Zaadbalkanker

Zaadbalkanker

Wat is kanker?

Ons lichaam bestaat uit miljarden cellen. Cellen delen zich; ze maken kopieën van zichzelf. Dit is de manier waarop kinderen groeien. Ook bij volwassenen delen cellen zich. Al het weefsel vernieuwt zich. Zo kunnen we genezen van wonden en blijven we gezond.
Soms slaat een deling op hol. Dan ontstaat een gezwel. Gezwellen die zich niet kunnen uitzaaien naar ander weefsel, noemen we goedaardig. Deze goedaardige gezwellen kunnen wel in de weg zitten of pijn veroorzaken. Een wratje is het meest duidelijke voorbeeld van een goedaardig gezwel.

Gezwellen die ander weefsel kunnen ‘binnendringen’ noemen we kwaadaardige gezwellen, tumoren of kanker. Kanker kan uitzaaien. Een ander woord voor uitzaaiing is metastase. De soort kanker wordt vernoemd naar de plaats waar de kanker begonnen is.

Zaadbalkanker

Zaadbalkanker is kanker die in de zaadbal (teelbal) ontstaat. De medische term hiervoor is testiscarcinoom.

In Nederland wordt per jaar bij ongeveer 950 mannen zaadbalkanker vastgesteld (IKNL, 2025). Zaadbalkanker komt meestal voor bij mannen tussen de 15 en 40 jaar. Maar ook bij oudere of jongere mannen komt zaadbalkanker voor.

Risicofactoren
Over de oorzaken van zaadbalkanker is nog weinig bekend. Sommige mannen hebben wel een grotere kans op het krijgen van zaadbalkanker.

  • Mannen bij wie één of beide zaadballen rond de geboorte niet waren ingedaald. De zaadballen worden aangemaakt in de buik. Tijdens de zwangerschap zakken ze door de buik en de lies omlaag naar de balzak. Een niet ingedaalde zaadbal zit dus niet in de balzak. Deze is in de buik of lies blijven zitten.

  • Mannen die eerder zaadbalkanker hebben gehad. Deze mannen hebben een grotere kans op zaadbalkanker in de andere bal. Dit komt voor bij 2 tot 3 van de 100 mannen die eerder zaadbalkanker hadden.

  • Mannen met testisatrofie. Dat wil zeggen dat de zaadbal ineengeschrompeld is. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij een bal die niet goed doorbloed is.

  • Mannen met zaadbalkanker in de familie. 

Misverstanden over zaadbalkanker

  • Zaadbalkanker wordt niet veroorzaakt door zelfbevrediging (masturbatie) of door andere seksuele activiteiten.

  • Zaadbalkanker is geen geslachtsziekte (soa).

  • Zaadbalkanker is niet besmettelijk, ook niet via het sperma (zaad).

Klachten

Dit zijn de klachten die kunnen wijzen op zaadbalkanker:

  • Een knobbel of harde plek in de zaadbal.

  • Groei of verandering van de zaadbal.

  • Een dof, zwaar gevoel in de onderbuik, achter de balzak of in de balzak zelf.

  • Vermoeidheid of gewichtsverlies zonder aantoonbare reden.

  • Zwelling van de borstklier(en) of rond de tepels.

Deze klachten hoeven niet te betekenen  dat er sprake is van zaadbalkanker. De huisarts kan de klachten verder onderzoeken/beoordelen. Zo nodig volgt er een verwijzing naar de uroloog voor verder onderzoek.

Onderzoeken 

Er kunnen verschillende onderzoeken gedaan worden om duidelijk te krijgen of er sprake is van zaadbalkanker.

Zelfonderzoek
Het is belangrijk voor mannen om regelmatig de zaadballen te onderzoeken door het voelen van de zaadballen. Hierbij moet gelet worden op zwelling, verharding of een andere verandering. Het advies is om dit één keer per maand te doen. Voor mannen die een grotere kans hebben op zaadbalkanker is dit extra belangrijk.

Lichamelijk onderzoek
De arts voelt naar afwijkingen in de zaadballen.

Bloedonderzoek
Bij een verdenking op zaadbalkanker zal er bloed geprikt worden. Bepaalde stoffen in het bloed kunnen verhoogd zijn bij zaadbalkanker. Dit noemen we tumormerkstoffen of tumormarkers. De tumormarkers voor zaadbalkanker zijn: HCG of bèta-HCG en alfa-FP.  

Ook wordt altijd de hoeveelheid LDH in het bloed gemeten. LDH is geen specifieke tumormerkstof. Maar de hoeveelheid LDH is wel bij bijna alle mannen met zaadbalkanker hoger dan normaal.

Beeldvorming
Er wordt een echo gemaakt van de zaadballen. Met dit onderzoek kan de arts zien of er een afwijking in de zaadballen zit.

Wanneer er een verdenking is op zaadbalkanker, zal er een CT-scan van de longen en buik gemaakt worden. Een CT-scan kan organen en weefsels goed in beeld brengen. Deze scan wordt gedaan om te kijken of er uitzaaiingen zijn.

Diagnose

Zaadbalkanker is over het algemeen een snel groeiende soort kanker. Het is daarom  belangrijk om zaadbalkanker zo vroeg mogelijk te herkennen. Zo kan er snel behandeld worden. Zaadbalkanker kan meestal goed behandeld worden.
Gemiddeld zijn 5 jaar na de diagnose nog 95 van de 100 mannen in leven (IKNL, 2025).

Zaadbalkanker ontstaat meestal in de cellen die het zaad produceren: de kiemcellen en wordt daarom kiemceltumor genoemd. Daarnaast zijn er een aantal andere vormen van zaadbalkanker. Deze ontstaan uit andere cellen dan de kiemcellen en vallen onder een wat meer zeldzamere vorm van zaadbalkanker. Deze folder gaat alleen over de kiemceltumoren.

Er zijn drie typen kiemceltumoren:

  1. Seminoom; bestaat uit één type cellen en is een relatief goedaardige tumor. Dit type cellen geeft niet snel uitzaaiingen en zijn goed te behandelen met bestraling.

  2. Non-seminoom; dit is een verzamelnaam voor andere kiemceltumoren dan het seminoom en bestaat uit allerlei verschillende type cellen. Het is een vrij agressieve soort en is meestal goed te behandelen met chemotherapie.

  3. Combinaties van een seminoom en een non-seminoom ook wel combinatietumor genoemd; een combinatietumor wordt altijd behandeld als een non-seminoom type tumor. Dit omdat de non-seminoom cellen het meest agressief zijn.

Naast het type tumor is er een aantal andere factoren belangrijk:

  • Agressiviteit van de tumorcellen;

  • De grootte van de tumor;

  • Doorgroei van tumor in omliggende weefsels of bloedvaten;

  • Het stadium van de ziekte: is de ziekte alleen in de zaadbal aanwezig, of heeft ziekte zich verspreid in het lichaam (uitzaaiingen).

Behandeling 

De eerste stap in de behandeling van zaadbalkanker is het verwijderen van de zaadbal door middel van een operatie (orchidectomie).

Deze operatie hoeft geen invloed op de vruchtbaarheid te hebben, meestal produceert de andere zaadbal voldoende zaadcellen.

Als er een kinderwens is, bestaat de mogelijkheid om vooraf aan de operatie uw zaadcellen te laten controleren in een fertiliteitscentrum. Hiervoor werkt het St Jansdal samen met het UMC in Utrecht.

Als het zaad van goede kwaliteit is, wordt het ingevroren. Daarna wordt de operatie voor het verwijderen van de zaadbal in het St Jansdal ingepland.

Wanneer het zaad van onvoldoende kwaliteit is, is het mogelijk om een ander soort operatie te doen (TESE-Behandeling). Hierbij wordt het zaad rechtstreeks uit de bal gehaald, waardoor de kans op goede zaadcellen beter is. Als het zaad alsnog van voldoende kwaliteit is, wordt het ingevroren. Tijdens dezelfde ingreep wordt ook de aangedane zaadbal verwijderd. Dit gebeurt in het UMC in Utrecht.

De operatie zal binnen een aantal dagen plaats vinden. Dit is belangrijk omdat zaadbalkanker snel kan groeien.

De operatie gebeurt onder narcose of met een ruggenprik. Door een snede in de lies zal de zaadbal verwijderd worden. Dit is een relatief kleine ingreep. In principe is de opnameduur een dag, afhankelijk van het tijdstip kan het zijn dat u een nachtje in het ziekenhuis moet blijven.

Na de ingreep zal de weggenomen zaadbal voor onderzoek worden opgestuurd naar de patholoog. Dit is een arts die gespecialiseerd is in weefselonderzoek. De patholoog kan vaststellen of het om zaadbalkanker gaat, welke vorm van zaadbalkanker het is en hoe groot en uitgebreid de tumor is.

Op een later moment kan eventueel een prothese geplaatst worden. Dit is een “kunstbal” waarmee de weggenomen bal vervangen wordt. Met deze prothese ziet de balzak er weer hetzelfde uit als voorheen.

Stadia van zaadbalkanker

Zaadbalkanker wordt ingedeeld in stadia. Afhankelijk van het stadium en de weefseluitslag wordt er een verder (behandel)plan gemaakt.

Stadium I:
De ziekte is beperkt gebleven tot de zaadbal. Er zijn geen uitzaaiingen gevonden.

Stadium II:
De ziekte is beperkt gebleven tot de zaadbal en het lymfekliergebied onder het middenrif.

Stadium III:
Er zijn uitzaaiingen in lymfeklieren hoger in het lichaam: boven het middenrif.

Stadium IV:
Er zijn uitzaaiingen in andere delen van het lichaam, zoals de longen of de lever.

Vervolgbehandeling 

De uitslag van het weefselonderzoek, de CT-scan en het labonderzoek bepalen of er een vervolgbehandeling wordt geadviseerd.

Als er geen vervolgbehandeling nodig is, blijft u de eerste jaren onder controle bij uw uroloog. U wordt regelmatig gecontroleerd door middel van lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek, röntgenfoto’s en CT-scans.

Soms is er wel een vervolgbehandeling nodig. Meestal gaat het om chemotherapie, bestralingen of een aanvullende operatie.

Deze vervolgbehandelingen vinden niet plaats in het St Jansdal. U wordt hiervoor doorverwezen naar een specialistisch ziekenhuis.

Nazorg

Seksualiteit

De operatie zelf heeft in principe geen invloed op uw zin in seks. Ook neemt de erectie niet af als gevolg van de operatie. Toch kan het hebben van kanker invloed hebben op uw seksleven. Zeker als de diagnose net gesteld is. Veel mensen hebben door alle spanningen minder zin in seks. De meeste vervolgbehandelingen kennen bijwerkingen. Ook deze bijwerkingen kunnen een invloed hebben op uw zin in seks. Dit kan spanningen geven bij u en bij uw partner.

Deze spanningen kunnen tussen u en uw partner in komen te staan. Advies en steun van anderen kan nodig zijn om deze problemen op te lossen. Uw kunt dit bespreken met uw uroloog of oncologieverpleegkundige. Zij zijn er om u te helpen met alles wat met uw ziek zijn te maken heeft. Ook seksualiteit hoort daarbij.

Extra ondersteuning

Het hebben van kanker kan veel gevolgen hebben voor het dagelijks leven. Soms is extra ondersteuning wenselijk.

U kan dit bespreken met de oncologieverpleegkundige. Zo nodig kan zij u doorverwijzen naar andere hulpverleners.

Contact met lotgenoten

Sommige mensen hebben veel aan contact met andere mensen met kanker. Dit noemen we lotgenotencontact. Het kan helpen om te praten met iemand die in dezelfde situatie zit. Daarnaast kan het krijgen van praktische informatie belangrijke steun geven.

In contact komen met lotgenoten kan bijvoorbeeld via een patiëntenorganisatie. Kijkt u voor meer informatie op de website van de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties NFK.
www.nfk.nl

Stichting zaadbalkanker is onderdeel van de NFK en richt zich op (ex-)patiënten met zaadbalkanker en hun naasten.
www.zaadbalkanker.nl

Nationaal AYA Jong en KankerZorg netwerk

AYA-zorg is leeftijdsspecifieke zorg voor jongvolwassenen gediagnosticeerd met kanker in de leeftijd van 18 t/m 39 jaar. AYA-zorg is persoonsgericht en ‘nurse-led’ georganiseerd en gaat uit van een integrale, holistische zorgvisie, met focus op kwaliteit van leven van AYA’s tijdens en na kanker.

www.ayazorgnetwerk.nl

Tot slot

Deze folder bevat algemene informatie. Het is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw uroloog.

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Dan kunt u ons bellen. Bel dan met de coördinerend oncologieverpleegkundige: telefoonnummer: 0341 - 46 39 66.

Kijk voor meer informatie op het gebied van urologie op onze website: www.urologie.nl.