Voorbereiding op een nieuwe nier

Voorbereiding op een nieuwe nier

Niertransplantatie

Informatie over de voorbereiding voor een niertransplantatie

Voorbereiding voor niertransplantatie

Om te kijken of u een nieuwe nier kunt krijgen, zijn er een paar onderzoeken nodig. Meestal kunnen deze onderzoeken in uw eigen ziekenhuis gedaan worden. 

De operatie voor de nieuwe nier en de controles in het eerste jaar daarna, gebeuren in een groot ziekenhuis, een Universitair Medisch Centrum (UMC).

Voorbereiden

Onderzoeken

Voordat u een nieuwe nier kunt krijgen, moet u eerst een aantal onderzoeken doen. We willen weten of u geen infecties heeft en of uw hart en bloedvaten goed werken. Hieronder leggen we de belangrijkste onderzoeken uit. 

Bloedonderzoek

Met bloedonderzoek kijken we hoe uw nieren en lever werken. We kijken ook of u nu een infectie heeft, of eerder een infectie heeft gehad.
Na de transplantatie krijgt u medicijnen die uw afweer zwakker maken. Daardoor kunt u sneller ziek worden van een infectie. Daarom is het belangrijk dat u voor de operatie geen infecties heeft. 

Soms kunt u geen nieuwe nier krijgen als u een bepaalde infectie heeft. Als u geen afweerstoffen heeft tegen sommige ziektes, krijgt u misschien eerst een vaccinatie.

Bloedgroep

Bij een transplantatie moet de bloedgroep van de donor en ontvanger bij elkaar passen. Ze hoeven niet precies hetzelfde te zijn. Een donor met bloedgroep 0 kan bijvoorbeeld aan iedereen een nier geven. Het maakt niet uit of uw bloedgroep rhesus positief of negatief is.

Lichamelijk onderzoek

De nefroloog doet bij u een uitgebreid lichamelijk onderzoek.

Mantoux test

U krijgt een prik in uw arm om te kijken of u ooit tuberculose heeft gehad. Als dat zo is, heeft uw lichaam daar afweerstoffen tegen gemaakt. Die blijven uw hele leven in uw lichaam. 

Als u tuberculose heeft gehad, wordt het plekje van de prik soms rood of dik.

Onderzoek tanden en tandvlees

U moet naar de tandarts of kaakchirurg. Zij kijken of u een ontsteking in uw tanden of tandvlees heeft. Als dat zo is, moet dit eerst behandeld worden.

Weefseltypering (ook wel HLA-typering genoemd)

Met een bloedtest wordt gekeken naar uw weefselkenmerken. Dit is als een soort streepjescode in uw lichaam. De weefselkenmerken zijn erfelijk bepaald. Hoe beter deze past bij de donor, hoe kleiner de kans dat uw lichaam de nieuwe nier afstoot.

Duplex-onderzoek

Bij dit onderzoek wordt gekeken naar de bloedvaten die bloed naar uw nieren brengen. Dit gebeurt op de functieafdeling in het ziekenhuis.

Longfoto 

Het transplantatieteam wil een foto van uw longen. Deze foto mag niet ouder zijn dan 6 maanden. Als er nog geen foto is, wordt die alsnog gemaakt. U gaat hiervoor naar de röntgenafdeling.

Controle van het hart

Als u ouder bent dan 50 jaar en/of al langer dan 2 jaar dialyse krijgt, moet uw hart worden gecontroleerd. U gaat dan naar een arts die alles weet van het hart: de cardioloog. Die kijkt of uw hart sterk genoeg is voor de operatie.

Maatschappelijk werk

U krijgt een gesprek met een maatschappelijk werker. Die kijkt hoe het met u gaat op sociaal en psychisch gebied. Dit is belangrijk voor het transplantatieteam om te weten of u klaar bent voor een niertransplantatie. Vaak werkt deze persoon op het niercentrum waar u dialyse krijgt.

De transplantatiekeuring

Als alle onderzoeken klaar zijn en de nefroloog geen problemen ziet, verwijst hij u door voor de transplantatiekeuring. Deze keuring is in een academisch ziekenhuis

U krijgt daar een gesprek met de transplantatiearts. Die bespreekt met u of u een niertransplantatie kunt krijgen. U krijgt ook uitleg over de medicijnen die u na de operatie moet gaan slikken. De arts vertelt ook over de mogelijke risico’s en problemen (complicaties). U mag natuurlijk al uw vragen stellen. 

De keuring duurt ongeveer 30 tot 60 minuten. Na de keuring bespreekt het transplantatieteam al uw uitslagen en gegevens. Zij beslissen of u op de wachtlijst komt voor een nieuwe nier. Dit kan 4 tot 6 weken duren.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een levende en een overleden donor?

Bij een levende nierdonor krijgt u een nier van iemand die nog leeft. Deze persoon geeft vrijwillig één nier aan u. Deze transplantatie kan soms al gebeuren voordat u begint met dialyse.

Bij een overleden donor komt de nier van iemand die net is overleden. U kunt pas op de wachtlijst voor zo’n nier als u al bent begonnen met dialyse.

Hoe lang moet ik wachten op een nieuwe nier?

Er zijn te weinig donoren. Daarom kan het lang duren voor u een nier krijgt. De gemiddelde wachttijd is 4 jaar. Deze tijd begint te tellen vanaf het moment dat u met dialyse begint. 

 Soms krijgt iemand sneller een nier, bijvoorbeeld omdat die nier precies goed past. Als u veel antistoffen in uw bloed heeft (bijvoorbeeld door een zwangerschap, een ontsteking, bloedtransfusie of eerdere transplantatie), kan het langer duren. Soms is een transplantatie helaas niet mogelijk. Elke drie maanden nemen we bloed af om uw antistoffen te controleren.

 Als u op de wachtlijst staat, moet u altijd bereikbaar zijn via de telefoon. Het is belangrijk dat wij u snel kunnen bellen als er een nier beschikbaar is. 

Meer informatie over de wachtlijst staat op: www.transplantatiestichting.nl

Tot welke leeftijd kan ik een niertransplantatie krijgen?

Er is geen vaste leeftijdsgrens voor een niertransplantatie. Het hangt vooral af van uw gezondheid. De arts kijkt of uw lichaam sterk genoeg is voor de operatie.

Wanneer kom ik in aanmerking voor een niertransplantatie?

U komt in aanmerking als: 

  • Uw nieren minder dan 15% werken, of als u al dialyse krijgt. 

  • Uw gezondheid goed genoeg is. Als u ook andere ziektes heeft, kijkt de arts of het toch mogelijk is. 

  • U begrijpt wat een niertransplantatie betekent en de leefregels goed kunt volgen (zoals medicijnen innemen). 

  • U begrijpt en accepteert de risico’s van de transplantatie.