Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes

Wat is zwangerschapsdiabetes?

Wie kan zwangerschapsdiabetes krijgen?

Sommige vrouwen hebben meer kans om zwangerschapsdiabetes te krijgen. Dat is het geval als:

  • Uw vader, moeder, broer of zus diabetes heeft.

  • U eerder een baby kreeg die erg zwaar was.

  • U eerder zwangerschapsdiabetes had.

  • U te zwaar bent bij het begin van de zwangerschap (BMI boven de 30).

  • U zwanger bent van een tweeling of meerling.

  • Een van uw baby’s is overleden vóór de geboorte, zonder duidelijke reden.

  • U een niet-westerse achtergrond heeft.

  • U het polycysteus ovariumsyndroom (PCOS) heeft.

Behandeling

Afspraken

Afspraken in het ziekenhuis

Heeft u zwangerschapsdiabetes? Dan helpt goede zorg om problemen te voorkomen. U krijgt hulp van uw verloskundige of van een speciaal diabetesteam.

Gynaecoloog

De gynaecoloog maakt een echo van de baby. Als alles goed is, gaat u weer naar de verloskundige. Wordt de baby te groot of moet u insuline gebruiken? Dan blijft u bij de gynaecoloog.

Diëtist

De diëtist helpt met gezond eten. U maakt zelf een afspraak. De diëtist geeft advies over: 

  • Minder suiker eten 

  • Vaker op een dag iets kleins eten 

  • Geen frisdrank of vruchtensap

Diabetesverpleegkundige

De diabetesverpleegkundige leert u: 

  • Wat zwangerschapsdiabetes is 

  • Hoe u zelf bloedsuiker meet met een meter 

  • Wat goede bloedsuikerwaarden zijn 

Verpleegkundig specialist of internist

Deze zorgverlener bespreekt de gevolgen van zwangerschapsdiabetes. Hij of zij kijkt ook of u insuline nodig heeft. 

Bloedsuiker meten en behandeling

Bloedsuiker meten

U gaat in het begin 4 keer per dag uw bloedsuiker meten. Dat doet u op deze momenten:

  • 's Ochtends vroeg, vóór het ontbijt (nuchter)

  • Anderhalf uur na het ontbijt

  • Anderhalf uur na de lunch

  • Anderhalf uur na het avondeten

De bloedsuiker moet dan zo zijn:

  • Vóór het ontbijt: lager dan 5,3 mmol/L

  • Na de maaltijden: lager dan 7,0 mmol/L

U stuurt de bloedsuikerwaarden op vaste tijden naar uw zorgverlener. Dit kan via de telefoon of via MijnStJansdal. Uw zorgverlener is bijvoorbeeld de diabetesverpleegkundige of uw eigen verloskundige.

Tijdens de hele zwangerschap blijft u regelmatig meten. U spreekt samen met uw zorgverlener af wanneer u moet meten.

Bewegen

Beweeg elke dag minstens 30 minuten. Bewegen helpt om de bloedsuiker te verlagen.

Diabetesdagboek

U schrijft uw bloedsuikerwaarden op in een dagboek. Meet altijd nuchter en 1,5 uur na het eten. Eet geen tussendoortje tussen de maaltijd en de meting. Wacht daarmee tot na de meting.

Insuline gebruiken

Is uw bloedsuiker te hoog, ondanks gezond eten? Dan heeft u misschien insuline nodig. Insuline is veilig voor u en uw baby. U leert zelf spuiten.

De verpleegkundige zegt hoeveel u moet spuiten.

De bevalling

De bevalling

Heeft u geen medische reden om eerder te bevallen? Dan mag u tot 41 weken bij uw verloskundige blijven. U mag ook thuis bevallen. Na 41 weken wordt u naar de gynaecoloog gestuurd om te bevallen.

Bevalling met medische reden

Als u insuline gebruikt of als de baby groot is, begint de bevalling vaak wat eerder, rond 38 tot 39 weken. Dit is om problemen tijdens de bevalling te voorkomen.

Na de bevalling

Uw baby

Heeft u insuline gebruikt of is de baby zwaar? Dan kan de bloedsuiker van uw baby te laag worden. Uw baby krijgt dan extra controles. Soms krijgt uw baby een infuus en moet hij/zij even op de kinderafdeling blijven.

Na de bevalling

Na de bevalling is de diabetes meestal weg. U mag stoppen met dieet of insuline. De verloskundige of huisarts controleert u verder.

Laat uw bloedsuiker 4 tot 6 weken na de bevalling controleren. Daarna elk jaar. Na vijf jaar: om de 2 tot 3 jaar. U maakt zelf een afspraak bij de huisarts.

Later risico

U heeft 50% kans om later diabetes type 2 te krijgen. Bent u opnieuw zwanger? Laat dan tussen 16 en 18 weken een test doen (OGTT). Herhaal deze test ook bij 28 weken zwangerschap.

Meer informatie

Vragen?

Bij vragen over de zwangerschap: bel uw verloskundige of gynaecoloog.
Bij vragen over bloedsuiker: bel de diabetesverpleegkundige.

Hoe werkt insuline?

De alvleesklier maakt insuline. Insuline zorgt dat suiker uit eten naar uw lichaamscellen gaat. Die suiker gebruiken uw cellen als brandstof. Heeft u zwangerschapsdiabetes? Dan maakt uw lichaam te weinig insuline. Of uw lichaam werkt minder goed met insuline. Er blijft dan te veel suiker in uw bloed. Uw bloedglucose wordt te hoog. Als dat lang duurt, kan het problemen geven.

Meer informatie

Kijk voor meer informatie op: