Antistoffen: stoffen in het bloed of sperma die de beweeglijheid en het bevruchtend vermogen van zaadcellen kunnen verminderen.
Asthenozoöspermie: slecht bewegende zaadcellen.
Azoöspermie: afwezigheid van zaadcellen.
DNA: materiaal waaruit de genen en chromosomen zijn opgebouwd; hierin liggen erfelijke eigenschappen opgeslagen.
DNA-onderzoek: bloedonderzoek naar een mogelijke DNA-afwijking.
Chromosoomafwijking: afwijking in de rangschikking van de genen op chromosomen, of een afwijking van het aantal chromosomen.
Chromosoomonderzoek: bloedonderzoek naar een mogelijke chromosoomafwijking.
Epidydimus: bijbal.
FSH: follikel stimulerend hormoon: een hormoon dat de mannen de productie van testosteron in de testikels beïnvloedt.
Gen: onderdeel van een chromossom, opslagplaats van de erfelijke eigenschappen.
Hypofyse: klier onder de hersenen die hormonen maakt.
IBT-test: onderzoek van het sperma op de aanwezigheid van antistoffen.
ICSI: intracytoplasmatische spermainjectie; onder de microscoop brengt men een zaadcel in de eicel in.
IUI: intra-uteriene inseminatie; in het laboratorium bewerkt sperma dat men voor de eisprong in de baarmoeder inbrengt.
IVF: in vitro fertilisatie: procedure waarbij men zaadcellen en de eicellen buiten het lichaam van de vrouw bij elkaar brengt.
MAR-test: onderzoek van het sperma op de aanwezigheid van antistoffen.
OAT: afkorting voor oligo-asthenoteratozoöspermie, een combinatie van weinig en slecht bewegende zaadcellen met vaak een afwijkende vorm.
Oligozoöspermie: weinig zaadcellen.
Post-coïtum test: onderzoek waarbij men na gemeenschap (samenleving) bij de vrouw kijkt naar de aanwezigheid van bewegende zaadcellen in het baarmoederslijm.
Sims-Hühner-test: andere naam voor postcoïtumtest.
Spreider: instrument waarmee een vrouw naar de baarmoedermond gekeken wordt (ook wel eendenbek genoemd).
Spermatozo: zaadcel.
Testikel: zaadbal.
Testosteron: mannelijk hormoon dat in de testikels gemaakt wordt.
Teratozoöspermie: aanwezigheid van veel zaadcellen met een afwijkende vorm.
Urethra: plasbuis.
Varicokèle: spataderkluwen in de balzak.