Voeding in het eerste levensjaar
In deze folder leest u over:
de voeding in het eerste levensjaar
de ontwikkeling van het spijsverteringskanaal van de baby
In deze folder leest u over:
de voeding in het eerste levensjaar
de ontwikkeling van het spijsverteringskanaal van de baby
Borstvoeding is de beste voeding voor een baby. In ieder geval tot de eerste zes maanden. Dit is wetenschappelijk bewezen. In moedermelk zitten alle voedingsstoffen die een baby nodig heeft.
Borstvoeding biedt bescherming tegen ziektes. Geef je borstvoeding? Dan heeft je baby extra vitamine D en K nodig.
Lukt het geven van borstvoeding niet? Dan is zuigelingenvoeding (flesvoeding) een veilige en goede keuze. Gebruik hierbij wel extra vitamine D.
Is de baby geboren? Dan zijn de darmpjes nog niet helemaal gerijpt (volgroeid). Dit rijpen gaat verder na de geboorte. Hierdoor kan een baby last kan krijgen van krampjes.
Poep van borstvoeding is altijd zacht.
De overgang van borstvoeding naar flesvoeding kan zorgen voor ongemakken. Denk aan:
Darmkrampjes
Verandering van de poep.
De poep kan wat harder worden en van kleur veranderen.
Een baby heeft meer energie en voedingsstoffen nodig. Start naast borstvoeding of flesvoeding ook met vast voedsel.
Begin met het geven van gepureerde of geprakte groente. Bijvoorbeeld met een zachte smaak, zoals:
Wortel
Bloemkool
Broccoli
Pompoen
Zoete aardappel
Boontjes
Courgette
Gebruik één groentesmaak per keer en wissel pas na een aantal dagen af. Een baby heeft tijd nodig om te wennen aan de smaak. Een paar kleine hapjes per keer is voldoende. Een baby heeft een kleine maag.
Borst- en/ of flesvoeding is op dat moment nog de belangrijkste voeding.
Je mag ook starten met het geven van fruit. Prak een banaan, peer, perzik of meloen. Of maak moes van appels of peren.
Vergeet de vetten niet! Roer een kleine theelepel olie of smeerbare margarine door het groentehapje. Hierdoor worden de in vet oplosbare vitamines beter opgenomen. Ook helpt het mee dat de baby goede poep krijgt.
Vanaf vier maanden mag een baby ook pap. Zoals rijstebloempap of een granenpap geschikt voor baby’s vanaf vier maanden.
De poep van de baby wordt wat steviger. Het kan van kleur veranderen bij het eten van vaste voeding.
Geef naast borstvoeding of opvolgmelk nu ook gecombineerde hapjes eten. Verschillende smaken geprakt of gepureerd. Bijvoorbeeld aardappels met boontjes.
Vanaf zes maanden mag een baby starten met het eten van brood.
Tandjes kunnen vanaf deze periode doorkomen. Hier kan een baby last van krijgen. Denk aan:
Een gevoelige mond.
De baby moet vaker poepen of heeft diarree.
De poep kan veranderen van geur en kleur. Het kan wat zuurder ruiken dan normaal.
Ontbijt
Pap van borstvoeding of opvolgmelk
Tussendoor
Fruithapje
Lunch
Borstvoeding of opvolgmelk
Brood (begin met stukjes)
Tussendoor
Borstvoeding of opvolgmelk
Avondeten
Hapje met:
Groente (één eetlepel)
Aardappel, pasta of rijst (één eetlepel)
Olie (één theelepel)
Toetje
Borstvoeding of opvolgmelk
Geef sommige voedingsmiddelen al op vroege leeftijd. Zo kun je een voedselallergie voorkomen. Is je baby gewend aan groente- en fruithapjes? Dan kun je pinda en kippenei gaan geven. Geef dit voordat de baby acht maanden is. Geef deze voedingsmiddelen één voor één. Geef elke dag steeds een beetje meer. Kijk voor meer informatie op de website van het Voedingscentrum. Lees de folder: ‘Wanneer geef ik mijn baby pinda en kippenei’.
Hierna kun je hetzelfde doen voor hazelnoot, cashewnoot, amandel en sesam in de vorm van 100% pasta’s.
Heeft je baby deze voedingsmiddelen gekregen? Blijf ze dan elke week geven.
Heeft je baby eczeem of aanleg voor allergie? Dan kan het sneller een voedselallergie ontwikkelen. Geef dan vóórdat de baby zes maanden is pinda en ei. Dit is belangrijk. Bespreek dit met de arts of diëtist.
Vanaf deze periode gaat de vaste voeding een belangrijkere rol spelen. Het zal langzaam de borst- en flesvoeding vervangen. Het warme hapje wordt nu een kleine avondmaaltijd. Je baby gaat ook wat meer brood eten.
Besmeer elke boterham met smeerbare margarine uit een kuipje. In margarine zitten gezonde vetten. Hierdoor worden de in vet oplosbare vitamines beter opgenomen.
Gezonde keuzes voor beleg zijn:
Notenpasta’s (gemaakt van 100% noten)
Pindakaas
Zuivelspread
Kindersmeerkaas (hier zit minder zout in)
Appelstroop
Vruchtenspread
Ontbijt
Pap van borstvoeding of opvolgmelk
Tussendoor
Fruithapje en water
Lunch
Boterham met beleg en zachte margarine
Borstvoeding of opvolgmelk
Tussendoor
Fruithapje, stukjes brood en water
Avondeten
Groente (twee eetlepels)
Aardappel, pasta of rijst (één eetlepel)
Vlees, vis, ei of tofu (één eetlepel)
Olie (één theelepel)
Toetje
Borstvoeding of opvolgmelk
Rond deze periode heeft een baby al een aardig eetpatroon opgebouwd. Ontbijt, lunch en avondeten met twee tot drie keer iets tussendoor.
Kies voor gezonde tussendoortjes. Alles wat de baby binnenkrijgt, helpt mee aan de groei en ontwikkeling.
Simpele maar gezonde tussendoortjes zijn:
Schaaltje vers fruit
Stukje brood of een cracker met of zonder beleg
Snackgroente
Maïs- of rijstwafeltje
Ontbijt
Pap van borstvoeding of opvolgmelk. Of een boterham met beleg en zachte margarine
Tussendoor
Stukjes fruit, water en/ of thee
Lunch
Boterham met beleg en zachte margarine
Borstvoeding of opvolgmelk
Tussendoor
Stukjes fruit, stukjes brood of cracker met of zonder beleg en margarine
Water en/ of thee
Avondeten
Groente (drie eetlepels)
Aardappel, pasta of rijst (twee eetlepels)
Vlees, vis, ei of tofu (één eetlepel)
Olie (één theelepel)
Toetje
Yoghurt