Te kort tongriempje
Wat is een te kort tongriempje
De tong is belangrijk voor eten, drinken en praten. De tong wordt in de middellijn op zijn plaats gehouden door een tongriempje. Een te kort tongriempje is een aangeboren afwijking, waardoor de tong te vast aan de mondbodem wordt verankerd en de beweeglijkheid van de tong wordt beperkt. Op zuigelingenleeftijd kan een te kort tongriempje klachten kan geven bij het drinken aan de borst of aan de fles. Op latere leeftijd kunnen klachten ontstaan bij de (ontwikkeling van) spraak.
Zuigelingen
Maar zelden heeft een zuigeling last van een te kort tongriempje. Problemen ontstaan pas bij gebruik van de tong, bij een zuigeling dus bij borstvoeding of drinken aan de fles. De klachten die dit geeft kunnen bijvoorbeeld bestaan uit slechte zuigkracht of tepelpijn bij de moeder. Hierdoor kan een tekort tongriempje de oorzaak zijn voor het vroegtijdig afbouwen, of zelfs stoppen van de borstvoeding. Tijdens de controles in het kraambed kan de verloskundige een belangrijke rol spelen in het stellen van de diagnose aan de hand van de klachten van de moeder en/of baby. Toch is het zo dat een eenmaal aangetoond tongriempje pas behandeling behoeft als een kind (en/of de moeder) klachten heeft. Het inknippen van het dunne tongriempje, dat nauwelijks is doorbloed, is dan een eenvoudige behandeling. Hierbij is verdoving niet nodig.
Oudere kinderen en volwassenen
Als het te korte tongriempje pas op latere leeftijd ontdekt wordt, zal dat vaak zijn vanwege spraakstoornissen. Letters kunnen niet goed worden uitgesproken omdat de tong nodig is voor het vormen van de klank. De behandeling is ook hier meestal vrij eenvoudig en bestaat uit het inknippen van het te korte tongriempje. Maar het kan ook nodig zijn om een plastiek te verrichten om hernieuwde schrompeling te voorkomen. Deze ingreep wordt onder narcose verricht en eigenlijk alleen gedaan bij aangetoonde spraakstoornissen, bij voorkeur vastgesteld door een logopedist.