan aan het CTG-apparaat. Dit apparaat registreert de harttonen.
Ook noteert zij wat gegevens van jou en zij meet je temperatuur, polsslag en bloeddruk. Er wordt een echo gemaakt om te kijken of de baby nog in stuitligging ligt. Als dit gedaan is, krijg je meestal een infuus met het medicijn Ritodrine. Deze medicijnen zorgen ervoor dat de baarmoeder niet gaat samentrekken op het moment dat geprobeerd wordt je baby te draaien. Het toedienen van Ritodrine vergroot de kans van slagen met 10-20% en het wordt als minder pijnlijk ervaren hierdoor. Een vervelende bijwerking van deze medicijnen is dat je hartslag versnelt: je krijgt last van hartkloppingen. Na een paar uur is het middel uitgewerkt en verdwijnen deze bijwerkingen weer.
Het is belangrijk dat je zo ontspannen mogelijk ligt en je buikspieren niet aanspant. Soms is een kussen onder je knieën prettig. De verloskundige of gynaecoloog gaat vervolgens de baby draaien. Eén hand pakt daarbij net boven je schaambeen de billen van de baby en probeert deze omhoog te drukken. De andere hand pakt aan de bovenkant van jouw buik het hoofd van je baby en probeert dit naar beneden te duwen. Op deze wijze draait de baby met het hoofd naar beneden.
De duur van het draaien kan verschillen, van minder dan 30 seconden tot soms meer dan 5 minuten. Na afloop wordt de ligging en de hartslag van jouw baby gecontroleerd door middel van een echo en een CTG. De verpleegkundige verwijdert het infuus weer. Of het zal lukken om jouw baby te draaien valt niet eenvoudig te voorspellen. Meestal geldt: hoe meer vruchtwater, des te gemakkelijker is het om te draaien. Dat heeft ook een keerzijde: als je baby gemakkelijk te draaien is, is de kans ook groot dat het zelf weer terugdraait.
Als de placenta op de voorwand van de baarmoeder ligt, is het moeilijker om de baby te kunnen vasthouden bij het draaien. Ook is draaien moeilijker als je zelf klein en/of zwaarder bent. Bij een eerste zwangerschap zijn de baarmoeder en de buikwand nog stevig en zal het draaien minder kans op succes hebben dan bij een volgende zwangerschap.
Het lukt in 40 tot 60% van de gevallen om de baby te draaien.
Bij een tweelingzwangerschap is het niet mogelijk om een of beide kinderen te draaien en bij een verhoogde bloeddruk of een litteken in de baarmoeder kan de gynaecoloog soms besluiten om de baby niet te draaien.
Voor de moeder zijn er weinig nare gevolgen van het draaien. Wel hebben enkele vrouwen last van de bijwerkingen van het middel om de baarmoeder te ontspannen, maar dit gaat vanzelf over. De buik kan door het duwen een paar dagen gevoelig en pijnlijk zijn. Dat is vervelend, maar kan geen kwaad. Na het draaien is de hartslag van de baby soms wat langzamer maar bijna altijd wordt deze vanzelf weer normaal.
Een enkele keer (bij minder dan 1%) blijven de harttonen afwijkend. Dan is het nodig de baby via een keizersnede te halen. Als het is gelukt om jouw baby te draaien, kun je de keus maken thuis te bevallen, tenzij je een andere reden hebt voor een ziekenhuisbevalling. Als de baby uit zichzelf weer terug is gedraaid naar een stuitligging, kan men overwegen opnieuw een poging te doen om de baby te draaien. Dit gebeurt meestal na een week. Blijft de baby in stuitligging liggen, dan moet je in het ziekenhuis onder controle blijven voor de verdere zwangerschap en de bevalling.
Is jouw bloedgroep rhesus-negatief en die van je baby rhesus-positief? Dan krijg je na afloop een injectie met anti-D, of het nu gelukt is de baby te draaien of niet.
Op de website van degynaecoloog.nl vind je nuttige informatie. Je kunt daar bijvoorbeeld de folder lezen Je baby laten draaien bij stuitligging: een versie.